Tag Archives: Februaristaking

De dood van een slagersknecht

24 feb

Het neerslaan van de Februaristaking kostte in de Zaanstreek één persoon het leven. Op 26 februari 1941 werd slagersknecht Jan Keijzer dodelijk getroffen door een Duitse kogel.

Jan Keijzer (Middelie, 26-7-1920) groeide op in zijn geboortedorp, maar ging kort voor de bezetting van Nederland in de leer bij de Zaandamse slager Jan Honingh. Die had zijn winkel en woning aan de Hoogendijk 50. Kort tevoren was een eerdere knecht vertrokken en Honingh kon wel een nieuwe hulp gebruiken. Keijzer nam zijn intrek bij het echtpaar Honingh en hun kinderen, vastbesloten om het slagersvak onder de knie te krijgen.


Hoogendijk 50 (het witte pand) na de oorlog

Op 26 februari 1941 was Jan niet aan het werk. Net als vrijwel alle andere Zaanse ondernemingen hield slagerij Honingh die woensdag de deuren gesloten. Een etmaal eerder had de tegen jodendeportaties en Duits machtsmisbruik gerichte Februaristaking de Zaanstreek bereikt. Waar op dinsdag de werkonderbreking nog beperkt bleef tot enkele duizenden arbeiders, leek het de 26ste wel alsof iedereen zich bij de revolte aansloot. Dicht opeengepakt liepen de mensen door de Westzijde en over de Dam. Sommigen vergeleken het tafereel later met de viering van Derde Pinksterdag, het jaarlijkse Zaanse feest dat herinnerde aan het verdrijven van de Spaanse bezetter, vier eeuwen eerder. Gezinnen wandelden ’s middags in hun zondagse kleding langs de gesloten etalages in het stadshart. De sfeer was vrolijk en strijdbaar, alsof de Duitse bezetting zijn laatste uren inging.

In de namiddag ging Jan Keijzer naar een collega-slagerij, die van Kluft. Het was slechts enkele tientallen meters lopen van Hoogendijk 50 naar de om de hoek gelegen Nicolaasstraat 7. Pieter Honingh: “M’n vader had nog tegen hem gezegd dat hij maar beter niet de straat op kon gaan, omdat het er zo’n rommeltje was. ‘Ga maar uitbenen’, had hij hem gezegd. Maar ja, Jan ging toch kijken. (…) Op een gegeven moment waarschuwde mijn moeder dat er koffie was, maar Jan kwam niet. Hij was zonder wat te zeggen toch de deur uitgegaan. (…) Hij kende de mensen van Kluft, dus daar ging hij heen.”

http://images.memorix.nl/zaa/thumb/250x250/b00e7fee-62be-420d-b4b0-2ebee3c825cb.jpg Slagerij Kluft na de oorlog

Te beleven viel er inderdaad genoeg. Vanuit slagerij Kluft had je een goed zicht op de Dam, het drukste stukje Zaandam. Er werd daar geestdriftig gepraat en gespeculeerd. Even verderop joegen mensen NSB’ers op. De angstige nationaalsocialisten zochten een veilig heenkomen. In het verlengde van de Nicolaasstraat sneuvelden ramen bij ‘deutschfreundlichen’. De Zaandamse politie deed weinig om de opwinding in goede banen te leiden. De meeste agenten konden zich wel vinden in de vrijheidsgedachten achter de staking. Het wachten was op ingrijpen door de Duitsers.

Ordnungspolizei

Vader en zoon Kluft en Jan Keijzer stonden samen met een andere slagersknecht, Jan Hein, voor de winkel vlakbij de hoek Nicolaasstraat/Hoogendijk. Cornelis Kluft sr. had uit voorzorg de luiken van de slagerij gesloten. Het was inmiddels even na vier uur ’s middags. “Plotseling zag ik vanaf de Hoogendijk (…) een groot aantal personen hard de Nicolaasstraat inlopen, waaruit ik begreep dat vanaf de Hoogendijk de mensen verjaagd werden”, vertelde Kluft later die dag. Het groepje deed uit voorzorg een paar stappen naar achteren, van de stoep naar de deuropening van de slagerij. Jan Hein: “Plotseling kwam vanaf de Hoogendijk een groot aantal mensen hard lopende langs ons heen, dat zich in alle richtingen verspreidde. Vermoedende dat er iets bijzonders ging gebeuren, ging ik met mijn patroon en Keijzer in de winkel staan.” Kluft sr.: “Nog maar juist binnen zijnde zag ik, terwijl de deur nog openstond, een auto van de Duitse Ordnungspolizei met grote snelheid op de Hoogendijk in de richting van de Damstraat rijden.”

Vanuit het winkelportiek konden ze de grijs geschilderde militaire vrachtwagen duidelijk zien. In de laadbak bevonden zich een stuk of twintig Duitse leden van de Ordepolitie. Kluft: “Vóór ik bedoelde auto zag, hoorde ik van dichtbij meerdere schoten lossen. (…) Degenen die zich het dichtst bij de cabine bevonden, stonden met het gelaat voorwaarts, terwijl de rest zich zittend of geknield met het gezicht in achterwaartse richting bevond. Allen hadden het geweer in aanslag. Toen deze wagen ongeveer ter hoogte reed van dr. Bax, Hoogendijk no. 16 alhier, zag ik dat een der daarop aanwezige militairen zijn geweer aan de schouder bracht, in onze richting aanlegde en een schot loste. Ik sprong onmiddellijk achter de stenen muur naast mijn winkelraam en mijn knecht en Keijzer sprongen achterwaarts in de winkel en vielen op de grond.”

Czaar Peter

Er werd zowel over de hoofden van demonstranten heen als gericht gevuurd. Na de oorlog vertelde een andere getuige: “Ik liep bij het Czaar Peter-standbeeld in Zaandam toen er een vrachtwagen met een ploeg moffen erop al schietend de Dam op kwam rijden. Ik hoor nog het geratel van de kogels op dat ijzeren bord boven de Hema. Als ik langs het standbeeld fiets, dan kijk ik altijd nog even naar de gerepareerde kogelinslagen.” De munitie sloeg gaten in gevels en belandde in woningen. Het bleef echter niet bij materiële schade.

Jan Hein: “Plotseling hoorde ik een schot, waarna ik mij achterover de winkel liet vallen. Ik hoorde iets langs mijn hoofd fluiten en meende, toen ik op de grond lag, dat ik gewond was. Het suisde steeds in mijn linkeroor. Keijzer, die links naast mij in de winkel had gestaan, viel gelijk met mij. Toen ik opstond, zag ik dat hij aan zijn kin bloedde. Van schrik heb ik mij hierover niet bekommerd, doch ik ben eerst in de woonkamer achter de winkel gegaan.”

Cornelis Kluft reageerde wel alert en verleende eerste hulp: “In verband met de hevigheid van de bloeding trachtte ik de wond dicht te drukken, waarna ik zag dat het bloed ook uit zijn mond kwam. Ik zei enige malen tegen hem dat hij dat bloed moest uitspuwen. Keijzer knikte slechts met zijn hoofd en heeft verder geen teken van leven meer gegeven.” De twintigjarige Jan stierf, liggend in een almaar groeiende bloedplas, binnen enkele minuten. Enkele door Jan Hein te hulp geroepen verpleegsters van het St. Janziekenhuis konden niets meer betekenen.

 Jan Keijzer rond 1940

De kogel had Keijzers gezicht geraakt en zijn lichaam aan de achterkant verlaten. In de woorden van de Zaandamse arts/lijkschouwer Willem Levend: “Er bestaat een inschotopening rechts aan de kin en een uitschotopening aan de rugzijde ter hoogte van de zesde halswervel. Dood ten gevolge van het bekomen letsel.”

Het fatale stukje metaal had ook de betimmering van een achterliggende koelkast doorboord, een gat geslagen in de betegeling aan de binnenkant van de koeling en een lat gespleten, om te eindigen in een stuk kalfsvlees. Jan Honingh peuterde de zwaar beschadigde geweerkogel nog dezelfde avond uit de kalfsbil en gaf het bewijsmateriaal mee aan een politieman. Later kreeg hij het door een agent achterovergedrukte voorwerp terug. Het zou nog 75 jaar door het gezin worden bewaard, om vervolgens te worden overhandigd aan een lid van de familie Keijzer.

De Zaandamse politie nam contact op met de burgemeester van Middelie, die op zijn beurt Keijzers’ ouders inlichtte. Om zeven uur ’s avonds identificeerden zijn haastig naar Zaandam gereisde moeder en een zwager het slachtoffer. Zijn lichaam mocht van Zaandam naar Middelie worden vervoerd en daar begraven, mits daar geen openlijk rouwbeklag aan werd gekoppeld. De Officier van Justitie gaf op 27 februari schriftelijk toestemming voor een begrafenis, waarna burgemeester Drost regelde dat Jan Keijzer naar zijn voormalige woonplaats werd vervoerd. Op 1 maart werd hij, gedragen door de buren en slechts begeleid door naaste familie, op de begraafplaats van Middelie ter aarde besteld. Andere aanwezigen waren niet welkom. Jan droeg het witte slagersjasje dat hij de dag van zijn dood ook aanhad.

In een Zaanse krant verschenen twee rouwadvertenties, van zowel ‘de Buren en de Zaandamsche Slagersvereeniging’ als van de familie Honingh. Opvallend is dat in beide berichten werd gesproken over ‘een noodlottig ongeval’, als betrof het een dodelijke aanrijding. Het omfloerste taalgebruik sloot aan bij hetgeen de familie in Middelie van overheidswege te horen kreeg.

Voor zijn moeder kwam de dood van Jan Keijzer zo hard aan dat ze in oktober 1941 zelf ook overleed, slechts 60 jaar oud. Haar echtgenoot, Jacob, stierf een jaar later vereenzaamd. Het was 25 december 1942, een dag voor de verjaardag van zijn zoon Dirk. Kerstmis zou in de familie Keijzer nooit meer een feestdag zijn.

(Met dank aan de heer D. Keijzer)

Op 25 februari 2017 verschijnt mijn boekje De Februaristaking in de Zaanstreek. Daarin is voor het eerst gedetailleerd beschreven hoe de Februaristaking in deze regio uitpakte. De publicatie bevat ook vier unieke, in 2016 gevonden stakingsfoto’s uit Zaandam. Tot dan toe waren er slechts twee, in Amsterdam gemaakte foto’s bekend.
De Februaristaking in de Zaanstreek (64 pagina’s, €12,50) is verkrijgbaar via elke boekhandel en bij Uitgeverij Noord-Holland.

Advertenties

Er is nóg een foto van de Februaristaking

23 feb

De ontdekking van vier foto’s waarop de Februaristaking in Zaandam was vastgelegd bracht me gisteren in zowel het NOS-Journaal als het radioprogramma Nieuws en Co. De gevonden opnames waren dan ook uniek. Tot dan toe was er slechts één foto geopenbaard waarvan vaststond dat daarop het enige massaprotest in bezet Europa tegen de jodenvervolging te zien viel. Die werd vorig jaar gevonden, een op 25 februari 1941 geschoten kiekje van het met mensen volgestroomde Raamplein in Amsterdam. Bij de interviews die ik gisteren gaf moest ik me echter bedwingen om niet uit de school te klappen. Er bestaat, wist ik, namelijk nóg een foto van de Februaristaking, maar dat plaatje moest de eigenaar zelf maar openbaren….

Op vrijdag 20 januari jongstleden bevond ik me op de bovenverdieping van het Stadsarchief aan de Amsterdamse Vijzelstraat. Wij -Vrij Nederland-redacteur Harm Ede Botje en ik- waren bezig met ons artikel over de Februaristaking en in dat verband bleek het Stadsarchief iets bijzonders op voorraad te hebben. Op tafel lag een enorm boek. Niet alleen het formaat was ontzagwekkend, ook de dikke pagina’s en de mooie vormgeving maakten indruk. Al helemaal omdat deze publicatie uit 1946 dateerde. In dat eerste naoorlogse jaar heerste er nog altijd een enorme papierschaarste. Dat boek moest dus wel iets heel bijzonders zijn.

Dat was het ook. Er bleken slechts twee exemplaren van te bestaan. Een ervan was kort na de bevrijding naar Canada verhuisd, het andere had tot aan de verhuizing naar het Stadsarchief in het Amsterdamse stadhuis gelegen. Het boekwerk was een cadeau van het gemeentebestuur voor de Canadese militairen die een jaar eerder de hoofdstad bevrijdden. Het bevat tientallen foto’s en begeleidende teksten die de situatie in en vlak na de Tweede Wereldoorlog verbeeldden. De meeste foto’s zijn gemaakt door de bekende fotograaf Cas Oorthuys. En dat gold waarschijnlijk ook voor die ene afdruk waarvoor we de lift naar de bovenverdieping van het archief hadden genomen.

Te zien is een uit de tramrails getilde wagen-op-wielen in de Amsterdamse Bilderdijkstraat. Het voertuig staat enigszins dwars op de weg en blokkeert zo de route voor trams. Het is 26 februari 1941, de dag dat de Februaristaking in Amsterdam z’n hoogtepunt bereikt. Mensen zijn nauwelijks zichtbaar op de foto, maar de dwarsgeplaatste wagen maakt op zichzelf al duidelijk dat de normale gang van zaken even niet geldt.

Zeventig jaar lang had de gemeente Amsterdam dit beeld van Cas Oorthuys bewaard en beheerd, zonder dat iemand doorhad dat het bestond. Afgelopen week heeft het in alle stilte een plek gekregen in de expositie die het Stadsarchief wijdt aan de oorlog in de stad. En het lijkt wel alsof nog altijd niemand zich realiseert hoe bijzonder en zeldzaam die ene afbeelding is. Geen krant, tv-programma of radio-uitzending heeft er bij mijn weten aandacht aan besteed. Dat is op zich ook wel weer uniek.

Enfin, wie die Amsterdamse foto wil bestuderen, kan op werkdagen terecht bij de oorlogsexpositie in het Stadsarchief. En voor de Zaanse foto’s kunt u zondag om 10.00 uur terecht in het Zaantheater, waar we ze op groot formaat een uurtje exposeren, tijdens de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking.

bilderdijkstraat

In aantocht: Februaristaking in de Zaanstreek

31 jan

De Februaristaking was de grootste werkonderbreking die de Zaanstreek ooit heeft gekend. Van 25 tot en met 27 februari 1941 legden duizenden Zaankanters het openbare leven volledig plat. Niet eens om een hoger loon of betere arbeidsomstandigheden af te dwingen -tot dan de gebruikelijke stakingseisen-, maar als steunbetuiging aan de joodse bevolking. Het enige grootschalige en openlijke verzet tegen de jodenvervolging in Europa was een feit. De Duitse machthebbers werden compleet verrast door deze opstand. Vanaf dat moment zou de Tweede Wereldoorlog in Nederland een ander aanzien krijgen.

Een nieuw boekje, De Februaristaking in de Zaanstreek, geeft een helder overzicht van zowel de aanloop naar als het verloop van dit massaprotest, dat nergens langer duurde dan aan de boorden van de Zaan. Het bevat verder unieke foto’s en nooit eerder gepubliceerde documenten die een nieuw licht werpen op deze uitzonderlijke revolte tegen het door de nationaalsocialisten uitgedragen antisemitisme.

De Februaristaking in de Zaanstreek (een coproductie van Geke van de Kamp, Sander Wegereef en Erik Schaap) wordt op zondag 26 februari gepresenteerd tijdens de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking. Het is vanaf die dag voor €12,50 verkrijgbaar via Stichting Uitgeverij Noord-Holland en elke boekwinkel. De burgemeesters van Zaanstad, Wormerland en Oostzaan ontvangen op 26 februari in het Zaantheater de eerste exemplaren van dit boekje. Aanvang 9.30 uur, entree vrij. U bent van harte welkom.

omslag-boekje

Anonieme oproep tot Zaanse Februaristaking

1 mei

Een bijzondere vondst van Zaandammer Hans Luiten.  Weggestopt in een mapje kwam hij bij het Gemeentearchief Zaanstad onderstaand briefje tegen. Een oproep aan scholieren om mee te doen aan de Februaristaking van 1941. ‘Een Oranje Man’, noemde de onbekende schrijver zichzelf. Gezien de verdere tekst kan het best zijn dat er geen volwassene, maar een leerling achter de tekst zit. Hoe dan ook, de oproep om de school plat te leggen was mij nog niet eerder onder ogen gekomen.

Het is een gok, maar ik vermoed dat de oproep was gericht aan de leerlingen van het Zaanlands Lyceum, dat toen nog gevestigd was bij de Westzijde. Daar gaf iemand les die als enige docent meedeed aan de Februaristaking en tevens zijn leerlingen opriep om de school te mijden uit protest tegen de jodenvervolging. Met weinig succes overigens, zoals deze George Louis Jambroes later zelf schreef: “De rector heeft de 2 hoogste klassen bij elkaar geroepen en erop gewezen dat het, in verband met het aanstaande eindexamen, het verstandigst zou zijn om niet te staken. Men heeft deze raad opgevolgd. Daar het woensdagmiddag was waren zij toch niet op school.”

De onbekende schrijver meldt op onderstaand briefje dat er ‘word [sic]  onderwezen door een N.S.B.er’. Voor zover mij bekend telde de Zaanstreek begin 1941 twee NSB-onderwijzers. De ene gaf les op een lagere school. De oproep lijkt me echter niet gericht op kinderen van 11 jaar of jonger. Het Zaanlands Lyceum komt echter wel in aanmerking, omdat daar eveneens een leraar de NSB-beginselen aanhing. Deze Cornelis van der Spek droeg op school trots het speldje dat zijn verbondenheid met Musserts organisatie symboliseerde. Erg populair was deze leraar Engels niet. Op 30 november 1940, de verjaardag van Winston Churchill, versierden leerlingen zijn klaslokaal ‘met Engelse kleuren’. Jambroes: “Bij een Engelse leraar aan dit Lyceum (de enige NSB-leraar van die school)  is eens een zeer grote herrie herrie geweest. Er werd met knikkers gegooid en de leerlingen gaven geen antwoord. De leraar heeft er een zenuwstoring van gekregen en hij zou zijn beklag indienen.” Na de oorlog werd Cornelis van der Spek vanwege zijn NSB-beginselen veroordeeld en van school verwijderd. 

Meer informatie over de vondst die Hans Luiten deed is hier te vinden.

Staking  

Leeda’s lot

25 feb

Vandaag wordt in Amsterdam de Februaristaking herdacht. Vorige week vond ik bij het Nationaal Archief een getuigenverklaring over het oppakken van de joodse Amsterdammer Samuel Leeda (20-11-1913/15-11-1943). In Zaandam. Zijn weduwe vertelde vier jaar na dato -nog altijd onwetend dat haar echtgenoot was vergast- hoe Leeda was gearresteerd door Zaanse politiemannen. Omdat hij de verplichte Davidsster weigerde te dragen moest hij naar het concentratiekamp. Het verhaal van mevrouw Leeda:  

“Toen de oorlog in 1940 uitbrak met Duitsland, maakten mijn man en ik zich tamelijk ongerust, omdat mijn man Jood was. Tot de aanmelding bij de Joodse Raad verliep alles normaal. Mijn man droeg nog geen Jodenster, maar nadat hij zich bij genoemde Raad had laten inschrijven, ontving hij de beruchte Jodenster, die hij, zoals was voorgeschreven, zichtbaar moest dragen. Mijn man heeft dit echter nimmer gedaan. Wel heb ik soms de ster op zijn jas genaaid, maar hij haalde deze er steeds weer af. Wel had hij de gewoonte om de ster in zijn jaszak te stoppen. Mijn man heeft vanwege ons gemengd huwelijk nimmer te maken gehad met de beruchte Jodenpolitie of met Westerbork. Hij kon zich altijd vrij op straat begeven. Dit kwam ons gezin ten goede, daar mijn man van beroep straatmuzikant was, en er iedere dag met zijn banjo op uittrok. Hij kwam dan in verschillende plaatsen en ook in de Zaanstreek.

Zo ging hij op 13 Augustus 1943, zoals hij zei, naar de Zaan om daar te spelen. Hij vertrok ’s morgens om 7 uur en tot op heden heb ik niets meer van hem vernomen. Ik heb steeds de gedachte gehad, dat hij door de Groene Politie gearresteerd is en daarna is overgeleverd aan de S.D. (Wij, verbalisanten, melden aan getuige het bericht uit de dagrapporten van de politie te Zaandam, waarin voorts staat, dat Leeda op last van [de Zaandamse politieman Tonny] Jansen is ingesloten.) Ik wist wel, dat hij gevangen zat aan de Amstelveenseweg, want ik heb daar tweemaal wasgoed gebracht, maar hem nimmer gezien. Dat mijn man door de Hollandse politie is gearresteerd, verwondert me toch wel. Hij had zich, zoals ik reeds verklaarde, aangemeld bij de Joodse Raad en mocht dus gewoon op straat indien hij de Davidsster droeg. Daar hij dit laatste pertinent weigerde, was hij alleen hiervoor in overtreding. Mogelijk had men hem niet aan de Duitsers behoeven overleveren, maar men dacht niet aan één mensenleven. Ik leef nog steeds in de veronderstelling, dat mijn man leeft, want ik heb nimmer een officieel overlijdensbericht gehad. Ik ontvang thans steun als oorlogsslachtoffer voor mijn twee kinderen, n.l. f 24,- per week.”

Morgen wordt de Februaristaking in de Zaanstreek herdacht bij het door Truus Menger gemaakte oorlogsmonument. Aanvang 10.00 uur bij het Zaantheater. U bent welkom.  


Zaandamse stakingsoproep, februari 1942

Monument weg

23 jul

Ruim elf jaar geleden werd bij het Zaantheater een monument onthuld ter herinnering aan de Februaristaking van 1941. Het betreft een door oud-verzetsvrouw Truus Menger gemaakte bronzen beeldengroep die een groep stakers weergeeft. 

Toen ik er vanochtend langsfietste en er traditiegetrouw een blik op wierp, bleken de bronzen mannetjes en vrouwtjes verdwenen. Waar eerder het beeld stond resteerde nu een zwarte vlek en wat lijmresten. Hetgeen de vraag oproept wat er met de beeldengroep op de balustrade van de Wilhelminasluis is gebeurd.

De laatste keer dat ik het monument zag, was er niets mee aan de hand. Achtte de gemeente het desondanks raadzaam om het beeld te laten reinigen? Lijkt me niet, want dat kan ook ter plaatse. Was het beschadigd en is het voor reparatie ergens heengebracht? Dat roept de vraag af hoe de schade is ontstaan en wat er mis is met het beeld. Gaan er werkzaamheden plaatsvinden op deze plek en is het beeld preventief verwijderd? Maar waarom hangt de bijbehorende plaquette er dan nog wel? Of heeft iemand anders de Februaristaking meegenomen (de bronsprijs is nog altijd hoog…)?

Vragen, vragen. Maar wie weet het antwoord?

Update (23-7): het monument is door onverlaten in de Zaan gemieterd en er maandagmiddag door de brandweer uitgevist. Triest vandalisme. 

 Monument nu

Februaristaking (2)

26 feb

Altijd weer indrukwekkend om de krasse knarren te zien die jaarlijks op 26 februari bijeenkomen in het Zaantheater. De aanleiding: de herdenking van de Februaristaking, die deze dag 71 jaar geleden uitbrak in de Zaanstreek. Van de stakers van weleer is vrijwel niemand over, maar hun kinderen en kleinkinderen kwamen ook dit keer weer in groten getalen opdagen. Plus, toch nog, een enkele oud-verzetsstrijder, zoals Wim Blank.

Hij en de andere aanwezigen hoorden onder meer Geke Faber afgeven op het PVV-meldpunt Midden- en Oost-Europeanen. De burgemeester hield een mooie, beladen toespraak. Dat sommigen het zullen beschouwen als ‘godwinnen’ (het gelijkstellen van hedendaagse gebeurtenissen met de Tweede Wereldoorlog) moet maar. Mijns inziens is het steeds makkelijker te verdedigen dat de PVV veel trekjes heeft die de vooroorlogse NSB ook had. Haalden maar meer politici uit naar de club van Geert Wilders, in plaats van lijdzaam toe te kijken of -nog erger- er mee samen te werken.   

De Februaristaking volgde overigens na twee antisemitische razzia’s in Amsterdam. Op 22 en 23 februari 1941 werden enkele honderden joden opgepakt en afgevoerd, eerst naar kamp Schoorl en vervolgens naar Buchenwald. De overlevenden werden op 22 mei naar Mauthausen gedeporteerd. Een van de slachtoffers was Samuel Waterman, wonend in de Amsterdamse Lepelstraat, maar werkend bij de Zaandamse Artillerie-Inrichtingen. Toen dat bedrijf in het voorjaar van 1942 bij de Joodsche Raad informeerde hoe het ging met haar ruim twintig joodse werknemers -ze waren inmiddels allemaal ontslagen, op last van de nazi’s- antwoordde de Joodsche Raad op 4 mei dat er inmiddels één medewerker was overleden: Samuel Waterman. Het duurde niet lang of alle mannen die bij de eerste razzia in Nederland waren opgepakt bleken te zijn overleden. Beter gezegd: vermoord in het beruchte Mauthausen. Samuel Waterman hield het er slechts een week vol. Voor zover mij bekend was hij het eerste joodse slachtoffer met Zaanse banden. In de navolgende jaren zouden er honderden volgen.       

Samuel Waterman (12-6-1910 /Mauthausen, 30-5-1941)