Tag Archives: Tonny Jansen

Hannie Schaft en zo

4 mei

Deze week plaatste Vrij Nederland een artikel over Hannie Schaft en Jan Bonekamp, het resultaat van een vondst die ik deed in het Nationaal Archief. De hoofdrolspeler in het verraad van verzetsman Bonekamp (en daardoor ook Schaft) was een Zaandamse politiecommissaris, Tonny Jansen. Deze publicatie leverde een aantal reacties op. Onder meer van Henk Taai, die al een paar jaar onderzoek doet naar de Zaandamse politie tijdens de oorlog, in een poging dat verhaal in een roman te verwerken. Afgelopen december vertelde Taai tegen Dagblad Zaanstreek dat Jansen (die na de bevrijding wegens collaboratie tot 2,5 jaar cel werd veroordeeld) louter verzetsdaden op zijn naam had staan. Taai had weliswaar Jansens strafdossier niet gezien, maar diens familie zei dat Jansen goed was geweest en dus was het zo.

Dagblad Zaanstreek wijdde afgelopen week een stukje aan mijn artikel in Vrij Nederland en prompt reageerde Henk Taai weer. Hoewel hij nog altijd de dossiers niet had gelezen van Jansen en een andere politieman die bij het verraad was betrokken, wist hij dat ik het opnieuw verkeerd had. Jansen had Bonekamp nooit kunnen redden. En, primeurtje, er zou een dodenlijst bestaan met daarop de namen van tien Zaanse agenten. Die zouden worden gefusilleerd als de dader van de aanslag op de foute politiecommandant Ragut -Bonekamp en Schaft schoten hem dood- niet werd gepakt. Bewijzen heeft Taai niet, alleen ‘mondelinge aanwijzingen’ dat zo’n lijst zou bestaan.

Taai in Dagblad Zaanstreek: “Erik Schaap doet geweldig werk, maar hij kijkt met de ogen van een verzetsstrijder. Ik kijk met de bril van een politieman omdat ik uit die wereld kom.” Henk Taai, zelf douanemedewerker, heeft blijkbaar de bril van zijn grootvader geërfd. Die was namelijk wel politieman. Ik wacht Taais dodenlijst af. Vooralsnog ga ik er vanuit dat die in hetzelfde laatje ligt als de bewijzen voor de Velser affaire en prins Bernhards stadhoudersbrief

Meer geraakt was ik door de mail van een zoon van Karel de Leeuw, een joodse huisarts die tot januari 1942 in de Zaandamse Stationsstraat woonde. Zijn (niet-joodse) echtgenote en hij werden door de nazi’s gedwongen om hun huis te verlaten en naar Amsterdam te vertrekken. ‘Verzetsman’ Tonny Jansen nam vervolgens zijn intrek in hun woning. Alex de Leeuw, in reactie op Vrij Nederland, over zijn vaders naoorlogse terugkeer naar Zaandam: “Het huis in de Stationsstraat bleek in een chaos te zijn achtergelaten door de bewoner, de in het artikel beschreven politiecommissaris Jansen. Volgens het verhaal van mijn moeder lag het interieur bezaaid met lege wijnflessen. Het gaf de indruk dat er een comfortabel leven was geleid in dit huis, waarvan het de bedoeling was dat de oorspronkelijke bewoner -mijn vader- zou zijn afgevoerd en geliquideerd met alle andere joden. Het zal niet de bedoeling van onder meer Tonny Jansen geweest zijn dat hij zou terugkeren.

Mijn moeder vertelde ook dat kort na de bevrijding een familielid van Tonny Jansen aan de deur stond met het verzoek de clivia terug te krijgen, waar neef Tonny zo op gesteld was. Verbijsterd heeft mijn moeder de betreffende dame afgepoeierd.”

Nu zit ik met een dilemma. Moet ik bovenstaande mail lezen met de ogen van een verzetsstrijder? Met de bril van een politieman? Of toch maar als onderzoeker zonder vooringenomen opinie?

Jansen 001Tonny Jansen

Advertenties

De jacht op het verzet

18 mrt

Sinds Ad van Liempt met pensioen is lijkt hij productiever dan ooit. Zijn specialisme is de Tweede Wereldoorlog en daarover maakt hij tal van boeken en tv-programma’s. Op basis van het afgelopen week onder zijn redactie verschenen boek De jacht op het verzet presenteerde het tv-programma Andere Tijden gisteren een documentaire over een fanatieke groep Drentse Landwachters, NSB’ers die tijdens de oorlog fouter dan fout waren. Helaas haalde Andere Tijden de Landwacht Nederland en de Nederlandse Landwacht door elkaar, twee verschillende organisaties. Het is een relatief klein foutje, maar daarvan zijn er in De jacht op het verzet -waarin voornoemde vergissing overigens niet wordt gemaakt- ook tamelijk veel te vinden. Al met al lijkt de publicatie een haastklus te zijn geworden. Om een paar voorbeelden te geven: zowel joden als landwacht wordt afwisselend met en zonder hoofdletter geschreven. Bedragen in oorlogsguldens worden vertaald naar de tegenwaarde in euro’s (afwisselend in letters en als € geschreven), maar die waarde fluctueert. Het verhaal van verzetsman Jacob Mohlenpage, die het amateuristische schietwerk van een executiepeloton overleefde, wordt twee keer verteld. En zo zijn er nog wat meer of minder storende details. Een goede eindredactie had veel kunnen voorkomen.

Het laat onverlet dat De jacht op het verzet een uitstekend beeld geeft van de vaak sadistische strijd die de Duitsers en hun Nederlandse handlangers voerden tegen de Nederlandse illegaliteit. Op basis van honderden dossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) illustreren de auteurs wat een misselijkmakende, schokkende methodes er tijdens de oorlog zijn gebruikt om het verzet de kop in te drukken. Ook wordt duidelijk hoe groot de rol is die drank speelde bij de gepleegde terreur. Het boek maakt nieuwsgierig naar Van Liempts volgende project, waarover hij me enkele weken geleden vertelde: het levensverhaal van een Nederlandse verzetsstrijder.

Wat dat in de geschiedschrijving onderschatte alcoholmisbruik betreft: daarvan ken ik ook enkele voorbeelden uit de Zaanstreek. Laat ik er eentje uitkiezen waarover in de oorlogsliteratuur niet eerder is gepubliceerd. Ook onderstaande informatie is afkomstig uit het CABR. De hoofdrolspelers: Hendrik Vitters (de NSB-burgemeester van Zaandam) en Tonny Jansen (de opportunistische korpschef van politie in Zaandam) aan de ene kant en hun prooi, bestaande uit de NSB’ers A. van den Berg, D. Hagoort, Herman Moraal en Jan Pieter de Vries, aan de andere zijde. Allereerst de verklaring die Vitters in 1947 aflegde over deze beschonken tegenstanders uit eigen gelederen.  

“Op 19 september 1944 hebben enkele NSB’ers een aanslag op mij willen plegen, daar ik zogenaamd Engels spion zou zijn. Deze personen waren wijlen A. v.d. Berg, wijlen Hagoort, Herman Moraal en J.P. de Vries. Zowel van NSB- als van politiezijde was ik tevoren reeds gewaarschuwd. De vete was door diverse dingen ontstaan, onder andere door het vorderen van luxe wagens en het weghalen van sigaretten, onder andere door ‘mijnheer’ Hagoort, en op 19 september zijn voornoemde mensen aan mijn woning geweest om mij te pakken. Daarna zijn zij vertrokken in de richting Zaandijk en bij de oude Guisweg te Zaandijk kregen ze met de wagen een ongeluk, mede doordat zij onder de invloed van sterke drank waren. Ik kreeg een telefoontje van de politie en ben onmiddellijk met onder andere Tonny Jansen, J. v.d. Schaaf en nog enige politiemannen naar de plaats van het ongeluk gegaan. Ik heb de politie gezegd, dat ik voor eventuele gevolgen de verantwoording op mij zou nemen. Op de plaats van het ongeluk aangekomen zag ik J.P. de Vries bewusteloos op de grond liggen, Herman Moraal zat met de handen aan zijn hoofd in de omgekantelde wagen, Hagoort en Van den Berg stonden op de weg. Ik ben op Hagoort toegelopen, waarna er met hem een woordenwisseling ontstond. Daarop heb ik uit zelfverdediging Hagoort neergeschoten. Van der Berg stond schuin achter mij, zodat ik hem niet kon zien. Van den Berg stond onder andere bij Tonny Jansen. Van den Berg droeg een revolver in de houder. Nadat ik Hagoort had neergeschoten, vernam ik achter mij nog een schot. Ik keerde mij om en zag Van den Berg op de grond liggen. Ik knielde naast hem neer en constateerde dat zijn revolver nog in zijn tas zat. Ik heb meteen aan Jansen gevraagd waarom hij hem had neergeschoten. Hij antwoordde mij dat Van den Berg mij in de rug wilde schieten. Van den Berg heeft mij, stervend, zijn excuses aangeboden, en gezegd: ‘Ik heb u niets kwaads willen doen.’ Ik maak mij sterk dat als ik in de plaats van Jansen had gestaan, ik naar voren was gesprongen, temeer daar er nog meer agenten bij Van den Berg stonden.”

Dan de versie van Tonny Jansen, eveneens  daterend uit 1947: “We begaven ons naar Zaandijk, waar we de auto op zijn kop aan de kant van de weg aantroffen. Bij de auto zaten Moraal en v.d. Berg en Hagoort, terwijl De Vries zwaar gewond op de straat lag. Vitters stapte op Hagoort af en zei hem: ‘Jij bent mijn arrestant!’. Hagoort verzette zich, greep een handgranaat, waarop Vitters zijn revolver trok. Achter Vitters stond v.d. Berg, terwijl ik schuins tussen Vitters en Hagoort stond. Toen Hagoort de handgranaat wilde gooien, schoot Vitters hem in de benen. Op dat moment greep v.d. Berg naar zijn pistooltas, waarbij hij naar Vitters keek. Voor de tweede maal schoot Vitters op Hagoort. Op dat moment wilde v.d. Berg zijn pistool grijpen, waarna ik een schot op v.d. Berg loste. Zowel Hagoort als v.d. Berg vielen neer. Ik heb gebruik gemaakt van 6.35’er. (…) Om 4 uur [‘s nachts, E.S.] zijn ze overleden.”

Jansens verklaring komt niet overeen met een twee jaar eerder, door hemzelf geschreven verdediging waarin hij probeerde aan te tonen dat hij de illegaliteit van dienst was: “Door mij NSB’er v.d. Berg, hoofd Lbd. [Luchtbeschermingsdienst, E.S.] en Landwachter, neergeschoten en ten gevolge hiervan overleden. Gemotiveerd: wilde ook schieten (doch dit was niet waar). Scene in elkaar gezet, opdat Vitters een haat kreeg tegen Hagoort, Landwachter, en hem daarna zou aanvallen. Opzet gelukt. Hagoort werd door Vitters doodgeschoten, daar Hagoort tegen mij gezegd zou hebben Vitters te willen vermoorden.”

Al met al was er sprake van een vies spelletje waarbij dit keer geen verzetsstrijders of joden, maar ‘eigen’ mensen het slachtoffer werden. Zowel Jansen als Vitters verdwenen na de bevrijding achter de tralies.

De plundering van de Zaandamse synagoge

12 feb

Het is in 2013 zeventig jaar geleden dat de Zaandamse synagoge werd gepunderd. Enkele weken geleden vond ik een voorheen niet toegankelijk archief hoe de nationaal-socialisten en hun handlangers daarbij te werk gingen.

Nadat de Zaandamse joden begin 1942 waren verbannen naar Amsterdam en Westerbork werd de synagoge op de Gedempte Gracht door de nazi’s in gebruikgenomen als paardenstal. Maar tot op heden was onduidelijk waar de inventaris terechtkwam. In het strafdossier van de Zaandamse politiechef Tonny Jansen wordt een tipje van de sluier opgelicht.

Na de Zaandamse jodendeportatie bleef er weinig over van het joodse gebedshuis in het centrum van Zaandam. Het werd in de navolgende jaren gedegradeerd tot stal en vervolgens vernield. Synagogebestuurder en Holocaustoverlever Jacob Drukker vertelde in 1965 wat er na de oorlog resteerde van de synagoge: “Er stonden nog vier muren, maar verder was alles kapot, totaal vernield. Er zat geen hout meer in of aan. Niet alleen de Duitsers hadden dat gedaan, ook de Zaandammers, allemaal van die goeie Zaandammers…”

Zes Torarollen zouden gespaard zijn gebleven, maar onbekend is waar die nu zijn. De hoofdopzichter van de afdeling Gemeentewerken, de heer Voet, had naar eigen zeggen zilveren voorwerpen onder de vloer van de sjoel verborgen. Na de oorlog bleken die weg. Ook de overige goederen waren spoorloos verdwenen, om nooit meer terug te keren. Het nog altijd vertrouwelijke strafdossier van politiecommandant Tonny Jansen, dat bij het Nationaal Archief in Den Haag ligt, onthult meer over de zwerftocht die een deel van de synagoge-inventaris maakte. In het dikke dossier zit onder meer een getuigeverslag van een collega van Jansen. Hij vertelde kort na de bevrijding: “In juli 1943 werd door Ragut, kapitein van politie te Zaandam, luitenant Jansen, agent van politie Albers en chauffeur Van der Hoeven (misschien nog meer) de synagoge aan de Gedempte Gracht te Zaandam leeggehaald en naar het politiebureau te Zaandam gebracht o.a. een grote, antieke kast, lamp, ijzeren kist en andere voorwerpen, waaronder schilderijtjes en een leeuwenkop. De kast bleef voorlopig bij Ragut op de kamer, nadat Jansen met vlijt de versierselen (Davidsster) met een borstel eraf geslagen had. De lamp en de schilderijtjes werden in het kamertje van de typiste gehangen, op het politiebureau, de leeuwenkop bij Jansen en de kist, welke later bij de burgemeester kwam als wapenkist.”

Op 22 mei 1945 verklaarde Tonny Jansen tegen rechercheur A. van Noort dat hij in zijn huis aan de Stationsstraat diverse gestolen goederen had. “Ik heb nog meer eigendommen van anderen in huis. De geldkist van de Joodse synagoge o.m., maar op alles wat niet van mij is heb ik een briefje geplakt met vermelding van eigenaar en datum, wanneer het bij mij gekomen is.” Aan die verklaring voegde Van Noort fijntjes toe: “Rapp. heeft deze briefjes gezien, het is opmerkelijk dat deze er zo nieuw uitzien.” Blijkbaar probeerde Jansen zijn huid te redden door op het laatste moment te doen alsof hij de gestolen artikelen zorgvuldig bewaarde, opdat ze na de oorlog terugkonden naar de rechtmatige eigenaars.

Na de oorlog kwam dus in in ieder geval iets van de synagogespullen boven water. Desondanks zijn ze nu nog steeds spoorloos. Wie weet er meer over te vertellen?

Nieuws over de familie Pel

29 jan

De toekenningsplechtigheid rond de Yad-Vashemonderscheiding voor de Zaandammers Trijnie en Geertje Pel, afgelopen zondag in het Zaans Museum, was ontroerend. Prettig ook dat Melchert Leguyt er gisteren in Dagblad Zaanstreek zo’n mooi stuk aan wijdde. Ik zou zo’n waarderingsbijeenkomst (nog) veel meer mensen gunnen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun leven waagden om joden te redden, in dit geval de baby Marion Swaab. Helaas, van deze zogenoemde ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ is bijna niemand meer in leven. De 89-jarige Trijnie zal wereldwijd een van de laatsten zijn die persoonlijk de hoogste waardering van de staat Israël in ontvangst mochten nemen.

Het toeval wil dat ik enkele weken geleden, na jaren van vergeefs zoeken en proberen, toestemming kreeg om bij het Nationaal Archief het strafdossier in te zien van Tonny Jansen. Gisteren mocht ik het in handen nemen. De Zaandamse politiecommandant Jansen werd na de bevrijding veroordeeld tot 2,5 jaar cel. Het was een dubieuze man, die zowel collaboreerde als de illegaliteit van dienst was. In zijn dossier is ook de getuigenverklaring te vinden die Jan Pel (Zaandam, 22-10-1918) -de zoon van Geertje- een kleine drie weken na de bevrijding aflegde over Jansen en diens ‘foute’ collega’s Hendrik van der Kraan en Jan Bloemsma. In het verhaal komt ook een Bob Pel voor, een Zaandamse politieman die wel van onbesproken gedrag was. Hieronder de tekst van Jan Pels getuigenverklaring, die her en der wat aanvullende informatie bevat op hetgeen al bekend was.            

“Wij hadden een Joods kind, van familie van ons, in huis. Dit is driemaal (om het half jaar) verraden door v.d. Kraan, die schuin tegenover ons gewoond heeft (was bij de S.D., is later naar Amsterdam verhuisd). Twee keer is de opdracht tot arrestatie buiten Zaandam om gegeven, de derde keer ging het over de Zaandamse politie. De eerste twee keren zijn wij naar de S.D. gegaan en hebben het afgekocht. De laatste keer is Bloemsma hier geweest, alleen. Toen hij geen resultaat had heeft hij geprobeerd Jansen op te bellen, wat niet lukte. Diezelfde dag zijn ze toen 4 à 5 maal aan de deur geweest. Jansen was hierbij de opdrachtgever en de eerste man tussen de S.D. en hier. Hij was de hoofdpersoon die de opdracht van de S.D. tot arrestatie kreeg. Hij stuurde er een ander op af omdat hij zelf niet durfde, in verband met de naam Pel. (Bob Pel is geen familie van ons, maar wel een goede kennis.) Daarna heeft Jansen met Bloemsma en nog een agent nog een keer huiszoeking gedaan. Jansen is hier hoofdzakelijk geweest voor onderduikers (de tweede keer met huiszoeking). Mijn broer en ik waren n.l. onderduikers en de S.D. was daar bij een huiszoeking achtergekomen en had het aan de Zaandamse politie doorgegeven. Zonder te waarschuwen is hij toen gekomen (toevallig hadden wij van Bob Pel een seintje gekregen). Dit was in de tijd toen Jansen nog niet als goed bekend stond. Met dat Jodenkindje heeft Jansen werkelijk kwaad gedaan, want anders had hij het moeten verzwijgen. Als hij gewild had, had hij het kunnen laten lopen. Mijn moeder is te goeder trouw naar de Euterpestraat gegaan; het kind was al verborgen. Mijn moeder is nog steeds niet terug. Op dezelfde dagen is bij Sap in de Pr. Hendrikstraat hetzelfde gebeurd, evenals bij H. Fris op de Pr. Hendrikkade (alles verraden door v.d. Kraan).”

Voor de enkeling die nog denkt dat Tonny Jansen een ware verzetsman was; bekijk zijn imposante dossier bij het Nationaal Archief en kom tot een andere conclusie.

afbeelding 4 Swaab (Marion/Map)
Geertje Pel en onderduikster Marion Swaab