Tag Archives: Oostzaan

Amsterdam-Noord. Oftewel Zaanstad-Oost

18 mrt

“Veel van mijn vrienden die in de binnenstad wonen zijn minder enthousiast”, vertelde een nieuwbakken inwoonster van Amsterdam-Noord vorige week tegen Het Parool. “Die noemen het nog altijd ‘Zaanstad-Oost’.” Ze zijn de enigen niet. Die vrienden hebben overigens gelijk. Noord past qua karakter, bevolking en bebouwing veel meer bij Zaandam dan bij de hoofdstad. Ze hebben daar zelfs Zaans-groene geveltjes.

Eeuwenlang is dit hoofdstedelijk stukje grondgebied verwaarloosd. Zoals het Noordzeekanaal voor Mokumers gevoelsmatig een schier onmogelijke drempel vormde om de oversteek naar het Zaanse te maken, bleef het IJ een psychologische horde tussen Noord en grachtengordel. Het lijkt me dan ook beter om Noord af te staan. Voeg het bij Zaanstad en wij hoeven geen duur cultuurcluster te bouwen. Met Eye, het NDSM-terrein en de Tolhuistuin – twintig minuten fietsen van de Zaanse stadsgrens – halen we in één klap het felbegeerde vermaak binnen. De duizenden woningen die in de regio gebouwd moeten worden, kunnen we met gemak kwijt in Noord. Win-win heet zoiets.

In 1966 heeft Amsterdam ongevraagd een flink deel van Oostzaan geannexeerd. Het Zuideinde en omgeving werden rücksichtslos bij Noord gevoegd. Een halve eeuw later lijkt het me de hoogste tijd dat de Zaanstreek wat terrein gaat terughalen.

OostzaanOoit Oostzaan

Advertenties

Pieter Pergerrits-Zaanse meesteroplichter

23 nov

Vorige week ging bij veilinghuis Burgersdijk & Niermans een collectie van elf documenten over de ‘Pieter Pergerrits-zaak’ onder de hamer. Verwacht verkoopbedrag €200,-, uiteindelijke opbrengst €1500,-. Ruim zeven keer over de kop, dat lukte zelfs Francis Bacon niet.

“Pergerrits, nooit van gehoord”, zegt u wellicht. Had ik ook niet. En dat is toch jammer. Zaankanter Pieter Pergerrits aka Pieter de Lange ging namelijk de geschiedenis is als meesteroplichter. Pergerrits komt op 30 augustus 1707 in Oostzaan ter wereld als telg van een familie die al eeuwenlang in dat dorp woont. Zijn vader is onder meer handelaar in obligaties, een baan waar zoon Pieter ook wel voor voelt. Als twintiger begeeft hij zich op het oplichterspad; hij vervalst obligaties en notariële aktes. Het levert hem al snel zoveel geld op dat hij een mooi huis kan laten bouwen in Purmerend. Vervolgens wordt hij ook nog de eigenaar van een jeneverstokerij, een bierbrouwerij en een buitenplaats in de Beemster. Hij slaagt er in om in Purmerend schepen te worden –een soort wethouder-, maar zaait bij zijn collega’s zoveel haat dat hij uit de marktstad wordt verbannen. Bovendien wordt steeds duidelijker dat hij een immense sjoemelaar is.

Het gevaar op arrestatie en erger leidt tot een vlucht naar Denemarken. Zijn rijkdom maakt dat hij daar in 1749 een adellijke titel kan kopen. Hij verandert zijn naam in achtereenvolgens Pieter van Bergen en Pieter de Lange van Bergen. In 1757 overlijdt Pieter op zijn Deense landgoed Buderopholm. Pergerrit heeft op dat moment aangetoond dat misdaad soms wel degelijk loont.

Het criminele leven van deze Oostzaner heeft geleid tot diverse teksten. En tot een veilingkavel dat dus redelijk wat geld opbracht. Wie de koper is van bovengenoemde documenten is me onbekend, maar het lijkt er op dat ze de Zaanstreek niet hebben bereikt. Toch wel een beetje jammer.   

Pieter 

Raadslid: de McJob van 2014

17 sep

Een McJob is een low-paying, low-prestige, dead-end baantje. Aldus Wikipedia, dat als bron onder meer verwijst naar de moderne klassieker Generation X. Waardeloos werk dus, waar weinig belangstelling voor bestaat. Het lijkt er op dat het politieke ambt, en dan met name dat van gemeenteraadslid, inmiddels de McJob-status nadert. Een goed raadslid maakt lange dagen tegen een niet al te hoge vergoeding en krijgt als tegenprestatie de hoon van de natie over zich heen. Het is maar waar je zin in hebt.  

De gemeente Oostzaan organiseerde een bijeenkomst met de titel ‘Raadslid, iets voor u’, maar de wervingscampagne die gisteren zijn beslag moest krijgen werd afgelast. Er was simpelweg geen belangstelling voor. Nu is in het minieme Oostzaan het politieke afbrandrisico wel erg groot -voor je het weet ben je daardoor de paria van het dorp-, maar ook in andere gemeenten hebben ze steeds meer moeite om capabele bestuurders te werven.

Keer op keer is te lezen over spookraadsleden en andere would-be-politici die het verpesten voor de goedwillenden.  Het is makkelijker dan ooit om hoog op de kandidatenlijst van een politieke partij te komen, bij gebrek aan concurrentie. Het gevolg is dat de gemiddelde kwaliteit daalt, het aantal profiteurs toeneemt en het beeld wordt versterkt dat de politiek wordt gedomineerd door zakkenvullers en incapabele plucheklevers.

Is er een oplossing? Vast wel, al zal die niet simpel zijn. Het kan geen kwaad om het aantal raadsleden drastisch te verminderen -de meesten fungeren toch alleen maar als stemvee- en zich misdragende volksvertegenwoordigers harder aan te pakken. Partijen kunnen kritischer kijken naar hun eigen selectiebeleid. En bovenal werken aan de eigen integriteit en betrouwbaarheid. Het is wellicht een beginnetje van zuiverder politieke besluitvorming. Al zal er een lange adem nodig zijn om het verloren vertrouwen te herwinnen.

In maart 2014 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Eens kijken welk schuim er dit keer komt bovendrijven.

Zondagsopening of -sluiting?

9 jul

De Oostzaanse CDA-fractievoorzitter Teun Flens liet afgelopen week weten dat de nieuw ingestelde winkeltijden (ook open op zon- en feestdagen) een strop betekenen voor het midden- en kleinbedrijf in zijn dorp. Hij was niet op religieuze gronden tegen openstelling , maar vanwege de kosten en de personeelsbelasting. Hoezeer Flens ook tegen windmolens lijkt te vechten; ik denk dat hij een punt heeft.

Voor kleine winkeliers is het niet te doen om zeven dagen per week geopend te zijn. Door dat te doen werken ze zich dood, overigens zonder daar veel inkomsten aan over te houden. Omgekeerd kost het hen geld wanneer ze ’s zondags de zaak sluiten, terwijl de grote buurtsuper wel open is. In beide gevallen zijn ze dus de klos.

Vreemd genoeg blijft de discussie steeds beperkt tot twee opties: wel of niet open op zondag. Het debat wordt ook nog eens beheerst door een christelijk ondertoontje: op de dag des Heren mag volgens sommigen niet worden gewerkt. Ik mis echter een alternatieve optie. Wanneer de overheid verordonneert dat winkels maximaal zes dagen per week open zijn, kunnen de eigenaars zelf kiezen voor zondagsrust (christenen), sabbatsluiting (joden), op vrijdag de deur dichthouden (moslims) of een dag naar keuze vrij nemen (atheïsten). Iedereen blij. Of zie ik iets over het hoofd?

Loverboy vs. Twitterman

6 jul

De Oostzaanse wijkagent Bert Gorter achtte het deze week wenselijk om een waarschuwende tweet de wereld in te slingeren. Iets met een loverboy. In Oostzaan. Of elders in de Zaanstreek, dat is niet duidelijk. Borger waarschuwde: “Jeugdigen wees alert. Maar ook ouders.” Beetje vage omschrijving, al met al. Dagblad Zaanstreek probeerde er een vinger achter te krijgen en schreef, met een verwijzing naar de tweet, dat de crimineel in kwestie actief was in Zaandam. Punt is alleen dat in de tweet Zaandam noch een andere plaats wordt genoemd. En de plaatselijke woordvoerder wil er ‘in het belang van deze zaak’ niets over kwijt.

Een dag later pakte Bert Gorter opnieuw zijn mobieltje en tikte hij: “Onderzoek loverboy voortgezet. Contact met ouder(s). Uitleg gegeven en afspraak gemaakt voor gesprek.” Zijn eerste tweet was vaag, zijn tweede vager. De dorpscop wist blijkbaar zelf niet of hij met één dan wel meer ouder(s) contact had. Of zou krijgen. Dus een omschrijving van de loverboy -te mooi woord voor wat simpelweg een pooier is- zat er al helemaal niet in.

Enfin, de onrust is gezaaid. Binnen en buiten het digitale Umfeld gaat nu het verhaal over een loverboy. Ergens. Ooit. Die iets gedaan heeft. Of doet. Of gaat doen. Ik zou zeggen: wees alert. Kijk steeds om je heen. En let vooral op politiemensen met een smartphone en iets te soepele tikvingers. Opdat u weet waar de paniek vandaan komt.

TwitterBert

Voet tussen de deur

14 apr

Ergens achter in de jaren tachtig ontmoette ik op een Oostzaans verjaardagsfeest Esther Voet. Ik had voordien wel eens iets over haar verslaggeversactiviteiten gehoord, maar kende haar niet. Het werd een tamelijk kort gesprek. Esther stelde een paar vragen en toen ik niet interessant genoeg bleek, stapte ze over naar iemand anders. Die onderging dezelfde behandeling. Het is een werkwijze waar meer journalisten last van hebben. Even polsen of er nieuws in iemand zit en indien dat niet het geval is gauw doorgaan naar de volgende.

Een paar weken geleden werd Esther directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI), waar ze Ronny Naftaniel opvolgde. Esther groeide op in Oostzaan en volgde sindsdien een nogal grillig carrièrepad. Ze was juf Engels en eigenares van een dansstudio, maar werkte in de jaren tachtig ook voor de Privé-pagina van Henk van der Meyden (voor de jongere lezers: dat is de opa van Albert Verlinde en Wilma Nanninga) en begon roddelstukken te schrijven voor Story. Tegen De Telegraaf zei Esther eind maart dat ze zichzelf een tijdje ‘omhoog stuwde door anderen naar beneden te drukken. (…) Ik was toen niet zo’n leuk mens, haha.’ Ik vermoed dat die periode zo rond het Oostzaanse verjaarsfeestje was, toen ze naar gegevens wroette voor de diep menselijke verhalen die ze destijds schreef.

Esther lijkt me gezien haar Zaanse roots, haar enthousiaste gedebunk van deze rooie regio (ze was zelf VVD-fan) en haar afwisselende loopbaan een intrigerend mens. Ze verdient wel een interview in Dagblad Zaanstreek, wat mij betreft. Haar nieuwe baan als beschermer van Israël is daarvoor een mooie aanleiding.

Joop van den Ende in Oostzaan

1 nov

Dat Henk van Gelders afgelopen week gepresenteerde biografie over Joop van den Ende (vijf sterren in de Volkskrant) veel media-aandacht trekt is logisch. Zowel journalist Van Gelder als theatertycoon Van den Ende kennen de weg naar de diverse platforms. Wat een beetje ondersneeuwt bij alle attentie, maar wel interessant is voor de Zaankanters ons onder ons, zijn de beginjaren van het imperium-Van den Ende. Een halve eeuw geleden startte twintiger Joop namelijk in Oostzaan met wat zou uitgroeien tot een ongekend groot en invloedrijk vermaaksbedrijf.

Joop van den Ende trouwde toen in Oostzaan met de in die gemeente opgegroeide An. Vanuit haar ouderlijk huis aan de Jacob Honigstraat 17 (een omgeving die later werd geconfisceerd door Amsterdam) begon hij een artiestenbureautje. Soms nam hij met verdraaide stem de telefoon op, om daarna ‘door te verbinden’ met de directeur; hijzelf. Dat moest de indruk wekken dat er een echt kantoor met meerdere medewerkers actief was. Van den Ende leende ook zijn startkapitaal bij de plaatselijke bank van Oostzaan, een paar duizend gulden.

Het heeft me altijd verbaasd dat de gemeente Oostzaan of de instellingen in het dorp -voor zover ik weet- nooit een beroep hebben gedaan of zelfs maar hebben gerefereerd aan de Oostzaanse tijd van Joop van den Ende, de beginperiode van wat zou uitgroeien tot een megabedrijf. De man is alive and kickin’. Het Oostzaanse theater zit in de financiële problemen. Is dit misschien het juiste moment om vanuit Oostzaan een belletje te plegen met Joop?   


Joop van den Ende in zijn Oostzaanse tijd, als clown Tako (foto uit ‘Joop van den Ende, de biografie’)