Tag Archives: Synagoge

De literaire Zaanstreek (?)

20 nov

Wellicht is er sprake van wishful thinking mijnerzijds maar het lijkt er op dat de Zaanstreek steeds belezener wordt. Gisteren zat de kleine zaal van het Zaantheater bijna vol tijdens de Literaire Salon. En dat terwijl er niet eens een Kluun of Noort op het podium stond, maar de aandacht gericht was op twee min of meer Zaanse schrijvers die al bijna een eeuw dood zijn: Jacob Israël de Haan en Carry van Bruggen.

De laatste bijeenkomst van de Culturele Raad Zaanstad, met Tommy Wieringa, telde ook meer dan honderd bezoekers. En de volgende sessie, op 25 november met Midas Dekkers, is al uitverkocht. Voor Freek de Jonge, die naar aanleiding van zijn jongste boek deze week vijf keer achter elkaar optreedt in het Zaantheater, zijn inmiddels drieduizend kaarten verkocht.

Ik roep het nog maar eens: het wordt tijd voor een nieuwe Zaanse boekenzaak. Zo eentje waarin je ook een kop koffie kun drinken en een gebakje kunt eten. Waar af en toe een lezing plaatsvindt. En waar een breed leesassortiment verkrijgbaar is. Gisteren, in het Zaantheater, werd -niet voor het eerst; er is eerder gepoogd een boekhandelaar te interesseren voor deze plek- de mogelijke locatie van die boekwinkel al genoemd, plus de meest logische naam. Het wordt de voormalige synagoge op de Gedempte Gracht en die heet dan Van Bruggen en De Haan. Prima idee.
(Nu alleen nog even ruim drie miljoen bij elkaar verzamelen om de aankoop van de sjoel mogelijk te maken…)

Advertenties

Hongarije is tegen antisemitisme (en moslims…)

25 sep

De Hongaarse ambassadeur nodigde me uit voor de opening van een expositie over synagogen in Midden- en Oost-Europa. Haar land is namelijk voorzitter van de Internationale Alliantie voor de Holocaustherdenking. Op de bijeenkomst, vanmiddag in Den Haag, spreekt een minister van staat, er is een concert en uiteraard een receptie. Ik kan niet wachten.

Hoewel.

Hongarije is toch dat door premier Viktor Orbán geregeerde land? De man die de doodstraf wil invoeren? Die zei dat islamitische asielzoekers de christelijke identiteit bedreigen? Die van Hongarije een éénpartijstaat probeert te maken? Die verklaarde ‘geen grote aantallen moslims in ons land’ te willen? Die beweerde ‘alles te willen doen om te voorkomen dat Hongarije een multiculturele samenleving wordt’? En die, laten we dat ook niet vergeten, samenwerkt met een extreemrechtse partij die knokploegen inzet tegen Roma. Geen wonder dat zelfs een conservatief politicus als John McCain Orbán vorig jaar een ‘neo-fascist’ noemde.  

Die synagogententoonstelling bezoeken smaakt een beetje als het opzitten bij de Olympische Spelen in Duitsland in 1936. Misschien is het verstandiger als ik wacht op de ambassade-invitatie waarin Hongarije een expositie aankondigt over haar inhumane omgang met Roma, moslims en andersdenkenden anno nu.

Hongarije
Hongaarse vluchtelingen, 1956

 

De wethouder als synagogehandelaar

14 jan

 

Het is vandaag precies 73 jaar geleden dat Zaandam, als eerste Nederlandse gemeente, ‘Judenrein‘ werd gemaakt. Dat was een buitenkansje voor makelaar/wethouder Jacob IJdenberg (Zaandam, 5-8-1893).

IJdenberg werd in juni 1941 op voorspraak van de fanatieke NSB-burgemeester Cornelis van Ravenswaaij wethouder in zijn geboorte- en woonplaats Zaandam. Dat was opmerkelijk: tot het voorjaar van 1937 was IJdenberg nog lid van de socialistische SDAP. Zijn latere NSB-lidmaatschap, zijn plaatselijke naamsbekendheid, het feit dat zijn zoon al vroeg nazistische sypathieën had (hij werd lid van achtereenvolgens de NSNAP en de NSB en werkte in Duitsland bij het NSKK); het sprak Van Ravenswaaij allemaal wel aan. En dus werd de benoeming een feit.

IJdenberg viel met zijn neus in de boter. Op 11 augustus 1941 werd er een nieuwe Duitse verordening van kracht: joden moesten hun vastgoed aanmelden bij de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV). Dat was het begin van een grootschalige onteigeningsprocedure. Het beheer van de in de navolgende jaren geroofde woningen en bedrijfspanden kwam in handen van zogenaamde ‘lasthebbers’, meestal makelaars. Huurders moesten de huur op rekening van de lasthebber storten, die het op zijn beurt -in ruil voor commissie- doorsluisde naar de Vermögensverwaltungs- und Rentenanstalt (VVRA) en van daar naar de beruchte Liro-roofbank.

Judenrein

Toen medio januari 1942 Zaandam als eerste Nederlandse plaats ‘Judenrein’ werd gemaakt, stonden er van de ene dag op de andere tientallen woningen van joodse huishoudens leeg. IJdenberg zag het als een mogelijkheid om naast zijn wethouderssalaris een extra zakcentje te verdienen. Zelden liepen het politieke en zakelijke zo door elkaar als in deze dagen, zo blijkt onder meer uit de B&W-notulen van 6 maart 1942. Tijdens de rondvraag bracht de -toen nog- wethouder Sociale Zaken één punt op tafel: “Hr. IJdenberg vroeg hoe de gang van zaken was bij een eventueele bezetting van huizen van vroegere joodsche huurders.” Met het antwoord kon hij als makelaar wel iets: “Dergelijke woningen, die geruimd zijn, kunnen worden betrokken, mits de daarin nog aanwezige boedels verzegeld in een andere ‘joodsche’ woning kunnen worden ondergebracht. In een dergelijk geval dient men zich te verstaan met den SS-Hauptführer.”

In een naoorlogs proces-verbaal zou IJdenberg een verklaring afleggen over zijn zakelijk handelen: “Tijdens de bezetting ben ik makelaar-vertegenwoordiger geweest van de Grundstücksverwaltung, in welke functie ik diverse Joodse bezittingen heb verkocht, althans mijn bemiddeling hiertoe verleend. Hiervoor ontving ik de normale makelaarsprovisie, n.l. 1%. Ik meen, dat ik in totaal een zeven à acht verkopingen heb gedaan.” Een overzicht in zijn strafdossier laat zien dat het iets meer woningen waren: het betrof huizen van de Zaandamse juweliersfamilie Vet (Willemstraat 1 t/m 9 en Stationsstraat 39 en 39a), alsmede zes woningen aan de Lijsterbesstraat die voordien eigendom waren van de Portugees-Israëlitische Gemeente in Amsterdam.

Daar bleef het niet bij. “Ik heb getracht de synagoge te Zaandam aan de Gemeente te verkopen. Uiteindelijk is dit niet doorgegaan, waarom zou ik niet kunnen zeggen. Ik heb dit gedaan, daar ik het als een normale makelaarszaak beschouwde en er geen kwaad in zag. Dit is voorgevallen in de zomer van 1942”, vertelde IJdenberg na de oorlog tegen de politie. De directeur van de Zaandamse dienst Gemeentewerken, Wouter Zuurmond, kon er iets meer over zeggen: “Als makelaar probeerde IJdenberg de synagoge aan de gemeente te verkopen. Op aandringen van IJdenberg, zou [burgemeester Hendrik] Vitters hiertoe zijn overgegaan, doch in samenwerking met anderen heb ik dit weten te voorkomen.”

Vitters, de opvolger van Van Ravenswaaij als burgemeester van Zaandam, liet zich in zijn naoorlogse verhoor niet uit over de plannen in de zomer van 1942 om de synagoge aan de gemeente te verkopen en zo de Duitse kas te spekken. Hij had overigens wel weet van IJdenbergs handel en wandel: “IJdenberg [was] officieel vertegenwoordiger van de ‘Grundstücksverwaltung’. Dit was een Duitse instelling die het Joodse bezit ten gelde maakte, en waarvan de opbrengst door de Duitsers werd opgestreken. IJdenberg was makelaar en probeerde deze Joodse bezittingen aan den man te brengen, waarvoor hij dan provisie ving.” Bekend is dat het gebedshuis vanaf 1942 werd geplunderd, vernield en als paardenstal ingericht. Wat er in mei 1945 van resteerde was niet veel meer dan de vier muren en het dak.

Sjoel Zaandam interieur (coll. E.A. Drukker) uit Typhoon 14-4-1990
Het interieur van de Zaandamse synagoge, jaren dertig.

IJdenberg beperkte zich niet tot de verkoop van joodse panden, maar vulde zijn bankrekening ook nog eens aan met de verhuur ervan. Voor zover bekend betrof het zeventien woningen, het gros in Zaandam (onder meer van bekende joodse families als Poppert, Pais en Drilsma). Het ging om het innen van ‘gelden die IJdenberg als incasseerder van de firma Everout uit huurpenningen van Joodsche huizen onder zijn berusting had’, aldus een analyse uit de tweede helft van de jaren veertig. De wethouder/makelaar deed als een soort onderaannemer zaken met Johannes Petrus Everout, een van de vijf ‘lasthebbers’ in Amsterdam en tevens een beruchte NSB-makelaar.

‘Geen capaciteiten’

Vitters had, hoewel zelf ook NSB-lid, na de bevrijding geen goed woord over voor zijn collega IJdenberg. “Toen ik als burgemeester in Zaandam kwam, was IJdenberg reeds wethouder. Na verloop van tijd bemerkte ik dat hij voor de functie van wethouder van sociale zaken geen capaciteiten had. Toen de mogelijkheid hiervoor bestond, heb ik hem overgeplaatst naar gemeente-werken, waarvan hij tenminste enig verstand had. Ik voeg hier echter direct aan toe, dat ik hem zelf nooit als wethouder zou hebben benoemd.”

De samenwerking tussen het duo liep definitief spaak toen Jacob IJdenberg op 5 september 1944 in paniek zijn NSB-beginselen opzij schoof. Vitters: “Op ‘Dolle Dinsdag’ heeft IJdenberg als lid van de NSB bedankt. Als reden hiervoor gaf hij op, dat hij zich om Godsdienstige redenen niet langer met de NSB kon verenigen. Dit vond ik dermate laf, dat ik hem op staande voet heb ontslagen.”

Tijdens zijn gevangenschap, eind 1945, toonde IJdenberg berouw over zijn gesjoemel met joodse panden: “Achteraf bekeken, om nog even op het verkopen van Joods bezit ten voordele van de Duitsers terug te komen, is mijn houding hierin natuurlijk fout geweest. Ik heb het toen beschouwd als bijverdienste.” Tot een veroordeling van zijn daden kwam het overigens niet. Jacob IJdenberg overleed op 13 februari 1946 in de Haarlemse Koepelgevangenis. In zijn strafdossier is niets te vinden over de doodsoorzaak.

Onduidelijk is ook in hoeverre de getroffen joodse families en hun nabestaanden financieel zijn gecompenseerd voor het door IJdenberg c.s. veroorzaakte leed. Globaal Amsterdams onderzoek wees onlangs uit dat de (erfgenamen van de) slachtoffers waarschijnlijk vele miljoenen zouden moeten ontvangen indien er sprake zou zijn van een fatsoenlijke rechtsgang. Maar hoe langer geleden de Holocaust is, hoe kleiner de kans lijkt dat er ooit nog een vorm van compensatie komt.

IJdenberg
De arrestatie van Jacob IJdenberg in mei 1945.

Naoorlogse erfpacht voor synagoge?

30 jul

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan maakte een paar weken geleden bekend dat de (nabestaanden van) joodse overlevenden die na de oorlog erfpacht moesten betalen over hun bezit dat dienen terug te krijgen. Met rente. Het lijkt me niet meer dan logisch en humaan. Het ging om joden die tussen 1942 en 1945 waren ondergedoken of gevangen zaten in een concentratiekamp. Na terugkomst werden ze beboet wegens niet betaalde erfpacht.

Een paar weken geleden kwam ik het bericht tegen dat het bestuur van de Zaandamse synagoge na de oorlog 4250 gulden diende te betalen om haar gebedshuis terug te krijgen van de gemeente. Ik heb het even nagevraagd bij iemand van de voormalige Zaans-joodse gemeente en die bevestigde het verhaal. Op 16 januari 1942 kon de regionale joodse gemeenschap voor het laatst gebruikmaken van de synagoge op de Gedempte gracht. De volgende dag moesten ze Zaandam definitief verlaten. De nazi’s namen het godshuis in gebruik als paardenstal en roofden onder leiding van de hoofdcommissaris van politie het complete interieur. Toen de paar joden die de Holocaust overleefden in 1945 terugkeerden in hun rechtmatig bezit bleek dat te bestaan uit niet veel meer dan vier muren. De rest was gesloopt. En voor die bouwval moesten ze de gemeente Zaandam dus ook nog 4250 gulden betalen.

Erfpacht? Of een andere rekening? Ik zou het graag eens uitgezocht zien. En mocht het inderdaad gaan om erfpacht of een andere ten onrechte opgelegde rekening, dan wordt het hoog tijd dat de gemeente Zaanstad de nabestaanden (de Nederlands-Israëlitische Gemeente bijvoorbeeld) gaat compenseren. Inderdaad, met rente. Al met al gaat het dan om enkele tienduizenden euro’s. Een schijntje voor een ereschuld. 

Synagoge Zaandam
Synagoge Zaandam (1961). Wegens geldgebrek moest de westelijke vleugel worden verhuurd aan een garage.

Vreeman in Inverdan

7 apr

Ruud Vreeman sprak gisteren in Dagblad Zaanstreek ware woorden. Alleen had ik die niet in eerste instantie willen vernemen van een oud-burgemeester uit de vorige eeuw, maar van de huidige burgemeester. Maar die doet er nog net iets te vaak het zwijgen toe.

Wandelend door Inverdan -gisteren officieel geopend- zag Vreeman de restanten van de voormalige synagoge en zei hij: “Waarom zit er nog steeds een belwinkel in de synagoge. Dat vind ik zo zonde.” En: “Dat megabord van de Saturn moet ook meteen weg. Dat wil je toch als winkel ook niet, je ziet de gracht niet eens.”

Over dat foeilelijke reclamebord van Saturn heb ik al eerder geschreven, over de synagoge trouwens ook. Het eerste zal waarschijnlijk niet meer verdwijnen, hoe vervelend ook. En wat het joodse gebedshuis betreft: achter de schermen wordt nog steeds hard gewerkt om dit monumentale pand in ieder geval uiterlijk terug te brengen in de staat waarin het tot de Tweede Wereldoorlog verkeerde. Dat kost tijd en dat kost vele miljoenen, maar ik heb de hoop nog niet opgegeven dat het helemaal goed komt.

Het zou allicht helpen wanneer Geke Faber tijdens haar tweede ambtstermijn (die haar wat mij betreft gegund is) zo nu en dan tegen eigenaar Dela roept dat er een eind moet komen aan de verkwanseling van de synagoge. En dat publiekelijk te herhalen. Net zo lang tot Dela overstag gaat en het gebouw voor een schappelijke prijs van de hand doet. De herstelplannen zijn al jaren gereed en er zijn belangstellenden voor de aankoop van de sjoel. Het gaat hier niet over zomaar een gebouw, maar over het inlossen van een ereschuld.

Geke, zet ‘m op. Ruud Vreeman zal je dankbaar zijn. En ik ook.

De plundering van de Zaandamse synagoge

12 feb

Het is in 2013 zeventig jaar geleden dat de Zaandamse synagoge werd gepunderd. Enkele weken geleden vond ik een voorheen niet toegankelijk archief hoe de nationaal-socialisten en hun handlangers daarbij te werk gingen.

Nadat de Zaandamse joden begin 1942 waren verbannen naar Amsterdam en Westerbork werd de synagoge op de Gedempte Gracht door de nazi’s in gebruikgenomen als paardenstal. Maar tot op heden was onduidelijk waar de inventaris terechtkwam. In het strafdossier van de Zaandamse politiechef Tonny Jansen wordt een tipje van de sluier opgelicht.

Na de Zaandamse jodendeportatie bleef er weinig over van het joodse gebedshuis in het centrum van Zaandam. Het werd in de navolgende jaren gedegradeerd tot stal en vervolgens vernield. Synagogebestuurder en Holocaustoverlever Jacob Drukker vertelde in 1965 wat er na de oorlog resteerde van de synagoge: “Er stonden nog vier muren, maar verder was alles kapot, totaal vernield. Er zat geen hout meer in of aan. Niet alleen de Duitsers hadden dat gedaan, ook de Zaandammers, allemaal van die goeie Zaandammers…”

Zes Torarollen zouden gespaard zijn gebleven, maar onbekend is waar die nu zijn. De hoofdopzichter van de afdeling Gemeentewerken, de heer Voet, had naar eigen zeggen zilveren voorwerpen onder de vloer van de sjoel verborgen. Na de oorlog bleken die weg. Ook de overige goederen waren spoorloos verdwenen, om nooit meer terug te keren. Het nog altijd vertrouwelijke strafdossier van politiecommandant Tonny Jansen, dat bij het Nationaal Archief in Den Haag ligt, onthult meer over de zwerftocht die een deel van de synagoge-inventaris maakte. In het dikke dossier zit onder meer een getuigeverslag van een collega van Jansen. Hij vertelde kort na de bevrijding: “In juli 1943 werd door Ragut, kapitein van politie te Zaandam, luitenant Jansen, agent van politie Albers en chauffeur Van der Hoeven (misschien nog meer) de synagoge aan de Gedempte Gracht te Zaandam leeggehaald en naar het politiebureau te Zaandam gebracht o.a. een grote, antieke kast, lamp, ijzeren kist en andere voorwerpen, waaronder schilderijtjes en een leeuwenkop. De kast bleef voorlopig bij Ragut op de kamer, nadat Jansen met vlijt de versierselen (Davidsster) met een borstel eraf geslagen had. De lamp en de schilderijtjes werden in het kamertje van de typiste gehangen, op het politiebureau, de leeuwenkop bij Jansen en de kist, welke later bij de burgemeester kwam als wapenkist.”

Op 22 mei 1945 verklaarde Tonny Jansen tegen rechercheur A. van Noort dat hij in zijn huis aan de Stationsstraat diverse gestolen goederen had. “Ik heb nog meer eigendommen van anderen in huis. De geldkist van de Joodse synagoge o.m., maar op alles wat niet van mij is heb ik een briefje geplakt met vermelding van eigenaar en datum, wanneer het bij mij gekomen is.” Aan die verklaring voegde Van Noort fijntjes toe: “Rapp. heeft deze briefjes gezien, het is opmerkelijk dat deze er zo nieuw uitzien.” Blijkbaar probeerde Jansen zijn huid te redden door op het laatste moment te doen alsof hij de gestolen artikelen zorgvuldig bewaarde, opdat ze na de oorlog terugkonden naar de rechtmatige eigenaars.

Na de oorlog kwam dus in in ieder geval iets van de synagogespullen boven water. Desondanks zijn ze nu nog steeds spoorloos. Wie weet er meer over te vertellen?

Joods Cultureel Kwartier

23 okt

Gisteren iets over de Tweede Wereldoorlog, vandaag nog wat meer.

In Amsterdam werken enkele joodse instellingen aan het in de markt zetten van het zogeheten Joods Cultureel Kwartier. De hoofdstad heeft een imposante joodse geschiedenis, waarvan ondanks de Holocaust en de gemeentelijke sloopwoede in de jaren ’60 en ’70 nog veel bewaard is gebleven. Door tentoonstellingen, happenings en rondleidingen willen organisaties als het Joods Historisch Museum, de Portugese Synagoge en de Hollandsche Schouwburg aandacht vragen voor de meer dan vierhonderd jaar oude joodse geschiedenis van Amsterdam. Lijkt me een mooi inititiatief.

De joodse geschiedenis van de Zaanstreek is zo goed als uitgewist. Er is nog een stukje over van de anderhalve eeuw oude synagoge, maar dat wordt verkwanseld door eigenaar Dela. De joodse begraafplaats aan de Westzanerdijk is wel intact, maar ligt uit het zicht. En de vele panden waarin joden woonden en/of handel dreven zijn sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer als zodanig herkenbaar. Slechts weinigen weten dat voor de oorlog elk jaar honderden joden naar Zaandam trokken om daar hun huwelijk te laten sluiten. De plaatselijke sjoel was namelijk een stuk goedkoper dan die in Amsterdam. Veel joodse marktkooplieden vonden destijds een plekje op de Zaandamse markt, tot het moment dat de nazi’s hen een reisverbod oplegden (en hen vervolgens uitroeiden).

Een Zaans joods kwartier zit er dus niet in. Maar wat meer aandacht voor dit onderdeel van de geschiedenis mag er wel komen. Het is daarom goed dat de gemeente nu tegenover de synagoge een brug heeft gelegd met in de leuning Davidsterren verwerkt. En het is prettig dat bij de synagoge een gedenksteen komt voor Jacob Israël de Haan, de eminente, in Zaandam opgegroeide dichter wiens vader lange tijd voorzanger was in datzelfde gebedshuis.

Afgelopen donderdag mocht ik de opnamen bijwonen van een nieuw filmpje voor het project Monumenten Spreken. Het onderwerp was ditmaal de onder joodse leiding opererende fabriek Polak & Schwarz en het woord was aan twee mannen die voor de oorlog bij dit Zaandamse bedrijf betrokken waren. Het was leerzaam en het was ontroerend. Een mooi opstapje naar wat extra aandacht voor de Zaans-joodse historie.

P.S. De nieuwste reclameslogan van Dela luidt: “Waarom wachten met iets moois zeggen als het ook vandaag kan?” Tja, waarom ruim €4 miljoen (€4.000.000,-) vragen voor de synagoge als je vandaag ook iets moois kunt zeggen in de trant van: Dela beseft haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en verkoopt dit historisch beladen gebedshuis tegen een bescheidener bedrag, wat het mogelijk maakt om de geschiedenis te laten herleven?

afbeelding 2 Schwarz (Levi/Leopold)

Jubileumviering van Samuel Davids voor het directiekantoor van Polak & Schwarz, 1939