Tag Archives: Tweede Wereldoorlog

9 februari 1945: een moordpartij op de Burcht

9 feb

Slechts één Zaankanter werd na de bevrijding ter dood veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. Zaandijker Luwe Muusse had dan ook een crimineel trackrecord dat door weinigen is overtroffen. Het is vandaag precies zeventig jaar geleden dat Muusse op de Burcht in Zaandam assisteerde bij het vermoorden van tien verzetsstrijders.

Honderden Zaankanters moesten zich vanaf mei 1945 verantwoorden voor collaboratie of andere oorlogsmisdrijven. In de navolgende jaren zou tegen twee van hen de doodstraf worden uitgesproken: de Zaandamse politieman Hendrik van der Kraan en SD’er Luwe Muusse. De eerste verhuisde echter begin 1944 naar de hoofdstad en was dus ten tijde van de Duitse capitulatie formeel geen Zaankanter meer. Blijft over Luwe Muusse (Zaandam, 22-4-1914), die tot aan de bezetting boekhouder was en zich in de navolgende jaren zou ontwikkelen tot een meervoudige moordenaar.

Voor de oorlog is Muusse – ‘Luw’ voor intimi – boekhouder en, vanaf 1939, schrijver bij de Zaandamse Artillerie-Inrichtingen. Zijn dienstverband daar duurt echter amper een jaar. Daags nadat de Duitsers Nederland zijn binnengevallen, wordt hij op kantoor geroepen en krijgt hij te horen dat hij per direct is ontslagen. De reden: in 1938 is hij NSB-lid geworden. Weliswaar heeft hij dat lidmaatschap opgezegd zodra hij bij de A.I. aan de slag ging – er gold een verbod voor ambtenaren om lid te zijn van Anton Musserts beweging -, maar de twijfels aan zijn loyaliteit staan een langer dienstverband bij de munitiefabriek in de weg. Nauwelijks terug in zijn ouderlijk huis, Schiermonnikoog 86 in Zaandam, volgt arrestatie. Als potentiële landverrader verdwijnt hij achter de tralies van de Ripperda-kazerne in Haarlem.

Zodra de Duitse overwinning een feit is, wordt Muusse weer vrijgelaten. Hij is verbitterd over zijn behandeling, wordt opnieuw lid van de NSB en solliciteert op een baan als loonboekhouder bij de Reichswerke Hermann Göring in het Duitse Braunschweig. Na terugkomst in Nederland, in augustus 1941, stuurt hij een brief naar het NSB-hoofdkwartier in Utrecht. Daaruit blijkt dat hij zijn korte detentie in mei 1940 nog niet is vergeten. “Daar ik door oponthoud in Duitschland nog geen interneeringsmedaille ontvangen heb, verzoek ik U, mij deze alsnog te zenden.”

In Nederland lukt het Muusse aanvankelijk niet om een nieuwe baan te vinden. Met zijn in Duitsland geboren vrouw Maria Elisabeth en zijn twee kleine kinderen woont hij nog altijd in de armoedige woning van zijn ouders. Hij vermoedt dat hij, NSB’er, te kampen heeft met een beroepsverbod, zo schrijft hij de Zaandamse burgemeester Cornelis van Ravenswaaij, een partijgenoot van hem. Wellicht doet die vervolgens een goed woordje voor hem, maar vast staat in ieder geval dat Luwe Muusse in 1942 wordt benoemd tot Polizei-angestellte bij de administratie van de Sicherheitsdienst in Amsterdam. In die hoedanigheid geeft hij bewijzen af voor toegang tot Sperr-gebieden en tot Duitsland.

‘Jodenvlucht’

Gaandeweg ontspoort Muusse steeds meer. Hij wordt administratief medewerker op de afdelingen ‘Jodenvlucht naar het Buitenland’ en ‘Spionage-Engeland Afweer’. “Ik heb tijdens mijn werkzaamheden op de afdeling IV E, toen wij het referaat Jodenvlucht naar Buitenland hadden, verschillende malen Jodenmensen op stations en treinen, wanneer zij naar het buitenland probeerden te ontkomen, gearresteerd”, vertelt hij na de oorlog tijdens een verhoor. Ook is hij behulpzaam bij het opsporen van geallieerde geheim agenten en illegale zenders (onder meer in Haarlem, Medemblik, Alkmaar en Beverwijk). De SD’er  voelt zich zeker. Hij heeft inmiddels een goed salaris en is begin 1942 met zijn gezin naar de Dr. J. Mulderstraat 29 verhuisd. Hij vult zijn Zaandijkse woning met geroofde joodse bezittingen, begint buitenechtelijke relaties en geniet volop van zijn macht.

Vanaf augustus 1944 moet hij, bewapend en gestoken in een uniform van de Waffen-SS, wachtdiensten draaien bij het Amsterdamse SD-hoofdkwartier. Kort daarna ontsnapt hij aan de dood. De Wormer veehouder Johan Herman Verdonk en een ander lid van de plaatselijke Knokploeg beramen een aanslag. Verdonk: “Even vóór ‘Dolle Dinsdag zou ik met een collega uit de ondergrondsche beweging Muusse neerschieten. Toen wij daarvoor op wacht stonden, kwam Muusse maar niet opdagen. Later vernamen wij dat hij diezelfde nacht met zijn vrouw en kinderen naar Duitsland was vertrokken.” Muusse verlaat inderdaad begin september met zijn gezin de Zaanstreek. Hij zorgt dat zijn gezinsleden onderdak krijgen bij de ouders van zijn echtgenote Marie, die in Duitsland wonen. Daarna keert hij terug naar zijn werkplek. Hij verkoopt zijn meubels en gaat ‘intern’ wonen bij de SD.

Wachzug

Omstreeks september 1944 wordt Muusse ingedeeld bij een Wachzug, een executiepeloton van de Sicherheitspolizei. Hij raakt betrokken bij minstens vijf massafusillades, in Hoorn, Haarlem, Zijpersluis, Amsterdam en Zaandam. Over de executie van tien verzetsstrijders in de stad waar hij zelf is geboren en opgegroeid – op 9 februari 1945 op de Burcht – vertelt hij nadien dat die ‘erg beroerd in zijn werk ging’. “Omdat de gevangenen aan elkaar waren geboeid, ontstond er een [on]verkwikkelijke situatie, omdat er verschillende vielen terwijl er nog anderen bleven staan, waardoor wij niet juist konden richten. Zodoende richtte zich later nog een man op die nog niet dood bleek te zijn. Commandant Stöver gaf hem daarna met zijn pistool het genadeschot.”

Wanneer het Luwe Muusse in april 1945 duidelijk is dat een Duitse eindoverwinning er niet meer in zit, trekt hij zijn uniform uit en duikt onder. Op 17 april richt hij zich in een larmoyante brief tot zijn ‘beste ouders en broers en zuster’. “Hiermede neem ik afscheid van jullie, nu de omstandigheden zich toespitsen. De vijand staat voor de deur. Wat de toekomst zal brengen, weet ik nog niet. Mijn eigendommen zijn bij neutrale menschen in Amsterdam ondergebracht. Die zullen t.z.t. aan Marie schrijven. Van Marie en de kinderen heb ik intusschen ook schriftelijk afscheid genomen. Bang om te sterven ben ik niet, ik had graag geleefd in de maatschappij, waarvoor ik het mijne heb bijgedragen. Dan maar liever een eervollen dood in den strijd, dan stempelend kapitalistenknecht of bolsjewistisch machine-proleet. Wat de eeuwigheid betreft heb ik ook geen angst. Het geloof heeft me niet verlaten en ik meen in oprechtheid gehandeld te hebben. Zou ik fouten of onrecht begaan hebben, zoo moge God het mij vergeven. Misschien dat hij nog alles ten goede keert, maar ik onderwerp me aan zijn wil en blijf trouw aan de zaak, waarvoor ik gestreden heb, de zaak van den eenvoudigen, werkenden mensch, zijn bestaan en zijn honger. Ik kan terugblikken op vele gelukkige uren, werkloosheid, honger, huichelachtigheid van menschen die beweerden dat ze beter waren of op hun hemelsch crediet pochten. De eeuwigheid zal het uitwijzen, wie recht heeft gehandeld. En nu ga ik wat dit leven betreft een onzekerheid tegemoet. Toch ben ik op alles voorbereid. Groet Marie en de kinderen van mij, als jullie ze ooit mochten ontmoeten. Mijn gedachten waren altijd bij hen. Groet Roel en Annie voor zover die nog te vinden en in leven zijn. Een Mensch ontloopt zijn lot nu eenmaal niet. Misschien zal jullie nog veel lijden te wachten staan. Na het ineenstorten van Duitschland zal het communisme zich breed maken. De koningin zal niet lang aan de regering blijven. Amerika zal er machteloos tegenover staan en moeten oppassen dat het zelf niet ondergaat en zich tenslotte uit Europa terugtrekken. Een derde wereldoorlog zal ontbranden. In zoo een wereld betekent het verlies van het leven geen verlies meer. Vaarwel. Ik hoop het allerbeste. Jullie Luw.”

‘Idealist’

Luwe Muusse haalt, zijn brief ten spijt, levend het einde van de oorlog en duikt daarom opnieuw onder, nu bij zijn ouders in Zaandam. Daar weet hij zich schuil te houden tot augustus 1945. Hoewel hij zich nog snel in een kast verbergt, vinden zijn achtervolgers hem toch. Hij wordt opgesloten in Fort Erfprins in Den Helder en in de volgende maanden meermalen uitgebreid verhoord. Aanvankelijk maakt hij daarbij zijn rol zo klein mogelijk; hij was slechts een bureauklerk zonder wezenlijke invloed. De hoeveelheid bewijs van het tegendeel is echter te overstelpend.

Tijdens een van de ondervragingssessies verklaart Muusse, weinig geloofwaardig gezien zijn afscheidsbrief: “Hoewel ik tijdens de bezetting als idealist mijn dienst gedaan heb bij de SD ben ik nu blij dat Duitsland de oorlog heeft verloren, waardoor thans de mensen weer in vrijheid kunnen leven, wat anders zeer zeker niet het geval geweest zou zijn.”

De rechters die over zijn lot moeten oordelen kennen geen genade. Op 17 juli 1947 hoort Muusse de doodstraf tegen zich uitspreken. Hoewel hij in cassatie gaat, blijft dat oordeel gehandhaafd. De troonsbestijging van Juliana redt hem. Op 5 januari 1949 verleent de nieuwe koningin hem gratie. Zijn straf wordt teruggebracht tot 22 jaar cel.

Hoe het Luwe Muusse nadien verging is onbekend.

BS-dossier over fusillade op Burcht (9-2-1945)

 

 

Advertenties

De laatste dag van Jan Bonekamp

19 mei

De IJmuidense verzetsman Jan Bonekamp had vandaag wellicht zijn honderdste verjaardag kunnen vieren, ware het niet dat hij op 21 juni 1944 in Zaandam het leven liet. De aanslag op de Zaandamse politiecommandant Willem Marinus Ragut werd hem fataal. Hier het verhaal van Bonekamps laatste levensdag.

Jan Brasser verstrekte meer dan eens liquidatieopdrachten aan de onder hem vallende Jan Bonekamp. De RVV-commandant: ‘Jan werd voor dat werk gevraagd omdat ie durf had, snel was en trefzeker schoot. Jan was fanatiek. Ik kwam hem wel eens tegen en dan riep ie al uit de verte tegen me: Heb je nog wat te doen? Als je me niets te doen geeft ga ik zelf, zei ie dan. En ik moet zeggen dat Jan Bonekamp regelmatig verdween en dan zelf z’n onderzoeken instelde en neerschoot wanneer het voor hem een duidelijke en dus rechtvaardige zaak was.’

Trijntje Bult uit Limmen, bij wie hij en Hannie Schaft regelmatig logeerden, typeerde Bonekamp als ‘kort aangebonden soms, altijd overal op af willen vliegen’. ‘Hij kreeg hier vaak op z’n donder van Jan Brasser als ie weer eens zonder voorkennis op eigen houtje iets had uitgehaald.’ Een andere RVV’er, Truus Menger, onderschreef dat: ‘Hij was voor alle commandanten uit de Zaanstreek een lastige knaap. Bijzonder eigengereid, maar ook erg moedig.’ Te moedig zelfs. ‘Wel een knul om mee op pad te gaan, dacht ik. Toch vond ik Hannie en Jan geen ideale combinatie. Die stille Hannie en die overmoedige, kordate Jan.’

De Zaandamse politiechef Willem Marinus Ragut (Leiden, 31-7-1897) zou Bonekamps laatste prooi worden. Het was overigens niet de eerste keer dat er op deze korpscommandant werd gemikt. Al twee maal eerder was geprobeerd een aanslag op hem te plegen. In december 1943 was het weer raak. Medewerkers van de Sicherheitspolizei voerden toen in Beverwijk een zogeheten Silbertanne-moord uit op Arbeidsbureau-medewerker Leendert Bastiaan Verdoorn (diens collega Gerard Paauw werd eveneens geraakt, maar hij overleefde de moordpoging). Het was hun antwoord op het doden van de fanatieke Beverwijkse NSB’er en SS’er Hendricus van den Bergh, enkele weken eerder. Bij toeval was Ragut getuige van de aanslag op Leo Verdoorn, een collega van Van den Bergh. Hij vermoedde een verzetsdaad, zette de achtervolging in en schoot zes keer op zijn vluchtende ‘collega’s’. Uit het politierapport: ‘De daders verdwenen daarop achter de huizen langs in de richting van de Zeestraat. Hij [Ragut] deelde tevens mede, dat hij persoonlijk ook door zijn overjas was geschoten. In de overjas zat een gat in de linker- en rechterpand en eveneens in de gulp van zijn bovenbroek.’ Een volgende poging om de korpschef uit te schakelen, op 21 juni 1944, slaagde wel, zij het dat de te betalen tol hoog was. Het zou de bekendste aanslag op een nazi-collaborateur in de Zaanstreek worden.

Na zijn gedwongen vertrek bij de politie Beverwijk – hij had in beslag genomen kaas achterovergedrukt – werd Ragut plaatsvervangend leider van de afdeling Hausraterfassung van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. Die dienst was in het leven geroepen om joods bezit te inventariseren en beheren. Van daaruit maakte Ragut de promotie naar Zaandam. De kapitein van de Staatspolitie was ook medewerker van de Sicherheitsdienst en wist in die hoedanigheid nogal wat mensen in handen van de Duitsers te spelen. Met name daarin zag de Raad van Verzet aanleiding om Ragut te elimineren. Hannie Schaft en haar vriend Jan Bonekamp kregen opdracht om die taak uit te voeren. Jan Brasser: ‘Op 17 of 18 juni 1944 haalde Jan mij in op de Provincialeweg. (…) Hij zei: Je hebt het eens over die Ragut gehad. Ik zei: Ja. (…) Ik had niet lang tevoren contact gehad met een inspecteur van politie, Bob Pel, ook in Zaandam dus. Daar had ik alle mogelijke inlichtingen van ontvangen.’

Robert Pel was er inderdaad bij betrokken. Ruim vier jaar na de aanslag zei hij in een getuigenverklaring: ‘Hoewel ik in principe een tegenstander ben van het elimineren, het eigen rechter spelen en ook al door de gewelddadige represailles die daarop werden genomen op de onschuldige burgerbevolking, meende ik toch dat het geval Ragut dusdanig noodzakelijk was dat deze geëlimineerd moest worden en hiervoor dus ook een uitzondering op zijn plaats was. Nadat de gewestelijk commandant, overste Wastenecker, tot de eliminering van Ragut opdracht had gegeven, heb ik aan deze opdracht ook mijn medewerking gegeven. Daartoe kwam de commandant van de GSA, de heer Co [sic] Brasser bij mij aan huis en vroeg mij alle bijzonderheden welke van nut konden zijn bij deze aanslag. Ik heb daartoe de heer Brasser geadviseerd, teneinde misverstanden te voorkomen, de heer Ragut neer te schieten op de dag dat hij in Amsterdam zijn bijeenkomsten voor korpscommandanten had. Dat was de enige dag in de maand dat de heer Ragut in uniform liep. Verder deelde ik mede waar de heer Ragut precies woonde en dat hij de gewoonte had om 8.25 uur van huis te vertrekken door de Westzijde naar het bureau aan de Vinkenstraat te Zaandam, waar hij dan zijn auto nam en zich naar Amsterdam liet brengen. Brasser kon zich hiermede volkomen verenigen en deelde mij nog mede dat hij voor de verzetsactie enige verzetsmensen uit Velsen en Beverwijk had aangewezen, aangezien de Zaandamse verzetsmensen op dat tijdstip te veel in het oog zouden lopen.’

Brasser: ‘Ik heb met Jan afgesproken, want de volgende dag moest ik naar Amsterdam en de daarop volgende ochtend zou ik terugkomen. Dan zouden we elkaar treffen in het café, schuin tegenover het station Zaandam. Zo en zo laat daar zijn. Hij en Hannie waren daar op de afgesproken tijd. Ik heb verteld wat ik wist, vooral de informatie van Bob Pel. Ik zei: Dan gaan we nou de route fietsen van zijn adres aan de Westzijde naar het politiebureau in de Vinkenstraat. Dat hebben we gedaan. Daarna ben ik m’n gang weer gegaan. Jan zei: Het komt in orde. Hannie zei: We zullen proberen het zo vlug mogelijk te doen, want er is nog veel meer werk aan de winkel.’

Het duo verkende voorafgaand aan hun actie de Zaandamse buurten. In de vroege ochtend van 21 juni fietsten ze van hun schuiladres in Limmen naar Zaandam. De tuinderswoning van de familie Bult was hun uitvalsbasis voor verkenningen en voor schietoefeningen in de nabij gelegen duinen. Bovendien hadden ze er de ruimte voor elkaar. Want hoewel Jan getrouwd was en thuis in IJmuiden een dochtertje had, was er een liefdesrelatie ontstaan met de zes jaar jongere Hannie. Het stel was sinds een paar maanden onafscheidelijk.

Jan Bonekamp Jan Bonekamp

Brasser waarschuwde naar eigen zeggen Jan Bonekamp voor de gevaren die deze klus met zich meebracht. Kapitein Ragut wist dat hij een potentieel doelwit was en had gezworen dat hij bij een schietpartij niet het enige slachtoffer zou zijn. Brasser: ‘Ik zei tegen Jan dat Ragut waarschijnlijk twee pistolen op zak had, die hij bij het minste of geringste zou gebruiken.’ Om de risico’s te verminderen wonnen Jan en Hannie informatie in over de politiechef, berekenden ze waar en wanneer ze het best konden toeslaan en onderzochten ze de vluchtmogelijkheden. Hoewel het geen routinekarweitje zou worden, waren de risico’s te overzien. Ragut werd niet beschermd door lijfwachten en Bonekamp beschikte over voldoende ervaring: in de voorgaande maanden had hij een stuk of zes landverraders om zeep gebracht. Hij was een trefzekere schutter en happig op het uitschakelen van zoveel mogelijk vijanden, bijna ongeacht de gevolgen. Voor Hannie werd het de tweede liquidatie. Op 8 juni hadden Jan en zij in Heemstede de NSB’er Piet Faber neergeschoten, haar eerste dode in wat uiteindelijk een flink rijtje zou worden. Het duo was verbeten. Anderhalve week voor ze Ragut opzochten was er een groep verzetsmensen geëxecuteerd, onder wie Jans vriend Gerrit van der Veen. Jan en Hannie zonnen op wraak.

Frans van der Wiel, gewestelijk commandant van de RVV-Haarlem en omgeving, wist ook van de liquidatieopdracht: ‘Tezamen met haar trouwe kameraad Jan Bonekamp toog zij er op uit, nadat ik haar nog eens flink met de revolver geoefend had. Het kwam vast te staan dat voornoemde politiepresident zich ’s morgens om ongeveer half negen van zijn woning naar zijn bureau begaf. Hannie en Jan waren vóór half negen te Zaandam aanwezig en stelden zich op langs de route die de politiepresident zou nemen.’ Willem Ragut woonde op Westzijde 77a, een paar minuten fietsen van het hoofdbureau. Sprekend over 21 juni zei Van der Wiel: ‘De politiepresident kwam voorbij en Jan en Hannie stappen op hun fiets. Er was afgesproken dat Jan het eerst zou schieten en Hannie een tiental meters achter Jan zou aanrijden om hem in de rug te dekken. Na geschoten te hebben zouden zij elk langs een andere weg naar een afgesproken punt rijden waar zij elkaar zouden ontmoeten. Toen Jan dicht genoeg genaderd was schoot hij en de NSB-politiepresident stortte zwaar gewond neer, naar het scheen op slag dood. Jan reed door en Hannie draaide om, om mogelijke achtervolgers te weren en langs een omweg naar Jan te gaan. Zij keek nog eenmaal om en tot haar grote schrik zag zij dat de politiepresident zich met een laatste geweldige krachtsinspanning had opgericht en zijn revolver leegschoot op haar wegfietsende kameraad. Hierna stortte de politiepresident dood ter aarde. Jan vluchtte ergens binnen omdat hij, zoals pas later bleek, levensgevaarlijk gewond was. Hannie wist dit op dat moment nog niet en dacht dat Jan zich wel in veiligheid zou stellen. Zelf moest zij zich haasten om uit de voeten te komen.’

Van der Wiels verklaring strookt niet helemaal met die van enkele andere personen, onder wie de Zaandamse ooggetuige Jo Brochard: ‘Ineens trekt een van de twee, dat was dus Hannie Schaft, een pistool en schiet. Ik zie nog dat gaatje dat die man in zijn rug had. Nou gaatje? Het was een flink gat. Hij viel neer, maar kwam weer overeind en begon met zijn armen te maaien en te schieten.’ Hannie was toen al volgens afspraak weggefietst van de hoek Botenmakersstraat/Westzijde, waar Ragut naast de stoeprand neerviel. Jan Bonekamp niet. Hij wilde controleren of de politieman dodelijk getroffen was. Op dat moment kwam Ragut nog één keer omhoog, zijn pistool in de hand. Vrijwel tegelijkertijd schoten de twee mannen op elkaar. Ragut stierf onmiddellijk, de in zijn buik geraakte Bonekamp fietste hevig bloedend en ineenkrimpend van de pijn weg.

Al snel na de schietpartij arriveerden er enkele agenten bij de naast zijn fiets liggende Ragut, zo blijkt uit het politierapport van die dag. ‘Onmiddellijk hoofdwachtmeester v/d Schaaf met het beschikbare personeel daarheen gezonden’, schreef de dienstdoende politieman. ‘Geneeskundige dienst mede in kennis gesteld. Later meldt de opperwachtmeester Van Galen dat genoemde kapitein ten gevolge van een schotwond in de rug is overleden. De doktoren Van Dam, Kummer en Brat waren nog ter plaatse van de aanslag geweest. Het lijk is per ziekenwagen naar het Gem. Ziekenhuis vervoerd en daar voorlopig onder bewaking gesteld.’

Jan Bonekamp wist een paar honderd meter ver te komen. Via een steeg achter een bloemenwinkel belandde hij in de keuken van de familie Unk, die op Westzijde 7b woonde. Naatje Unk: ‘De persoon vertelde ons dat hij was aangeschoten door de politiekapitein van Zaandam en vroeg of wij direct een dokter wilden waarschuwen. Mijn dochter Geertje is naar mijn buurman Schipper gegaan en heeft hem gevraagd of hij een dokter wilde opbellen. Maar in plaats van de dokter heeft Schipper de politie gewaarschuwd. Tijdens de afwezigheid van mijn dochter heeft de onbekende persoon mij een pistool en een portefeuille gegeven.’

Bloemist Johan Schipper was inderdaad naar het naastgelegen politiebureau gelopen. Daar vertelde hij adjudant Jan van der Schaaf over het slachtoffer op de keukenvloer. Even later betrad deze SS’er en NSB’er de woning: ‘Mevrouw Unk deelde mij mede dat deze man, terwijl zij nog in bed lagen, in de keuken was neergevallen en dat hij haar genoemd wapen en een portefeuille had gegeven, terwijl hij gezegd had dat deze verdwijnen moesten’, vertelde Van der Schaaf kort na de oorlog. ‘Ik nam de portefeuille in beslag. Genoemde man, die in de keuken lag, was blijkbaar zwaar gewond en riep: “Help”.’ Bonekamps noodkreet bood geen soelaas. Van der Schaaf: ‘Ik ben toen voor de deur van deze keuken op wacht gaan staan tot de wachtmeester Hendrikse bij mij kwam. Ik ben toen de steeg ingegaan en heb de gewonde man, die hevig kreunde, opgetild.’ Zijn poging om Jan Bonekamp naar het bureau te dragen faalde. Met behulp van een paar collega’s lukte dat even later wel. Ze legden hem in cel II.

Een van de weinigen die toegang kregen tot de zwaargewonde was politiearts Willem Levend. Die vertelde in een naoorlogs proces-verbaal de bewaker te hebben weggestuurd. ‘Daarna heb ik direct de man onderzocht. De man vroeg aan mij: “Ga ik dood?”, waarop ik gezegd heb: “Het is erg, maar je gaat direct naar het ziekenhuis.” Toen zei hij: “Doe ze de groeten van mij.”’

Jan Bonekamp had op dat moment de hem kenmerkende bravoure blijkbaar nog niet helemaal verloren. Hij was echter ten dode opgeschreven. De te hulp geroepen Sicherheitsdienst liet hem naar het Luftwaffe Lazarett in Amsterdam vervoeren en deed daar haar uiterste best om de stervende arrestant informatie te ontlokken. Ze injecteerden de steeds verder wegzakkende gevangene met stimulerende middelen om hem tot praten te bewegen. Kort voor Bonekamp stierf noemde hij Hannie Schaft en haar adres in de Haarlemse Van Dortstraat. Die informatie, plus wellicht een in Bonekamps portefeuille gevonden foto van Hannie zou de Duitsers van pas komen toen ze deze verzetsstrijdster – hen tot dan alleen bekend als ‘het meisje met het rode haar’ – gevangen namen, op de kop af negen maanden na de dood van zowel Willem Ragut als Jan Bonekamp. Mede daardoor haalde ook Hannie Schaft niet levend de bevrijding.

(Tijdens de Tweede Wereldoorlog brachten Zaanse verzetsstrijders meer dan twintig collaborateurs, zwarthandelaren en andere gevaarlijk geachte personen om het leven. In mijn boek ‘Korte metten. De Zaanse liquidaties (1940-1945)’ worden deze liquidaties uitgebreid beschreven. Ook de mislukte en verzonnen aanslagen alsmede de dilemma’s die deze beslissingen over leven en dood met zich meebrachten komen in ‘Korte metten’ uitgebreid aan bod. Het 148 pagina’s tellende boek is te bestellen in de boekhandel, via Bol.com of door overmaking van €17,95 op rekening 70 80 04 326 ten name van E. Schaap in Zaandam, o.v.v. ‘Korte metten’.)

B) Willem Ragut Willem Ragut

Korte metten

1 mrt

Kom, laat ik eens een voorproefje geven. Van een nieuwe publicatie. Korte metten heet het. Met als ondertitel De Zaanse liquidaties (1940-1945). De concept-omslag is hieronder zichtbaar. Dit boek is zo goed als gereed en bijna verkrijgbaar. Laten we zeggen vanaf 21 maart, de Internationale dag tegen racisme. Dat lijkt me wel een mooi moment voor een uitgave over het gewapend verzet tegen het nationaalsocialisme.

Er zijn weinig Nederlandse regio’s waar tijdens de oorlog zoveel liquidaties plaatsvonden als in de Zaanstreek. Het plaatselijk verzet schoot hier vanaf 1943 meer dan twintig mensen dood. De slachtoffers waren vrijwel altijd collaborateurs en zwarthandelaren, maar soms stierf er ook een onschuldige. In Korte metten zijn voor het eerst alle geslaagde en mislukte aanslagen op een rij gezet. Voeg daar de nog altijd onopgeloste eliminatieraadsels aan toe en het resultaat is een boek waarin de veelal noodlottige oorlogservaringen  van ruim veertig mannen en vrouwen zijn weergegeven. De beschrijving van de (pogingen tot) liquidaties is aangevuld met foto’s, bijzondere documenten en een uitgebreid hoofdstuk over de personen en organisaties die dit meedogenloze werk voor hun rekening namen.

Geïnteresseerd? Bestellen kan vanaf 21 maart via de boekhandel of via Bol.com. Of nu al, door overmaking van €17,95 per exemplaar op bankrekening 70 80 04 326 t.n.v. E. Schaap in Zaandam (onder vermelding van Korte metten). Ik zorg dan dat het boek direct na verschijning op uw deurmat valt. Wel graag uw adresgegevens vermelden!

Korte metten. De Zaanse liquidaties (1940-1945)
148 pagina’s
€17,95
ISBN 9789402116397
   

Korte metten

De verrader en het meisje

1 jan

Zomaar, omdat het kan. Als nieuwjaarspresentje. Een lang artikel van Harm Ede Botje en ondergetekende uit het kerstnummer van Vrij Nederland. Over het tragische oorlogsleven van Amsterdammer Johan van Lom, de man die begin 1945 onder meer verantwoordelijk was voor het verraad van de Zaandamse verzetsstrijders Walraven van Hall en Jaap Buijs.

Prettige en hopelijk vrije dag verder.

Johan van Lom

Johan van Lom in 1936

Oorlog

9 nov

Vorige week was ik aanwezig bij de condoleancebijeenkomst voor een Zaanse oud-verzetsman. De overledene was bij leven en welzijn een aimabele, intelligente en hulpvaardige man. Bescheiden was hij ook. Zijn illegale activiteiten tussen 1940 en 1945 reduceerde en verdonkeremaande hij nadien zoveel mogelijk. Andere leden van de ondergrondse zwaaide hij daarentegen volop lof toe. Hij werd 93. Geestelijk was hij nog fit, lichamelijk hield het op. De laatste maanden keerde hij in zijn dromen regelmatig terug naar de Tweede Wereldoorlog, vertelde zijn zoon. Het leidde tot onrust, tranen en nachtmerries.

Diezelfde middag mocht ik beroepshalve aangifte doen tegen een neonazistische voortrekker. Het betrof een haatdragende, stupide en egoïstische man. Zijn internetpagina’s waren gevuld met hakenkruizen. Zijn profielfoto toonde een zelfportret met SS-helm. Op een ander plaatje stond hij te siegheilen. In de veertig was deze mislukking inmiddels, maar hij had nog altijd niets geleerd.  Het contrast met die oude illegale strijder had niet groter kunnen zijn.

Normaliter wens ik iedereen het beste toe. In dit geval niet. Ik gun het wannabe-Hitlertje de komende tijd veel onrust en verhelderende nachtmerries. Bij voorkeur over de oorlog.  

    

Oorlog, toen en nu

4 nov

De komende Kristallnachtherdenking op 9 november (er zijn nog een paar kaarten beschikbaar voor het tweede deel van de bijzondere filmavond hierover in De Fabriek) lijkt me een mooie aanleiding voor onderstaand stukje. Stel je een gebeurtenis uit de Tweede Wereldoorlog voor en transformeer die naar 2013. De tijdmachine bestaat nog niet, maar fotoshoppen is wel mogelijk. En dan krijg je dit verbazingwekkende effect. Zelden kwam de oorlog zo dichtbij als hier. Op deze plek zijn nog wat voorbeelden te vinden, maar dan ook in andere plaatsen dan Amsterdam (en gefabriceerd door een andere maker).

Het lijkt me wel iets voor de Zaanstreek. Deze vorm van fotomontage maakt het (ook) voor kinderen duidelijker hoe nabij de periode 1940-1945 is en wat de gevolgen van haat en onverdraagzaamheid kunnen zijn. De oorlog wordt op deze wijze bijna tastbaar.

Zaanse oorlogsfoto’s zijn er genoeg. Settings waarin ze kunnen worden geplaatst eveneens. Nu alleen nog een organisatie vinden die dit wel ziet zitten. Wie?  

(Met dank aan Elly, die me op de foto’s attendeerde.)

Toen en Nu

Fotomontage Michel Dankaarts, LBi Lost Boys  
© NIOD/Anne Frank Stichting 

Leven van Marcus Bakker hing aan zijden draadje

26 okt

Het is bij mijn weten een onbekend hoofdstuk in het levensverhaal van Marcus Bakker (1923-2009), de bekendste politicus die de Zaanstreek ooit kende. Dit communistisch kopstuk zou in 2013 90 zijn geworden, ware het niet dat hij vier jaar geleden overleed. Dat hij zo oud werd mag, op basis van hetgeen ik onlangs in de archieven aantrof, een klein wonder heten. Want zeventig jaar geleden, in 1943, was de Sicherheitsdienst naarstig op zoek naar Bakker. Indien deze boekhouderszoon uit de Zaandamse Slachthuisbuurt conform de SD-opzet,in Duitse handen was gevallen, had Marcus Bakker de oorlog waarschijnlijk niet overleefd.

In november 1943 ontdekte Francisca de Munck-Siffels -een jonge vrouw die in de Zaandamse Havenbuurt woonde en net als Bakker lid was van de illegale Communistische Partij Nederland- dat haar man vreemdging. Met haar eigen zuster nog wel. Fransje de Munck stapte daarop woedend naar de Sicherheitsdienst. Ze bracht niet alleen haar man aan, maar ook tal van andere (vermeende) communisten. In de nacht van 22 op 23 november 1943 reed ze met de SD door de Zaanstreek en wees her en der adressen aan van partijgenoten en verzetsmensen. Een groot aantal van hen werd opgepakt, zeven zouden het niet overleven. In de maanden daarna ging Fransje door met haar verraderswerk. Haar verhaal is hier te lezen.

Marcus Bakker had in 1943 staatsexamen Latijn en Grieks gedaan. Hij wilde doorgaan met zijn studie, maar de oorlog gooide roet in het eten. In november 1943 werd hij lid van de CPN. Het was zo ongeveer het minst gunstige moment om dat te doen, gezien het feit dat Fransje de Munck-Siffels haar woede die maand ging botvieren op de communistische aanhang in de regio. Maar dat kon Bakker toen natuurlijk niet weten. De 19-jarige student beperkte zich niet tot het lidmaatschap sec. Hij begon ook te publiceren in het ondergrondse communistische blad De Waarheid en werd zodoende actief binnen de illegaliteit. En daarmee een begerenswaardig jachtobject van de nazi’s.

Bij het Nationaal Archief vond ik afgelopen week in een strafdossier een interessant citaat over Bakker. Het is net na de bevrijding geschreven en afkomstig van een politieagent die tijdens de Tweede Wereldoorlog werkzaam was in Zaandam. Deze Johannes Gerardus van der Meij (1915-1979) was zelf niet brandschoon in zijn handelen, maar tipte naarmate de oorlog vorderde wel af en toe de Zaanse verzetsbeweging over op handen zijnde nazistische activiteiten. Afgaand op Van der Meijs naoorlogse getuigenverklaring zou dat de redding betekenen van Marcus Bakker. Ik citeer: “Mej. Siffels had opdracht van de SD om den zoon van Bakker, boekhouder van het slachthuis te Zaandam Tel. 4646 op te sporen. Daartoe is zij ten huize van Bakker gaan informeeren of deze thuis was. Onmiddellijk werd door mij den Heer Bakker op de hoogte gebracht van de juiste stand van zaken. Zoon nimmer gearresteerd.”

Marcus Bakker wist dankzij Van der Meij te ontsnappen aan arrestatie en een langdurig verblijf in de gevangenis, met mogelijk het executiepeloton of een concentratiekamp als vervolg. Of hij ooit heeft geweten dat hij zo dicht aan de rand van de afgrond stond weet ik niet. Misschien dat de biograaf van Marcus Bakker daarover eind volgend jaar opheldering geeft. Tot dan moet u het doen met het bovenstaande, in de wetenschap dat de geschiedenis van het communisme in Nederland er waarschijnlijk heel anders had uitgezien als de Sicherheitsdienst was geslaagd in haar doelstelling.