Tag Archives: Zaandam

De literaire Zaanstreek (?)

20 nov

Wellicht is er sprake van wishful thinking mijnerzijds maar het lijkt er op dat de Zaanstreek steeds belezener wordt. Gisteren zat de kleine zaal van het Zaantheater bijna vol tijdens de Literaire Salon. En dat terwijl er niet eens een Kluun of Noort op het podium stond, maar de aandacht gericht was op twee min of meer Zaanse schrijvers die al bijna een eeuw dood zijn: Jacob Israël de Haan en Carry van Bruggen.

De laatste bijeenkomst van de Culturele Raad Zaanstad, met Tommy Wieringa, telde ook meer dan honderd bezoekers. En de volgende sessie, op 25 november met Midas Dekkers, is al uitverkocht. Voor Freek de Jonge, die naar aanleiding van zijn jongste boek deze week vijf keer achter elkaar optreedt in het Zaantheater, zijn inmiddels drieduizend kaarten verkocht.

Ik roep het nog maar eens: het wordt tijd voor een nieuwe Zaanse boekenzaak. Zo eentje waarin je ook een kop koffie kun drinken en een gebakje kunt eten. Waar af en toe een lezing plaatsvindt. En waar een breed leesassortiment verkrijgbaar is. Gisteren, in het Zaantheater, werd -niet voor het eerst; er is eerder gepoogd een boekhandelaar te interesseren voor deze plek- de mogelijke locatie van die boekwinkel al genoemd, plus de meest logische naam. Het wordt de voormalige synagoge op de Gedempte Gracht en die heet dan Van Bruggen en De Haan. Prima idee.
(Nu alleen nog even ruim drie miljoen bij elkaar verzamelen om de aankoop van de sjoel mogelijk te maken…)

Advertenties

Beaudine, de kleindochter van Hannie Schaft

8 mrt

Met sommige media heb je geen kranten meer nodig. Of heeft het huis-aan-huisblad Zaanstreek op Zondag hier een keiharde primeur te pakken? Beaudine Bos, een twintiger, is volgens ZoZ niet alleen een ‘Holocaust-overlevende’, maar ook nog eens een kleindochter van de kinderloos gestorven verzetsvrouw Hannie Schaft…
(De Hannie Schaftherdenking was vanochtend overigens weer indrukwekkend, mede dankzij Beaudine.)

PS. Aanstaand weekend in Zaanstreek op Zondag een nieuwe onthulling: de soldaat van Oranje wás helemaal niet oranje.

De dood van een slagersknecht

24 feb

Het neerslaan van de Februaristaking kostte in de Zaanstreek één persoon het leven. Op 26 februari 1941 werd slagersknecht Jan Keijzer dodelijk getroffen door een Duitse kogel.

Jan Keijzer (Middelie, 26-7-1920) groeide op in zijn geboortedorp, maar ging kort voor de bezetting van Nederland in de leer bij de Zaandamse slager Jan Honingh. Die had zijn winkel en woning aan de Hoogendijk 50. Kort tevoren was een eerdere knecht vertrokken en Honingh kon wel een nieuwe hulp gebruiken. Keijzer nam zijn intrek bij het echtpaar Honingh en hun kinderen, vastbesloten om het slagersvak onder de knie te krijgen.


Hoogendijk 50 (het witte pand) na de oorlog

Op 26 februari 1941 was Jan niet aan het werk. Net als vrijwel alle andere Zaanse ondernemingen hield slagerij Honingh die woensdag de deuren gesloten. Een etmaal eerder had de tegen jodendeportaties en Duits machtsmisbruik gerichte Februaristaking de Zaanstreek bereikt. Waar op dinsdag de werkonderbreking nog beperkt bleef tot enkele duizenden arbeiders, leek het de 26ste wel alsof iedereen zich bij de revolte aansloot. Dicht opeengepakt liepen de mensen door de Westzijde en over de Dam. Sommigen vergeleken het tafereel later met de viering van Derde Pinksterdag, het jaarlijkse Zaanse feest dat herinnerde aan het verdrijven van de Spaanse bezetter, vier eeuwen eerder. Gezinnen wandelden ’s middags in hun zondagse kleding langs de gesloten etalages in het stadshart. De sfeer was vrolijk en strijdbaar, alsof de Duitse bezetting zijn laatste uren inging.

In de namiddag ging Jan Keijzer naar een collega-slagerij, die van Kluft. Het was slechts enkele tientallen meters lopen van Hoogendijk 50 naar de om de hoek gelegen Nicolaasstraat 7. Pieter Honingh: “M’n vader had nog tegen hem gezegd dat hij maar beter niet de straat op kon gaan, omdat het er zo’n rommeltje was. ‘Ga maar uitbenen’, had hij hem gezegd. Maar ja, Jan ging toch kijken. (…) Op een gegeven moment waarschuwde mijn moeder dat er koffie was, maar Jan kwam niet. Hij was zonder wat te zeggen toch de deur uitgegaan. (…) Hij kende de mensen van Kluft, dus daar ging hij heen.”

http://images.memorix.nl/zaa/thumb/250x250/b00e7fee-62be-420d-b4b0-2ebee3c825cb.jpg Slagerij Kluft na de oorlog

Te beleven viel er inderdaad genoeg. Vanuit slagerij Kluft had je een goed zicht op de Dam, het drukste stukje Zaandam. Er werd daar geestdriftig gepraat en gespeculeerd. Even verderop joegen mensen NSB’ers op. De angstige nationaalsocialisten zochten een veilig heenkomen. In het verlengde van de Nicolaasstraat sneuvelden ramen bij ‘deutschfreundlichen’. De Zaandamse politie deed weinig om de opwinding in goede banen te leiden. De meeste agenten konden zich wel vinden in de vrijheidsgedachten achter de staking. Het wachten was op ingrijpen door de Duitsers.

Ordnungspolizei

Vader en zoon Kluft en Jan Keijzer stonden samen met een andere slagersknecht, Jan Hein, voor de winkel vlakbij de hoek Nicolaasstraat/Hoogendijk. Cornelis Kluft sr. had uit voorzorg de luiken van de slagerij gesloten. Het was inmiddels even na vier uur ’s middags. “Plotseling zag ik vanaf de Hoogendijk (…) een groot aantal personen hard de Nicolaasstraat inlopen, waaruit ik begreep dat vanaf de Hoogendijk de mensen verjaagd werden”, vertelde Kluft later die dag. Het groepje deed uit voorzorg een paar stappen naar achteren, van de stoep naar de deuropening van de slagerij. Jan Hein: “Plotseling kwam vanaf de Hoogendijk een groot aantal mensen hard lopende langs ons heen, dat zich in alle richtingen verspreidde. Vermoedende dat er iets bijzonders ging gebeuren, ging ik met mijn patroon en Keijzer in de winkel staan.” Kluft sr.: “Nog maar juist binnen zijnde zag ik, terwijl de deur nog openstond, een auto van de Duitse Ordnungspolizei met grote snelheid op de Hoogendijk in de richting van de Damstraat rijden.”

Vanuit het winkelportiek konden ze de grijs geschilderde militaire vrachtwagen duidelijk zien. In de laadbak bevonden zich een stuk of twintig Duitse leden van de Ordepolitie. Kluft: “Vóór ik bedoelde auto zag, hoorde ik van dichtbij meerdere schoten lossen. (…) Degenen die zich het dichtst bij de cabine bevonden, stonden met het gelaat voorwaarts, terwijl de rest zich zittend of geknield met het gezicht in achterwaartse richting bevond. Allen hadden het geweer in aanslag. Toen deze wagen ongeveer ter hoogte reed van dr. Bax, Hoogendijk no. 16 alhier, zag ik dat een der daarop aanwezige militairen zijn geweer aan de schouder bracht, in onze richting aanlegde en een schot loste. Ik sprong onmiddellijk achter de stenen muur naast mijn winkelraam en mijn knecht en Keijzer sprongen achterwaarts in de winkel en vielen op de grond.”

Czaar Peter

Er werd zowel over de hoofden van demonstranten heen als gericht gevuurd. Na de oorlog vertelde een andere getuige: “Ik liep bij het Czaar Peter-standbeeld in Zaandam toen er een vrachtwagen met een ploeg moffen erop al schietend de Dam op kwam rijden. Ik hoor nog het geratel van de kogels op dat ijzeren bord boven de Hema. Als ik langs het standbeeld fiets, dan kijk ik altijd nog even naar de gerepareerde kogelinslagen.” De munitie sloeg gaten in gevels en belandde in woningen. Het bleef echter niet bij materiële schade.

Jan Hein: “Plotseling hoorde ik een schot, waarna ik mij achterover de winkel liet vallen. Ik hoorde iets langs mijn hoofd fluiten en meende, toen ik op de grond lag, dat ik gewond was. Het suisde steeds in mijn linkeroor. Keijzer, die links naast mij in de winkel had gestaan, viel gelijk met mij. Toen ik opstond, zag ik dat hij aan zijn kin bloedde. Van schrik heb ik mij hierover niet bekommerd, doch ik ben eerst in de woonkamer achter de winkel gegaan.”

Cornelis Kluft reageerde wel alert en verleende eerste hulp: “In verband met de hevigheid van de bloeding trachtte ik de wond dicht te drukken, waarna ik zag dat het bloed ook uit zijn mond kwam. Ik zei enige malen tegen hem dat hij dat bloed moest uitspuwen. Keijzer knikte slechts met zijn hoofd en heeft verder geen teken van leven meer gegeven.” De twintigjarige Jan stierf, liggend in een almaar groeiende bloedplas, binnen enkele minuten. Enkele door Jan Hein te hulp geroepen verpleegsters van het St. Janziekenhuis konden niets meer betekenen.

 Jan Keijzer rond 1940

De kogel had Keijzers gezicht geraakt en zijn lichaam aan de achterkant verlaten. In de woorden van de Zaandamse arts/lijkschouwer Willem Levend: “Er bestaat een inschotopening rechts aan de kin en een uitschotopening aan de rugzijde ter hoogte van de zesde halswervel. Dood ten gevolge van het bekomen letsel.”

Het fatale stukje metaal had ook de betimmering van een achterliggende koelkast doorboord, een gat geslagen in de betegeling aan de binnenkant van de koeling en een lat gespleten, om te eindigen in een stuk kalfsvlees. Jan Honingh peuterde de zwaar beschadigde geweerkogel nog dezelfde avond uit de kalfsbil en gaf het bewijsmateriaal mee aan een politieman. Later kreeg hij het door een agent achterovergedrukte voorwerp terug. Het zou nog 75 jaar door het gezin worden bewaard, om vervolgens te worden overhandigd aan een lid van de familie Keijzer.

De Zaandamse politie nam contact op met de burgemeester van Middelie, die op zijn beurt Keijzers’ ouders inlichtte. Om zeven uur ’s avonds identificeerden zijn haastig naar Zaandam gereisde moeder en een zwager het slachtoffer. Zijn lichaam mocht van Zaandam naar Middelie worden vervoerd en daar begraven, mits daar geen openlijk rouwbeklag aan werd gekoppeld. De Officier van Justitie gaf op 27 februari schriftelijk toestemming voor een begrafenis, waarna burgemeester Drost regelde dat Jan Keijzer naar zijn voormalige woonplaats werd vervoerd. Op 1 maart werd hij, gedragen door de buren en slechts begeleid door naaste familie, op de begraafplaats van Middelie ter aarde besteld. Andere aanwezigen waren niet welkom. Jan droeg het witte slagersjasje dat hij de dag van zijn dood ook aanhad.

In een Zaanse krant verschenen twee rouwadvertenties, van zowel ‘de Buren en de Zaandamsche Slagersvereeniging’ als van de familie Honingh. Opvallend is dat in beide berichten werd gesproken over ‘een noodlottig ongeval’, als betrof het een dodelijke aanrijding. Het omfloerste taalgebruik sloot aan bij hetgeen de familie in Middelie van overheidswege te horen kreeg.

Voor zijn moeder kwam de dood van Jan Keijzer zo hard aan dat ze in oktober 1941 zelf ook overleed, slechts 60 jaar oud. Haar echtgenoot, Jacob, stierf een jaar later vereenzaamd. Het was 25 december 1942, een dag voor de verjaardag van zijn zoon Dirk. Kerstmis zou in de familie Keijzer nooit meer een feestdag zijn.

(Met dank aan de heer D. Keijzer)

Op 25 februari 2017 verschijnt mijn boekje De Februaristaking in de Zaanstreek. Daarin is voor het eerst gedetailleerd beschreven hoe de Februaristaking in deze regio uitpakte. De publicatie bevat ook vier unieke, in 2016 gevonden stakingsfoto’s uit Zaandam. Tot dan toe waren er slechts twee, in Amsterdam gemaakte foto’s bekend.
De Februaristaking in de Zaanstreek (64 pagina’s, €12,50) is verkrijgbaar via elke boekhandel en bij Uitgeverij Noord-Holland.

Er is nóg een foto van de Februaristaking

23 feb

De ontdekking van vier foto’s waarop de Februaristaking in Zaandam was vastgelegd bracht me gisteren in zowel het NOS-Journaal als het radioprogramma Nieuws en Co. De gevonden opnames waren dan ook uniek. Tot dan toe was er slechts één foto geopenbaard waarvan vaststond dat daarop het enige massaprotest in bezet Europa tegen de jodenvervolging te zien viel. Die werd vorig jaar gevonden, een op 25 februari 1941 geschoten kiekje van het met mensen volgestroomde Raamplein in Amsterdam. Bij de interviews die ik gisteren gaf moest ik me echter bedwingen om niet uit de school te klappen. Er bestaat, wist ik, namelijk nóg een foto van de Februaristaking, maar dat plaatje moest de eigenaar zelf maar openbaren….

Op vrijdag 20 januari jongstleden bevond ik me op de bovenverdieping van het Stadsarchief aan de Amsterdamse Vijzelstraat. Wij -Vrij Nederland-redacteur Harm Ede Botje en ik- waren bezig met ons artikel over de Februaristaking en in dat verband bleek het Stadsarchief iets bijzonders op voorraad te hebben. Op tafel lag een enorm boek. Niet alleen het formaat was ontzagwekkend, ook de dikke pagina’s en de mooie vormgeving maakten indruk. Al helemaal omdat deze publicatie uit 1946 dateerde. In dat eerste naoorlogse jaar heerste er nog altijd een enorme papierschaarste. Dat boek moest dus wel iets heel bijzonders zijn.

Dat was het ook. Er bleken slechts twee exemplaren van te bestaan. Een ervan was kort na de bevrijding naar Canada verhuisd, het andere had tot aan de verhuizing naar het Stadsarchief in het Amsterdamse stadhuis gelegen. Het boekwerk was een cadeau van het gemeentebestuur voor de Canadese militairen die een jaar eerder de hoofdstad bevrijdden. Het bevat tientallen foto’s en begeleidende teksten die de situatie in en vlak na de Tweede Wereldoorlog verbeeldden. De meeste foto’s zijn gemaakt door de bekende fotograaf Cas Oorthuys. En dat gold waarschijnlijk ook voor die ene afdruk waarvoor we de lift naar de bovenverdieping van het archief hadden genomen.

Te zien is een uit de tramrails getilde wagen-op-wielen in de Amsterdamse Bilderdijkstraat. Het voertuig staat enigszins dwars op de weg en blokkeert zo de route voor trams. Het is 26 februari 1941, de dag dat de Februaristaking in Amsterdam z’n hoogtepunt bereikt. Mensen zijn nauwelijks zichtbaar op de foto, maar de dwarsgeplaatste wagen maakt op zichzelf al duidelijk dat de normale gang van zaken even niet geldt.

Zeventig jaar lang had de gemeente Amsterdam dit beeld van Cas Oorthuys bewaard en beheerd, zonder dat iemand doorhad dat het bestond. Afgelopen week heeft het in alle stilte een plek gekregen in de expositie die het Stadsarchief wijdt aan de oorlog in de stad. En het lijkt wel alsof nog altijd niemand zich realiseert hoe bijzonder en zeldzaam die ene afbeelding is. Geen krant, tv-programma of radio-uitzending heeft er bij mijn weten aandacht aan besteed. Dat is op zich ook wel weer uniek.

Enfin, wie die Amsterdamse foto wil bestuderen, kan op werkdagen terecht bij de oorlogsexpositie in het Stadsarchief. En voor de Zaanse foto’s kunt u zondag om 10.00 uur terecht in het Zaantheater, waar we ze op groot formaat een uurtje exposeren, tijdens de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking.

bilderdijkstraat

Ban de bom

23 dec

De man met de rugzak kwam op een drafje aangelopen, een conductrice in zijn kielzog. Hij hijgde een beetje. De trein van Sloterdijk naar Zaandam had al moeten vertrekken, maar dit was duidelijk een noodsituatie. “Daar”, wees hij naar een bank. “Het is die tas.” Zijn arm zakte langzaam. “Alleen zit er nu wel iemand bij.” De rugzakman klonk wat teleurgesteld.

Voor de vorm vermaande de conductrice de tasseneigenaar, die zijn bezit even alleen had gelaten om een plas te kunnen plegen. Ze sprak, streng doch zorgzaam, over ‘in deze tijden’ en ‘oppassen’. Daarna bedankte ze de man met de rugzak. Die leek in het geheel niet tevreden over deze afloop. Daar ging zijn eeuwige roem als de Sherlock Holmes van de 21ste eeuw.

“Ach ja”, zei de conductrice even later toen de rugzakman was afgedropen. “Je leert al doende of er sprake is van een serieuze situatie of niet. We worden er bovendien jaarlijks op getraind.” Haar kregen de terroristen niet snel op de kast, zoveel was duidelijk. Ze kon het wel af zonder de Explosieven Opruimingsdienst.

Een paar minuten later bereikten we station Zaandam. We hadden alweer een dag overleefd.

trein

Nieuw: de Jaap Buijsbrug in Zaandam

11 nov

Guus Luijters meldde maandag in Het Parool dat Amsterdam ruim duizend naamloze bruggen telt. Een pagina verder wist een andere columnist, James Worthy, dat het er exact 1334 waren. Da’s veel. Dat vond het gemeentebestuur eveneens, want dat wil alle bruggen nu alsnog een naam geven.

Goed idee. Hoeveel bruggen Zaanstad bezit, weet ik niet. Een paar honderd? Dat die over de Zaan allemaal een -meestal koninklijke- naam hebben, is me wel bekend. En ook dat er talloze overblijven zonder naamplaatje. Het biedt kansen.

De Zaanstedelijke straatnamencommissie beheert een lange wensenlijst. Daarop staan onder meer verzoeken van mensen en organisaties om een straat te vernoemen, veelal naar Zaanse verzetsstrijders. In het tempo waarin ze nu publiekelijk worden geëerd, gaat het nog decennia duren voor die allemaal aan de beurt zijn. Het wordt een ander verhaal wanneer we, in navolging van de Jan Brassertunnel en de Anton de Kombrug, ook andere plekken gaan benoemen.

Laat ik een voorzetje geven. Ik weet niet of hij op de straatnamencommissielijst staat, maar mag om te beginnen de vlakbij zijn voormalige woning gelegen brug over de Vaart worden vernoemd naar de onbekende, maar Zaans-nationale verzetsgrootheid Jaap Buijs? Hij verdient het.

Jaap Buijs, 1944 (collectie Charlot Smith-Buijs)

Ze zijn niet goed wijs…

6 sep

Nog niet zo heel lang geleden bivakkeerde op het Hembrugterrein de grootste reigerkolonie van Noord-Holland. De vogels zijn inmiddels bijna allemaal gevlogen. Door iemand met verstand van zaken heb ik me laten vertellen dat hun vertrek van het voormalige defensiegebied komt door de bouw van de winkelpanden aan de naastgelegen Cornelis Ouwejanstraat. De drukte kwam de reigers te dichtbij.

Vorig jaar liet de gemeente Zaanstad op het Hembrugterrein honderden bomen en struiken uit de grond trekken, ten faveure van een asfaltweg. Met het verdwijnen van die planten maakten zich logischerwijs ook de nodige beesten uit de voeten.

Voor wie het niet kent: op de 45 hectare die deze prachtige uithoek van Zaandam telt leven tal van beschermde planten en dieren. Denk aan salamanders, wezels, vleermuizen, ijsvogels en uilen. Maar ook aan vogelmelk en rietorchis. Het is, kortom, uniek voor Noord-Holland en ver daarbuiten.

Vorige week openbaarden burgemeester en wethouders dat ze zo’n duizend woningen willen laten bouwen op het Hembrugterrein. Er zou behoefte aan zijn, in een stad waar talloze leegstaande bedrijfspanden rijp zijn voor vervanging of een ombouw tot appartementen.

Ze zijn niet goed wijs, daar op het Stadhuisplein.

Hembrugterrein
(Illustratie: heren2.nl)