Tag Archives: Lex Hester

Gleufhoeden! De activiteiten van BVD en PID in de Zaanstreek (3)

12 nov

In 1991 publiceerde ik de brochure Gleufhoeden!, over de werkzaamheden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en Politieke Inlichtingendienst in de Zaanstreek. De BVD werd de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de PID veranderde in de Regionale Inlichtingendienst (RID), maar in de basis bleven hun werkzaamheden gelijk. De geheime dienst verzamelt inlichtingen voor de overheid. En soms ook tegen de eigen bevolking.
Gleufhoeden! is al vele jaren uitverkocht. Ter lering ende vermaeck plaats ik hier de vijf belangrijkste hoofdstukken, aangevuld met wat nieuwe weetjes. Hoofdstuk 3: 1978-1991: Lex Hester.

De kraakbeweging, de AMRO-bank in Krommenie, het Verbond van Communisten in Nederland en de firma Witco Chemical; het zijn maar een paar van de organisaties die op minder aangename wijze kennismaken met A.J. Hester. Het lukt de inwoner van Wormer vanaf 1978 twaalf jaar lang voor diverse inlichtingendiensten te infiltreren in linkse, sociale bewegingen. Daarbij schuwt hij geen enkel middel. Inbraak, bedreiging, chantage, brandstichting en mishandeling zijn onderdeel van zijn werkwijze. Door de jaren heen vermoeden velen in en buiten Wormer dat Lex Hester niet te vertrouwen is, maar pas in december 1990 komen de definitieve bewijzen daarvoor op tafel. Hij wordt dan ontmaskerd als informant/provocateur.
Lex Hester, in de Zaanstreek ook bekend onder de naam van zijn stiefvader Volger, wordt in 1958 geboren. Zijn moeder overlijdt in 1974 en Lex verblijft lange tijd in kindertehuizen. Als Lex zestien is, verlaat hij voortijdig de mavo. Hij raakt verslaafd aan verdovende middelen en ontspoort. Af en toe heeft hij een baantje, maar een groot deel van zijn inkomsten verwerft hij door drugs te dealen en inbraken te plegen. Bij meningsverschillen is hij snel geneigd een mes te trekken. In een café in Wormer steekt hij tijdens een ruzie iemand neer. Ook heeft hij drie verkrachtingen op zijn naam staan.
De Zaankanter zit regelmatig vast op het politiebureau of in de gevangenis. Zo komt hij ook in contact met Sjoerd Bos. In 1978 vraagt de PID-chef aan Lex, nadat die hem een nuttige tip heeft gegeven, om informant te worden voor zijn dienst. Lex heeft een vlotte babbel, kan makkelijk contacten leggen en is dus goed bruikbaar in Bos’ ogen. Lex hapt toe. De nieuwe baan is een relatief makkelijke manier om wat bij te verdienen en op die manier zijn verslaving te bekostigen. Van Bos, die hem runt, ontvangt hij maandelijks driehonderd gulden plus een maximale premie van duizend gulden voor bruikbare tips op crimineel of politiek gebied. Naast Bos heeft Lex contact met andere PID’ers en een lid van de Zaanse Criminele Inlichtingendienst (CID). Lex begint in 1978 met het aanleggen van een uitgebreid archief over onder meer de kraakbeweging en binnen- en buitenlandse poluitieke organisaties. Hij legt ook de eerste contacten met linkse groeperingen in de Zaanstreek en Amsterdam.

Lex Hester (1990)

Kraakpandenn

In Krommenie worden dat jaar voor het eerst enkele panden gekraakt. De bewoners van Vlietsend 20 (en niet nummer 14, zoals Bos abusievelijk in Nieuwe Revu meldt) besluiten een spreekuur te houden, waar mensen die woonruimte zoeken terecht kunnen. Tijdens een van die spreekuren stapt Lex, wonend in Wormer, binnen. Hij zegt een huis nodig te hebben en vraagt of de Vlietsend-bewoners iets voor hem willen kraken. Zelf kan hij dat niet doen, omdat hij nog een voorwaardelijke straf heeft lopen. De krakers vertrouwen hem niet. In het VPRO-radioprogramma Het Gebouw van 11 januari 1991, dat geheel aan Lex is gewijd, verklaart een van hen waarom: ‘We hadden afgesproken niet voor anderen te gaan kraken. Mensen moesten zelf initiatieven nemen en wij wilden hen daarbij wel ondersteunen. Maar omdat hij daar helemaal niet op inging en steeds wilde dat wij iets zouden doen waarmee we de wet zouden overtreden, en hij buiten schot zou blijven, werd hij onbetrouwbaar.’
Lex blijft langskomen. Hoewel hij zegt geen geld te hebben, arriveert hij meestal met een taxi. Hij informeert hoe ver de Krommenieër krakers gaan in hun politieke activiteiten en of ze sympathie hebben voor de RAF. Regelmatig zegt hij achter de RAF-ideologie te staan en het idee te hebben dat hetzelfde geldt voor de bewoners van het Vlietsend. Voor hem zou dat ook de reden zijn om bij hen over de vloer te komen. Over het kraken van een huis voor zichzelf praat hij niet meer. De krakers voelen weinig voor de RAF en maken hem dat duidelijk. Lex krijgt geen poot aan de grond en komt na enige tijd niet meer op bezoek.
Op een dag, enkele weken na de laatste keer dat Lex is geweest, halen de krakers van nummer 20 een zwaar, gietijzeren fornuis weg uit hun keuken. Ze hebben namelijk een aansluiting gekregen voor een gasfornuis. Onder het oude houtfornuis vinden ze tot hun verbazing een grote stapel pamfletten van de RAF. Een kraker: ‘We hadden meteen het vermoeden waar dat vandaan kwam. Omdat we Lex al niet vertrouwden en omdat hij de enige was die ooit het woord RAF in zijn mond nam.’
Ze halen de papieren weg, laten het pakket zien aan enkele bekenden en gooien het vervolgens in de vuilnisbak. ‘We waren bang dat als er ooit een huiszoeking zou komen ze die spullen zouden vinden en zeggen: “Zie je wel dat we de goeien op het spoor zijn.”‘Vlak daarna vindt er inderdaad een huiszoeking plaats door de politie. Een van de bewoners wordt aangehouden op verdenking van inbraak. De politie zet hem een nacht vast in het bureau en onderzoekt diezelfde nacht Vlietsend 20 op gestolen goederen. Er wordt niets gevonden en de volgende ochtend laat de politie de bewoner vrij. Over de vermeende inbraak hoort hij naderhand niets meer.
Het vermoeden dat Lex Hester meer weet van de RAF-pamfletten is juist. Sjoerd Bos in Nieuwe Revu: ‘In 1980 laat de PID een informant (een man van begin twintig met een crimineel verleden, die voor de PID vergaderingen van aktiegroepen bezocht) een kraakpand aan het Vlietsend 14 inbreken om daar papieren weg te halen die op een geheime plaats, onder de keukenvloer, waren verborgen. Papieren die een mogelijke relatie tussen twee van de krakers met RAF-leden zouden kunnen aantonen.’ Terwijl een PID’er toekijkt, verschaft Lex zich op een donderdagnacht om kwart over drie toegang tot de woning door een ruit naast de voordeur weg te halen. De benodigde pamfletten verwijdert hij, waarna ze vliegensvlug worden gekopieerd en door Lex teruggelegd.
Volgens Bos was de inbraak nodig omdat op Vlietsend 20 ‘figuren bleken te vergaderen die geweld onder bepaalde omstandigheden niet uitsloten. Er kwam informatie binnen dat daar ook het een en ander van op papier was gezet. En die papieren bevonden zich onder de vloer in de keuken. Toen we dat wisten zijn ze weggehaald.’ De ‘Informatie’ komt van Lex. Op de opmerking van de verslaggever van Het Gebouw dat Bos niet kan garanderen dat de papieren niet voor de inbraak door Lex zelf zijn neergelegd, zegt Bos: ‘Dat hoefde ik niet te geranderen. Ik beschikte op dat moment over die papieren en dat was het belangrijkste.’
De bewoners van het kraakpand waarschuwen in de maanden na hun vondst personen in de omliggende plaatsen voor Lex. Een van de krakers wordt, een half jaar na Lex’ inbraak, ’s avonds opeens aangevallen door twee jongens. Hij krijgt een harde klap in zijn gezicht en de boodschap: ‘De groeten van Lex Hester.’
Een andere man, eveneens sterk betrokken bij de kraakbeweging in Zaanstad, zegt iets te hebben meegemaakt dat vergelijkbaar is met het Vlietsend-voorval. ‘Ik was een paar dagen in Den Haag. Toen ik terugkwam, vond ik in mijn naast het huis staande caravan een klein stapeltje RAF-papieren, keurig verpakt in een plastic mapje. Dat was korte tijd voor die vondst op het Vlietsend. De dader was binnengekomen door een deur van de caravan open te wrikken. Die papieren waren verstopt in een voorraadkastje.’ Hij brengt het pakket naar de politie in Wormerveer met de boodschap niet gediend te zijn van dergelijke grappen. ‘Ik heb er destijds niet met anderen over gesproken. Ik was bang voor onrust en paranoia. Die onrust is ook ontstaan na de gebeurtenis op het Vlietsend.’

Informant

Lex zet zijn pogingen voort om mensen uit actie- en belangengroepen te compromitteren. In 1979 belandt hij weer eens in de gevangenis, wegens een aantal inbraken (tussen 1975 en 1991 is Lex meer dan veertig keer veroordeeld). Hij zit 120 dagen in voorarrest. Na overleg tussen reclassering, officier van justitie en advocaat mag hij naar het reclasseringsinstituut Groot Batelaar in Lunteren. Van verdere gevangenisstraf wordt afgezien. Het is de bedoeling dat hij in Groot Batelaar afkickt. Ook kan hij een opleiding volgen, die voorbereidt op de sociale academie.
Weliswaar zit Lex tussen 30 augustus 1979 en 16 juli 1980 in Groot Batelaar, maar regelmatig komt BVD-medewerker Hans Molensteeg hem daar ophalen. Daardoor kan hij de vergaderingen bijwonen in Het Fort van Sjakoo (toen nog een kraakpand in Amsterdam). Plezierig vindt Molensteeg het begeleiden van de BVD-informant niet. Hij beklaagt zich bij zijn Haagse superieuren. Uit de uitzending van Het Gebouw: ‘Lex neemt na het bijwonen van de vergaderingen en het door de BVD betaalde bezoek aan een prostituee zoveel drugs en drank tot zich dat ze Lunteren vaak niet halen zonder dat Lex de auto onderkotst.’
Bos schetst een soortgelijk beeld in Nieuwe Revu: ‘Op verzoek van de BVD staat de gevangenisdirectie toe dat de jongen zo nu en dan door een agent van de BVD of PID wordt opgehaald om belangrijke vergaderingen van, in de optiek van de dienst, extremistische groeperingen te bezoeken ten einde zijn informantenwerk te kunnen voortzetten. De jongen bezoekt de vergaderingen, maar eist vervolgens van de hem vergezellende BVD- en PID-agent dat zij hem een paar uur “zijn gang laten gaan”. Onder het toegeknepen oogje van zijn begeleiders gebruikt de jongen drugs en alcohol en brengt hij bezoeken aan prostituees. Daarna wordt hij weer keurig afgeleverd bij de strafgevangenis.’

Ook in 1979 en 1980 zijn er mensen die hun bedenkingen hebben tegen Lex, ondanks diens vlotte babbels en aanwezigheid bij allerlei acties. Tijdens de Vondelstraatrellen in Amsterdam en de kroning van Beatrix, in 1980, wordt Lex gezien in het gezelschap van agenten in burger. Harde bewijzen dat hij de politie behulpzaam is, zijn er echter niet. Lex kan zijn infiltratiepogingen gewoon voortzetten. Hij helpt bij voorbereidingsacties tegen de ontruiming van woningen aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam (maar is afwezig bij de ontruiming zelf) en hij trekt op met de medewerkers van Het Fort van Sjakoo. Tijdens vergaderingen zegt hij dat er ‘harde acties’ gevoerd moeten worden.
Lex werkt zich niet alleen binnen in het links-politieke wereldje, hij onderhoudt tevens zijn contacten met criminelen. De politie profiteert ervan. Sjoerd Bos geeft in Nieuwe Revu een voorbeeld uit de praktijk. ‘De PID krijgt van een informant een tip over de Bredase crimineel P. (wiens naam ook in verband werd gebracht met politiek extremisme), die een wapendeal aan het voorbereiden is. De wapens waren bestemd voor derden in Zaanstad. De informant zelf is net opgepakt in verband met handel in verdovende middelen. Na overleg met justitie wordt besloten dit strafbare feit door de vingers te zien, om de informant meer informatie over het wapentransport te laten inwinnen. Hij neemt in opdracht van de PID deel aan het transport, wordt voor de vorm gearresteerd en na vrijlating in het bezit gesteld van een bevel tot in verzekeringstelling, waarmee hij zijn zogenaamde kornuiten aantoont dat ook voor hem het muisje nog een staartje heeft.’
In Nieuwe Revu noemt Bos de naam van de informant niet, maar hij doelt op Lex Hester. In het door Bos vertelde voorval zou het gaan om wapens die begin jaren tachtig waren gestolen uit de Zaandamse woning van de voorzitter van een schietvereniging. De wapens werden vervolgens door een Canadees te koop aangeboden in Amsterdam. Met bovengenoemde P. uit Breda heeft Lex goede contacten, net als met andere criminelen uit onder meer Diemen en Wormer. Dankzij de informatie die hij via zulke personen krijgt, ontloopt Lex een aantal maal gevangenisstraf en beloont de politie hem met tipgeld.

Sociale academie

Wanneer Lex in 1980 uit Groot Batelaar komt, begint hij een studie aan de sociale academie in Alkmaar. Wekelijks loopt hij twintig uur stage bij het straathoekwerk in Amsterdam, waar hij naar eigen zeggen ‘huisdealer’ is. Tot 1985 blijft hij daar werken. Hij is nog steeds verslaafd en onder toezicht van het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD). In de linkse boekhandel Het Fort van Sjakoo vindt hij een baantje als vrijwilliger. Uit Het Gebouw: ‘Hij profileert zich steeds nadrukkelijker als voorstander van gewapende strijd. Hij biedt ook wapens aan aan andere medewerkers in Het Fort van Sjakoo. Wat opvalt is dat hij bijna alles wat over actie gaat aanschaft. En vaak meerdere exemplaren.’ In 1981 moet Lex het Fort verlaten. Officieel heet het dat hij zijn werk niet goed doet. In de praktijk is het zo dat de medewerkers van de boekhandel hem verdacht vinden.
André de Raaij schrijft in (het inmiddels ter ziele zijnde blad) Forum van 17 januari 1991 over ‘de uitzendkracht van het politiebureau’, zoals hij Lex Hester betitelt. De Raaij heeft tien jaar in Het Fort van Sjakoo gewerkt. ‘Lex vloog er uit, maar hij kwam al spoedig als klant terug, altijd voor documentatie over Westeuropese stadsguerrillagroepen. Hij toonde ook veel interesse voor de teksten van de RAF die ik persoonlijk in bezit heb, of zelfs, aangeleverd door een brave Westduitse journaliste, in het Nederlands vertaald heb uitgegeven. Ik zag geen reden om hierover geheimzinnig te doen, en zie dit nog niet. Op een gegeven ogenblik vroeg Lex H. of hij in de winkel “een chinees” mocht bouwen. Hij bleek al jaren verslaafd. Na twee keer openbaar heroïnegebruik in de zaak besloten we hier een grens te trekken. Zijn opvallend goed gevulde portemonnee en dure auto leken hiermee verklaard: hij dealde natuurlijk zelf.’

Lex gaat zich weer wat meer op de Zaanstreek richten. Hij woont in 1981 aan de Wormerveerse Wandelweg, waar hij drugs verkoopt. Dat jaar komt Peter Schmidt [niet zijn echte naam], dan veertien jaar oud, met hem in contact. ‘Lex maakte op mij veel indruk. Hij was mijn grote voorbeeld. Hij zat vol goede bedoelingen en de wereld was zo slecht. Ik kwam minstens één keer per week bij hem thuis, om stuff te roken. Het was bijna een eer om daar te mogen zitten’, aldus Peter. Lex verzamelt vooral jonge mensen om zich heen. ‘Hij vertelde en wij luisterden. Hij was heel verbitterd over zijn jeud, toen hij in kindertehuizen zat en lid was van jeugdbendes.’
De gesprekken met Peter gaan al vrij snel over RAF, ETA en -later- de CCC. ‘Daar had-ie respect voor, zei hij. We hadden het alleen nog over acties en gewapende strijd. Ik was er van onder de indruk hoe hij RAF en CCC verklaarde. Verder vond hij dat ieder gezinshoofd een eigen geweer moest hebben. Hij had een sticker op zijn stereo-installatie: “Defensie nee, volksverdediging ja.” Tegen mij had hij het ook wel eens over de BVD. “Als iemand zegt dat ik voor de BVD werk, moet je het niet geloven. Dat is de verdeel- en heerspolitiek van de overheid. Ze proberen de actiebeweging zwart te maken, te criminaliseren”, zei hij.’
Hij probeert op verschillende manieren indruk te maken op Peter en een paar andere jongens. Op 16 april 1981 woedt er een korte, maar hevige brand in de AMRO-bank aan de Heiligeweg in Krommenie. De schade bedraagt 50.000 gulden. De PID-Zaanstad noemt de brand in zijn jaarverslag: ‘De dader(s) zijn vermoedelijk twee, tot nu toe, onbekende jongeren die een fles benzine naar binnen hebben gegooid. De brand werd telefonisch geclaimd door iemand die zich woordvoerder noemde van de “militante groep SV”, een onderdeel van de “HSV”. Na de woorden: “Wij verklaren hiermee de oorlog” werd de verbinding verbroken.’ (HSV betekende Humanistisch Socialistisch Verbond; het was een clubje van Lex.) Peter: ‘Kort erna liet Lex me een krantenstukje zien over die brand. Hij zei dat hij een brandbom naar binnen had gegooid in verband met “het kapitalisme waar de bank onderdeel van was”. Hij is er nooit voor gepakt.’
Na de brand bezoekt Lex met een maatje nog een andere bank, de RABO-bank in Wormerveer. Hij pleegt er een overval en gaat van de opbrengst een week op vakantie naar Spanje. Daarna geeft hij zichzelf aan. Het levert hem een korte gevangenisstraf op.

Seksclub

Lex raakt in de problemen als hij opnieuw brand sticht. Met stadsgenoot Pieter N. breekt hij op 17 januari 1982 om zes uur ’s morgens in bij seksclub Isolde aan de Merelstraat 14 in Wormerveer. Ze besprenkelen de vloer van slaap- en woonkamer met benzine en houden er een vlammetje bij. Als het vuur desondanks dooft, wordt er een fles benzine naar binnen gegooid. Het sekshuis brandt volledig uit, de boven- en naastgelegen flatwoningen lopen flinke schade op. Voor het karwei ontvangen de daders zevenhonderd gulden van opdrachtgever R., de eigenaar van een concurrerend bordeel.
Beide brandstichters en R. worden korte tijd later door de politie aangehouden. (Lex vertelt Peter Schmidt later dat hij de brandweer belde om de brand te melden. Door de brandweer zou een ‘voiceprint’ zijn gemaakt, waardoor hij kon worden gepakt.) Voor de rechtbank verklaart R. tot zijn daad te zijn gekomen, omdat het huis waar Isolde was gevestigd eigendom was van Sjoerd Bos. De PID-chef zou een aantal malen bij R. zijn gekomen om hem te sommeren zijn club te sluiten en om te vertellen dat zijn advertenties te groot waren. Bos zegt desgevraagd ten tijde van de brand geen eigenaar meer te zijn geweest van de woning. ‘Ik had de flat verkocht aan C. Beumer, die er wat meiden in zette.’ Volgens hem is het toeval dat Lex bij de brandstichting betrokken was.
R. wordt veroordeeld tot twaalf maanden gevangenis met aftrek van voorarrest, N. wordt opgenomen in de Jellinek-kliniek om af te kicken van zijn drugsverslaving en Lex ontspringt in eerste instantie de dans, omdat in zijn dagvaarding een vormfout is gemaakt. Op 25 februari 1983 moet hij alsnog voorkomen. Lex’ advocaat houdt de rechtbank voor dat zijn cliënt na de brand zijn leven heeft gebeterd. Hij heeft geen schulden meer, kan op school terugkeren en hij kan zijn leven als straathoekwerker -waar hij drugsverslaafden begeleidt- weer oppakken, zegt raadsman Seunke. ‘Hij heeft zijn wortels met de gewone maatschappij versterkt, er moet geen onvoorwaardelijk deel worden toegevoegd aan de 99 dagen van zijn voorarrest.’ De rechter veroordeelt Lex tot acht maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk. Lex komt dus onmiddellijk op vrije voeten.

Watermuntstraat

Tijdens het voorarrest verblijft Lex onder meer in het Haarlemse politiebureau. Daar laat de Wormerveerder directeur Bakker van Groot Batelaar roepen. Hij vertelt Bakker voor de BVD te hebben gewerkt en klaagt dat hij daardoor in de klem zit. Het gesprek leidt er niet toe dat hij stopt als informant. Hij houdt zich bezig met de voorbereidingsgroep van het met ontruiming bedreigde Amsterdamse kraakpand Lucky Luijk. In 1983 verschijnt hij met enige regelmaat bij de linkse boekhandel Slagerzicht in Groningen. Net als in Het Fort van Sjakoo koopt hij er alle publicaties over gewapende strijd. Vooral de RAF heeft zijn interesse.
Hij is aanwezig bij de ‘anarchismeweek’ in Groningen en bezoekt tijdens een hongerstaking van Duitse RAF-leden (december ’84, januari ’85) solidariteitsmanifestaties in Utrecht en Amsterdam. Ook legt hij de eerste contacten met de Knipselkrant in Groningen, een blad dat verklaringen van buitenlandse revolutionaire bewegingen afdrukt. Af en toe helpt hij er met het in elkaar zetten van nieuwe nummers.
In die tijd woont Lex aan de Watermuntstraat 15 in Wormer. Hij krijgt nog steeds bezoek aan huis van Peter Schmidt  en anderen, vooral schooljeugd, die bij hem terecht kunnen voor hasj. De kwaliteit daarvan is overigens niet altijd even best. Volgens dorpsroddels knoeit hij met de drugs. Verschillende mensen worden er ziek van. Soms doet de politie een huiszoeking. Lex zit echter nooit lang in de cel voor zijn criminele activiteiten.
Een voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van tweehonderd gulden krijgt hij in 1984. De aanleiding is een inbraak bij het chemieconcern Witco Chemical in Koog aan de Zaan. Hij wordt op heterdaad betrapt, evenals twee partners-in-crime van zeventien en achttien jaar oud. Een van hen is Peter Schmidt. ‘Eigenlijk waren we daar met vijf mensen, maar twee konden op tijd wegkomen. We braken in bij Witco, omdat volgens Lex die chemische industrie slecht was voor het milieu. Hij bepaalde het doel, wij hadden niets in te brengen. We hadden touwen en ether mee, om eventueel iemand te verdoven als dat nodig mocht zijn.’ Ze komen echter niemand tegen. Het vijftal knipt de telefoonlijnen door, steelt een deel van de administratie en neemt enkele watermonsters. Peter: ‘Lex zei dat hij het water kon laten analyseren bij een laboratorium.’
Buitengekomen merken de inbrekers dat de politie is gearriveerd, gewaarschuwd door het alarm. Alle drie krijgen ze een voorwaardelijke straf en moeten ze een derde van de veroorzaakte schade (zeshonderd gulden) vergoeden. Lex hangt later het verhaal op ‘uit principe’ niet te willen betalen, waardoor zijn voorwaardelijke straf in 1987 zou zijn omgezet in een onvoorwaardelijke. Eerder in 1984 heeft hij ook al ingebroken in een chemische fabriek (eveneens met Peter en diens vriend). Daarbij worden ze niet betrapt. Een volgend doel was ook al gepland; de firma Eurocol in Wormerveer. Omdat de drie bij Witco worden aangehouden, gaat die poging niet door.
Peter: ‘Vlak na die tweede inbraak kreeg ik van de bewoners van de Witte Villa in Wormer (destijds een kraakpand) te horen dat Lex voor de BVD werkte. Er waren Britse mijnwerkersstakingen en Lex had twee mijnwerkerskinderen laten overkomen voor een vakantie. Dat werd in de Witte Villa gepresenteerd aan de pers. Lex wilde toen per se niet op de foto. Dat wekte het wantrouwen van de Villa-bewoners. Ze kwamen er achter dat hij voor inlichtingendiensten werkte en probeerde jonge mensen over te halen tot acties. Ik kreeg het dringende advies een andere beschermeling te kiezen. Vanaf dat moment heb ik hem ontweken.’
Al is het wantrouwen in de Witte Villa groot, opnieuw komt het niet tot een ontmaskering van Lex. Hij kan blijven werken als BVD- en PID-infiltrant. Bij de Groningse Knipselkrant komt hij na een tijdje niet meer. Ook dat blad is gewaarschuwd voor Lex’ activiteiten. Desondanks is hij in staat telefonisch het contact in stand te houden. De inwoner van Wormer koopt de Knipselkrant vanaf 1985 bij boekwinkel Slagerzicht in Groningen.

RARA

Op 17 september 1985 wordt het eerste Makro-filiaal in brand gestoken, in Duivendrecht. De schade bedraagt twintig miljoen gulden. De Revolutionaire Anti Racistiese Aktie (RARA) claimt de aanslag te hebben gepleegd en eist dat Makro-eigenaar SHV uit Zuid-Afrika vertrekt. Op verscheidene plaatsen in Nederland gaan uit protest tegen de apartheidspolitiek Shell-stations in vlammen op. De Bijzondere Zakencentrale (BZC) van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) richt een ‘anti-terreurteam’ op, waarin justitie en BVD gezamenlijk op zoek gaan naar de daders van de anti-apartheidsaanslagen.
De Haagse BVD-chef operationele zaken Leijendekker geeft de PID-Zaanstad opdracht Lex over te dragen aan de BZC. De eerste kennismaking tussen BZC en Lex vindt plaats in motel Akersloot in Alkmaar. Namens de centrale voert Rennie Weijster het woord. De BZC is tevreden over de nieuwe aanwinst en betaalt hem meteen vijfhonderd gulden voorschot. Helaas is over het werk dat Lex voor de BZC moet doen weinig bekend. Of hij is ingezet bij het achterhalen van de uitvoerders van de Makro-, Shell- en andere aanslagen blijft tot op heden onduidelijk. Wel gebruikt de BZC hem als provocateur/infiltrant bij diverse radicaal-linkse groepen.
In Amsterdam ontmaskert de BVD de DDR-spionne Ellen T., secretaresse bij een Amsterdams octrooibureau. De vrouw blijkt lid te zijn van het Verbond van Communisten in Nederland (VCN), de horizontale afsplitsing van de CPN. Lex Hester moet op onderzoek gaan bij de ‘gestaalde kaders’. In mei 1986, vlak voor de Tweede-kamerverkiezingen, meldt hij zich aan als VCN-lid. Hij gaat meteen aan de slag in de Zaanstreek, waar een van de sterkste Nederlandse VCN-afdelingen bestaat. Van het partijbestuur mag Lex helpen met folders delen, affiches plakken en de verkoop van het partijblad Manifest. Ook bestuurt Lex de geluidswagen, van waaruit hij de Zaanse bevolking oproept VCN te stemmen tijdens de Kamerverkiezingen. Mary de Boer [niet haar echte naam], sterk betrokken bij het VCN-Zaanstreek: ‘Hij vertelde na zijn aanmelding eerder lid te zijn geweest van de CPN, maar de koers van die partij beviel hem niet.’ [Volgens de CPN is Lex geen partijlid geweest.] Andries Visser, toenmalig voorzitter van het VCN-Zaanstreek: ‘Van iemand uit Wormer hoorden we dat Lex drugs gebruikte. Met het bestuur zijn we toen naar zijn woning gegaan om met hem te praten. Hij gaf toe dat hij in de gevangenis had gezeten en drugs had gebruikt, maar nu was hij clean. Hij had progressieve ideeën en was goed van de tongriem gesneden. Hij wist veel van politiek. Wij wilden hem wel een kans geven en hij heeft vervolgens een jaar lang zijn best gedaan.’
In dat jaar doet Lex inderdaad zijn best, maar met andere motieven dan het VCN-bestuur op dat moment denkt. Hij wordt lid van de Communistische Jeugdbond, de jongerenorganisatie van het VCN, en slaagt er in een plaatsje te krijgen in het VCN-bestuur. De nieuwbakken politiek secretaris mag vervolgens de VCN-ledenlijst en het abonneebestand van Manifest thuis bewaren. Bij vergaderingen is Lex ook regelmatig aanwezig, of het nu gaat om bestuursbijeenkomsten, landelijke VCN-vergaderingen of ontmoetingen met andere organisaties.
Een betrokkene herinnert zich dat Lex op 25 mei 1987 present is tijdens een bijeenkomst van diverse groeperingen in het gebouw van de Niet-Beroepsmatig Aktieven (NBA) in Wormer. Het overkoepelend orgaan ‘Stop het eigen risico’ vergadert daar over de protestmogelijkheden tegen de bezuinigingsplannen van staatssecretaris Dees voor de gezondheidszorg. ‘Lex was daar namens het VCN. Tijdens die bijeenkomst beperkte hij zich tot meehuilen met de meerderheid. Intussen zat hij druk aantekeningen te maken.’ Mary de Boer: ‘We hadden wel eens een vergadering in Amsterdam. Dan kreeg hij wat geld van ons, als onkostenvergoeding voor zijn auto. Want hij moest met zijn vrouw en twee kinderen van een uitkering leven en dat vonden we wel zielig.’
Met enige regelmaat poogt Lex het VCN over te halen tot ‘harde acties’. Andries Visser: ‘Hij bemoeide zich met krakers en wilde dat het VCN ook woningen ging kraken. We moesten krakers ook helpen, vond hij. Politie wegsodemieteren als die krakers lastig viel. Hij had nogal wilde, anarchistische ideeën over geweld dat met geweld beantwoord moest worden. Op een geven moment zei hij over een minister dat ze die eigenlijk dienden dood te schieten. “Daar moet eigenlijk een groepje op af. Kunnen wij als communisten daar niet eens heen”, vroeg hij. Hij was niet vies van geweld.’
Als Lex ruim een jaar kaderlid is, neemt zijn animo af. Tijdens vergaderingen zit hij te suffen, als gevolg van drugsgebruik. VCN’ers krijgen een hekel aan hem, omdat hij bij huisbezoeken altijd onmiddellijk in de boekenkasten begint te neuzen. Bovendien verzorgt hij de verzending van Manifest slecht. En het bestuur betrapt hem op leugens. De Boer: ‘Op een bepaald moment zei hij dat hij zes weken op vakantie zou gaan. Dat verbaasde ons, want hij had een uitkering. Later vertelde hij een nichtje van me dat hij die tijd in de bak had gezeten.’ Het gaat om de celstraf die hij moet uitzitten vanwege zijn inbraak bij Witco Chemical. Eind 1989 wordt Lex geroyeerd als lid, nadat hij eerder al is ontheven van zijn functie als politiek secretaris. Zijn gerichte provocaties hebben tot niets geleid, maar de BVD is wel in het bezit gekomen van lijsten met namen en adressen van VCN-leden en Manifest-abonnees.

Nomad

Hoewel veel van zijn tijd vanaf 1986 gaat zitten in het VCN-werk, besteedt Lex ook nog wat aandacht aan andere delen van de linkse wereld en mijdt hij het gezelschap van criminelen niet. Hij ontmoet bijvoorbeeld nog wel eens mensen van de Nomad-motorclub, een soort Hell’s Angels die in Zaanstad domicilie houden. Alleen al in 1987 en ’88 slaagt dat gezelschap er in meer dan honderd misdrijven te begaan, variërend van diefstal en wapenbezit tot mishandeling en verkrachting. Enkele dagen voor de club een overval pleegt op de AMRO-bank in Wormerveer doet de politie een inval in hun gekraakte clubhuis in Zaandam. Een aantal leden wordt veroordeeld tot celstraffen.
In de herfst van 1986 lijkt Lex een poging te doen wat van het gerezen wantrouwen bij de Knipselkrant en Slagerzicht weg te nemen. Hij belt de Knipselkrant met de boodschap dat er zojuist een huiszoeking bij hem heeft plaatsgevonden. Hij zegt opnames te hebben gemaakt van een gesprek met de politie, waarin die onder andere naar de Knipselkrant informeert. Lex wil het bandje toezenden. De Knipselkrant en Lex komen overeen dat boekhandel Slagerzicht als tussenstation kan dienen. Slagerzicht voelt daar weinig voor en weigert. De bandopname wordt nooit verstuurd.
In 1987/’88 bezoekt de Wormer informant de Hafenstrasse in Hamburg. Daar bevindt zich een groot, deels gekraakt en deels gehuurd complex. Lex informeert er bij verschillende mensen naar personen van onder meer de Knipselkrant. Boekhandel Slagerzicht verhuist in 1988 van Groningen naar de Amsterdamse Albert Cuijpstraat. Lex verschijnt er regelmatig en koopt alles wat los en vast zit over gewapende strijd en stadsguerrilla. Hij kopieert er ook veel archiefmateriaal. Sjoerd Bos geeft later toe dat de documenten en boeken die Lex in de loop der jaren verzamelt bestemd zijn voor de inlichtingendiensten.
Het actieblad NN van 11 januari 1991: ‘Hij [Lex] probeert zich populair te maken door regelmatig geld in allerlei solidariteitspotjes te stoppen. Het wantrouwen blijft, er worden pogingen gedaan om meer uit te zoeken over Lex Hester, wat echter niet uitmondt in harde bewijzen tegen hem. Na de zoveelse aanwijzing te hebben uitgezocht, en weer op een dood spoor te zijn beland, wordt besloten Lex Hester de toegang tot de winkel te ontzeggen.’ Hij krijgt een brief met die mededeling toegestuurd, maar reageert daar niet op. Zijn gezicht laat hij niet meer in de boekhandel zien.
Begin 1988 duikt Lex op bij een linkse drukkerij met het verzoek de RAF-uitgave Widerstand heisst Angriff (een boekje waarin de RAF-ideologie uiteen wordt gezet) te drukken in een oplage van tweeduizend exemplaren. Met het drukwerk is een bedrag gemoeid van ongeveer tienduizend gulden. De drukkerij vertrouwt het echter niet en gaat niet in op het verzoek.
Steeds vaker komen eind jaren tachtig berichten over Lex uit het buitenland. Hij schrijft tientallen zogenaamde ‘infoshops’ aan, met niet al te duidelijke vragen. In enkele brieven schrijft hij dat ‘we’ bezig zijn met het samenstellen van een Nederlandstalig blad met vertaalde teksten van ‘het verzet/guerrilla’. De brieven (onder de naam van zijn vrouw Jolanda van der B.) gaan naar Oostenrijk, Zwitserland, Denemarken, België, Spanje en -vooral- West-Duitsland. Verschillende infoshops schrijven terug dat hij zijn gegevens maar bij Nederlandse (linkse) boekwinkels moet halen.
Lex bezoekt in West-Duitsland meerdere zogenaamde ‘hongerstakings-infobureaus’ tijdens de hongerstaking van politieke gevangenen in dat land (begin 1989). Hij neemt ook contact op met familieleden van de gevangenen en slaagt er in één geval zelfs in de sleutel in handen te krijgen van de woning van een ouder echtpaar. Hij probeert tevens ontmoetingen te arrangeren met relaties van politieke gevangenen in België en Spanje. Tijdens een solidariteitsmanifestatie op 26 maart 1989 in het Amsterdamse Paradiso, waar hij met vrouw en kinderen is, valt Lex op door de vragen die hij stelt. Een maand eerder heeft hij een brochure uitgegeven met krantenknipsels, verklaringen en teksten over en van politieke gevangenen.

Explosieven

In de zomer van 1989 gaat Lex weer in Het Fort van Sjakoo werken. Sinds de vorige keer dat hij daar vrijwilliger was (1980/’81) is er een hele nieuwe generatie aan de slag gegaan. Daardoor rijst er geen verdenking tegen hem als hij vrijwel onmiddellijk weer begint over ‘revolutionaire strijd’. Lex heeft een lijst met publicaties over extremistische groeperingen, die hij op verzoek wel wil kopiëren. Klanten dienen hun naam en adres achter te laten, zodat Lex de kopieën naderhand kan toesturen.
André, een van de vrijwilligers bij de linkse boekhandel, werkt Lex in wanneer hij in het Fort komt werken. ‘De indruk die ik in eerste instantie van hem kreeg was van iemand die helemaal leip was van het gewapend verzet en alles schitterend vond wat daar gebeurde. Hij praatte alleen maar over RAF, Rode Brigades en CCC. (…) Op een gegeven moment vroeg hij aan mij hoe ik over hardere acties dacht. Waarop ik reageerde dat ik er in principe niet afkerig van was. Toen vertelde hij mij dat hij explosieven had. Wat voor explosieven heeft hij niet verteld. Of ik mensen wist die er iets mee konden doen. Daar ben ik afwijzend tegenover geweest’, vertelt André in het radioprogramma Het Gebouw.
In 1990 biedt Lex aan minimaal drie medewerkers van Het Fort van Sjakoo en een oud-medewerker van de Knipselkrant explosieven en wapens aan. Ze gaan er niet op in. Tegenover Henk, als vrijwilliger werkzaam in het Fort, vertelt Lex dat hij een kilo kneedexplosieven in zijn bezit heeft. Hij stelt Henk voor om daarmee een aanslag te plegen. Henk: ‘Hij heeft het gehad over het nieuw te bouwen politiebureau in Zaandam of de Zaanstreek. [Bedoeld wordt het hoofdbureau in aanbouw, dat in Zaandijk staat.] Hij heeft ook aan mij gevraagd of ik voor detonatoren kon zorgen, omdat hij wel lont en springstof had, maar daarnaast heb je ook nog een detonator nodig.’
Als Henk in juli 1990 nog een keer bij Lex op bezoek komet, laat die hem de ‘kneed’ zien. ‘Dat zag er een beetje uit als stopverf. Het was vettig en het zat verpakt in een plastic tasje. (…) Ik heb er aan geroken, maar er zat niet een bepaald geur aan. Het was zo groot als een flinke worst.’ Op de vraag of hij wist dat er al meer mensen door Lex waren benaderd, zegt Henk: ‘Nee, hij heeft toen ook heel duidelijk gezegd dat wij de enige twee waren die er van wisten dat hij dat spul in bezit had.’
Lex blijft speuren naar mensen die contact hebben met stadsguerrillagroeperingen. Hij bezoekt Brussel en ontmoet twee mensen van het APAC, een ondersteuningsgroep voor politieke gevangenen in België. En hij schrijft nog altijd brieven naar het buitenland. Die gaan nu vergezeld van de mededeling ‘medewerker van de linkse boekhandel Fort van Sjakoo’ of ze worden verzonden onder de naam van ’t Info.

Extreem

’t Info is een blad dat Lex na de opheffing van de Knipselkrant, in 1989, opricht. Het is de enige Nederlandse uitgave die vol staat met verklaringen van politiek extremistische groeperingen die zich van geweld bedienen. Het blad is tientallen pagina’s dik, bevat niets dan in het Nederlands vertaalde teksten die gewapende strijd verheerlijken en verschijnt in totaal vier keer. Het is geen toeval dat Lex zo’n blad uitgeeft. In De Telegraaf van 22 oktober 1990 verschijnt een mogelijke verklaring dat uitgerekend een politie-informant het enige blad over gewelddadig politiek activisme publiceert. Onder de kop ‘Nederlanders lid van Euroterreurfront’ schrijft het grootste dagblad van Nederland: ‘Bij de CRI in Den Haag wordt vermoed dat een groep radicale Nederlandse anti-imperialisten, afkomstig uit de krakersbeweging, RARA en anti-apartheidsorganisaties, een revolutionaire Westeuropese frontvorming is aangegaan met geestverwanten en ook met terreurorganisaties in omringende landen. Commissaris Jaap de Waard, woordvoerder van de CRI: “Het gaat om een puur interne, nog niet voldragen studie van onze BZC.” De CRI voorspelde hierin al een geweldstoename van internationale groeperingen, onder meer tegen Europa ’92. Volgens politiespecialisten is het nieuw dat Nederlandse aktivitsten sinds recent daadwerkelijk steun verlenen aan terroristische organisaties. “De anti-imperialisten vormen een stroming die zich onder meer verzet tegen de Europese eenwording.”‘
De CRI kan ’t Info meer dan goed gebruiken om haar theorieën over een internationaal netwerk van revolutionaire anti-imperialisten te staven. De productie van het blad is volgens de Volkskrant van 12 januari 1991 ‘vrijwel zeker het werk van de CRI’. Volgens de politicoloog Peter Klerks, werkzaam aan de Universiteit van Leiden, zou het ‘niet de eerste keer zijn’ dat de CRI bezig is met zowel het veroorzaken als het oplossen van problemen. ‘Als je als onderzoekers van de politie argumenten wil aandragen om zo’n rapport te staven -de theorie van een Europees terreurfront-, dan heb je misschien inderdaad zo’n blad (’t Info) nodig. Dan kun je daaruit citeren, fotokopieën maken en zeggen: “Kijk, dat bestaat en daar wordt over gedacht” en in dat licht is het heel erg interessant.’

De bewijzen tegen Lex stapelen zich op. In september 1990 spreken medewerkers van Slagerzicht en Het Fort van Sjakoo met elkaar over de inwoner van Wormer. Ze verzamelen nog wat meer informatie dan al bekend is en nodigen Lex vervolgens uit voor een gesprek over zijn BVD- en CRI-werkzaamheden. De ontmoeting vindt half oktober plaats. Uit het actieblad NN van 11 januari 1991: ‘Er volgt een vier uur durend gesprek waarin wij onze vragen stellen en Lex Hester op de praatstoel gaat zitten. Hij lult zichzelf en ons suf en speelt de rol van ex-verslaafde, ex-crimineel, moeilijke jeugd, verkeerde dingen gedaan, maar met het hart op de goede plaats. Feiten waarmee we hem confronteren wijt hij of aan avonturisme in zijn vroege jaren toen hij net “politiek bewust” werd; “stom, maar ik zal het nooit meer doen”, of hij ontkent ze glashard met goedgespeelde overtuiging. Na vier uur, hij ontkent dan nog steeds elke connectie met een inlichtingendienst, voltooit hij zijn rol door te concluderen dat hij maar beter met z’n politieke aktiviteiten kan stoppen.’
Na het gesprek levert Lex de sleutel van Het Fort van Sjakoo in en maken de aanwezigen -met toestemming van Lex- foto’s van de informant. Over een tweede gesprek zegt Lex nog te willen nadenken. Dat komt er nooit, omdat Lex weigert. Hij probeert nog verschillende malen het Fort binnen te komen. Dat houdt pas op wanneer hem nadrukkelijk wordt gezegd dat hij niet meer welkom is. Alle vermoedens tegen Lex worden bevestigd als Sjoerd Bos zijn verhaal vertelt in Nieuwe Revu en daarbij Lex meerdere malen aanduidt als ‘informant’ of ‘H’.

Wanneer de VPRO-radio probeert een afspraak met Lex te maken, in verband met het radioprogramma Het Gebouw, zijn ze te laat. De gemeentepolitie van Zaanstad heeft hem op 19 december 1990 gearresteerd wegens het dealen van drugs. Bij zijn aanhouding heeft Lex 25 gram cocaïne op zak. De Haarlemse rechtbank veroordeelt hem op 11 april 1991 tot achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk. Zijn vrouw verhuist in het voorjaar van 1991 van de Watermuntstraat 15 naar de Bootsmanstraat 24 in Wormer. In 1992 mag Lex zich (tot zijn volgende arrestatie) weer bij haar voegen. Tot die tijd kan hij niet uit de school klappen over BVD, PID en CRI, tot grote opluchting van diezelfde diensten.

 

(In deel 4 het gesprek met de plaatsvervangend hoofdcommissaris over de PID)