Tag Archives: Poëzie

Poëzieschuur

13 mei

De onlangs gestorven Westzaner Pieter Groot zei ooit chargerend: ‘De enige betrokkenheid van Zaankanters met cultuur is dat ze hun schuurtje in de kleur Zaans groen schilderen.’ Als docent van de Rietveld Academie had hij er kijk op. Het is hier inderdaad schraal. Een dit voorjaar aangekondigde gemeentelijke bezuiniging van een miljoen euro maakt de culturele kaalslag nog wat groter.

Er zit niets anders op, we zullen het zelf moeten doen. Zonder gemeentelijke steun. Bijvoorbeeld door blinde muren en oude schuren te pimpen met poëzie. Laten we een voorbeeld nemen aan het Vlaamse Gent, dat een complete poëzieroute heeft uitgezet.

Enfin, laat ik niet meteen al te ambitieus worden. Dat past niet bij de Zaanstreek. We beginnen met een geschilderd gedicht. Of een mooie dichtregel, ook aardig. De enige benodigdheden zijn wat verf, een kwast en een vaste hand. Laat ik het goede voorbeeld geven. Ik beloof hierbij een kwatrijn te laten schilderen op mijn Zaans-groene, vurenhouten fietsenhok. Geheel in de geest van Pieter Groot. De tekst (vrij naar Hugo Matthysen): ‘Er stond een boom in Zweden/Vol takken en vol vuur/Het is al lang geleden/Nu is die boom mijn schuur.’

Over een week staat-ie er op. Wie volgt?

(PS. De Zaanstreek telde door de eeuwen heen vele tientallen eminente dichters. Wanneer presenteert het Gemeentearchief een bloemlezing van hun werk?)

Schuurpoëzie
Foto Olivier Rijcken

Gedichten

12 mrt

Aan de vooravond van het Boekenbal en de Boekenweek een pleidooi voor literatuur, in een stad zonder behoorlijke boekwinkel. De gemeenten die tegenwoordig Zaanstad vormen, herberg(d)en nogal wat literair talent. Kinder- en jeugdboekenschrijvers (Hotze de Roos, C. Joh. Kieviet en Dick Laan bijvoorbeeld). Schrijvers voor volwassenen (Simon Gorter, Cor Bruijn, Carry van Bruggen). En een aantal poëzie- en liedtekstenauteurs van naam (Jacob Israël de Haan, Dirk Witte, Willem van Doorn, Huub van der Lubbe, Hans Kuyper, Herman Gorter -hoewel die laatste kort na zijn geboorte al verhuisde uit Wormerveer).

Ik wil die laatste categorie er even uitlichten. Het Gemeentearchief Zaanstad beschikt over ruim vierhonderd dichtbundels die van de 17de tot de 19de eeuw in druk verschenen en de Zaanstreek belichten. Ze zijn verzameld door Jacob Honig Jansz. (1816-1870). Sindsdien zijn er talloze hoogstaande poëzie-uitingen met een Zaans tintje bijgekomen.

Zaanstad telt nogal wat blinde muren en kale schuttingen. Mijn bescheiden advies: sier ze op met Zaanse poëzie. Poëzie over de Zaanstreek en/of gemaakt door dichters met een Zaans tintje. De stad wordt er mooier en aantrekkelijker door. En het voorkomt dat de cultuur hier een al te hoog Toppers-niveau krijgt. Het is bovendien betaalbare cultuur, niet onbelangrijk in deze financieel schrale tijden. Het lijkt me een fijne gemeentelijke opdracht om uit te besteden aan onze nieuwe stadsdichter, Bas Husslage. Desgewenst wil ik wel een handje helpen met uitzoeken. Laat ik alvast beginnen met een kwatrijn van Jacob Israël de Haan, een van Nederlands beste dichters (aldus Gerrit Komrij).

Zeg nog eens weer ‘Sint-Kilda’, dan bloeit open

Onder de lage lucht, de haven van Zaandam.

Stoomers stampen, lossers en laders loopen.

Een barkschip ligt stil, dat uit Zweden kwam. 

Overigens, als het goed is verschijnt er binnenkort een ander kwatrijn van De Haan op de Gedempte Gracht (ik zeg nog niet welk). Het zou een mooi begin kunnen zijn van een wellicht nieuwe Zaanse literaire traditie.     

 

Jacob Israël de Haan (1881-1924)