Gleufhoeden! De activiteiten van BVD en PID in de Zaanstreek (1)

10 nov

In 1991 publiceerde ik de brochure Gleufhoeden!, over de werkzaamheden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en Politieke Inlichtingendienst in de Zaanstreek. De BVD werd de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de PID veranderde in de Regionale Inlichtingendienst (RID), maar in de basis bleven hun werkzaamheden gelijk. De geheime dienst verzamelt inlichtingen voor de overheid. En soms ook tegen de eigen bevolking.
Gleufhoeden! is al vele jaren uitverkocht. Ter lering ende vermaeck plaats ik hier de vijf belangrijkste hoofdstukken, aangevuld met wat nieuwe weetjes. Te beginnen met hoofdstuk 1: De geschiedenis.

De Rotterdamse burgemeester Zimmerman twijfelt er eind 1918 niet aan dat binnen afzienbare tijd de revolutie in Nederland zal losbarsten. In november van dat jaar roept hij twee socialistische leiders bij zich en bespreekt met hen de maatregelen die ze moeten nemen wanneer de arbeiders in opstand komen. Zimmerman is niet de enige die zo denkt. Ook SDAP-voorman Pieter Jelles Troelstra weet zeker dat het revolutionaire elan van onder meer de Duitse en Russische kameraden niet stopt bij Zevenaar. Op 12 november 1918 doet hij in de Tweede Kamer een oproep aan het Nederlandse proletariaat ‘om thans, nu de politieke macht aan ons is, de sociale verbeteringen die wij met die macht kunnen verkrijgen, niet te vragen in een verlanglijstje, maar zelf met behulp van hen die met ons willen samenwerken, wie zij ook mogen zijn, zoo spoedig mogelijk en zoo afdoend mogelijk tot stand te brengen.’
Tot een staatsgreep komt het niet, maar nog dezelfde dag besluit de Nederlandse Militaire Inlichtingendienst haar werkterrein te verleggen van buiten- naar binnenland. Op 10 januari 1919 verschijnt een nota van de Generale Staf (waartoe de Militaire Inlichtingendienst behoort) aan de minister van Binnenlandse Zaken. Daarin wordt de oprichting bekendgemaakt van een ‘Inlichtingendienst tegenover revolutionaire propaganda en revolutionaire woelingen’. Deze zou uitsluitend gegevens moeten verzamelen over ‘binnen- en buitenlands socialisme’. De Generale Staf stelt voor een Centrale Inlichtingendienst (CID) te vormen. De CID dient steun te ontvangen van zogenaamde Berichtendiensten bij de lokale politie.
In de nota staat aangekondigd dat de Berichtendienst -de latere Politieke Inlichtingendienst- een plaatsje moet krijgen in 45 gemeenten die politiek betrouwbaar zijn. Zaandam komt, wat betreft het aantal inwoners, in aanmerking voor een PID. Maar Zaandam heeft een SDAP-burgemeester, de eerste in heel Nederland. Al in 1914 is Klaas ter Laan geïnstalleerd als burgervader en dat maakt de aanwezigheid van een inlichtingendienst in Zaandam zelf ongewenst. De rode Zaanstreek moet het vooralsnog doen met toezicht van bovenaf, door de CID.
Wanneer de eerste Zaanse PID-afdeling ontstaat is onbekend. Het moet ergens tussen 1920 en 1940 gebeurd zijn. De SDAP geeft in die periode haar revolutionaire ideeën één voor één op, krijgt ook steeds minder bezwaren tegen het koningshuis en wordt daardoor in de ogen van de andere partijen betrouwbaarder. De sociaal-democraten mogen in 1939 zelfs voor het eerst meedoen in de regering. Met vijf andere partijen vormen ze tot de Duitse inval het tweede kabinet-De Geer. Het betekent overigens niet dat de inlichtingendiensten geen belangstelling meer hebben voor links. SDAP’ers, communisten en anarchisten blijven in hun opinie een risico voor de rechtsorde.

Neutraliteit

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog breiden de activiteiten van de PID en CID zich flink uit. Er wordt een bestand opgebouwd met gegevens over tienduizend socialisten. Steeds meer plaatsen krijgen een inlichtingendienst. De PID is incognito aanwezig bij vakbondsvergaderingen, bijeenkomsten van werklozencomité’s en politieke partijen. Betrouwbare tipgevers en agenten in burger begeven zich tijdens dergelijke gelegenheden onopvallend tussen het publiek, waarna de daar verzamelde gegevens op schrift worden gesteld. Het Duitsland van Adolf Hitler, tot 1939 een ‘bevriende mogendheid’, vormt in de ogen van de CID nauwelijks een gevaar. Nederland behoudt immers zijn neutraliteit. Ook de NSB hoeft niet te rekenen op veel CID-aandacht. Pas wanneer de Tweede Wereldoorlog met de inval van Duitsland in Polen een feit is, krijgt de Generale Staf aandacht voor de rechterkant van het vaderland.
Opvolger van de CID wordt na de oorlog het Bureau Nationale Veiligheid (BNV), dat op zijn beurt plaatsmaakt voor de Centrale Veiligheidsdienst (CVD) en tenslotte, op 8 augustus 1949, voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). De enige socialist in de top van de inlichtingendienst, Wim Sanders, is al in 1946 opzij gezet. Hij wordt zelfs, naar aanleiding van door premier Beel en oud-hoofdcommissaris Einthoven geënsceneerde verdachtmakingen, gearresteerd. Niet alleen hij, maar ook veel oud-illegalen uit het linkse verzet krijgen hun ontslag als het BNV wordt opgeheven. De oorspronkelijke doelstelling van het BNV, afrekenen met ex-collaborateurs en de resten van Duitse spionagediensten, verwatert. De BVD-leiding legt de nadruk op bestrijding van het communisme, net als voor de oorlog. Verwonderlijk is dat niet. Het zijn immers vooral behoudende KVP’ers en ARP’ers die de dienst bemannen. Pas halverwege de jaren zestig zijn PvdA’ers welkom binnen de BVD.
Al in september 1945 krijgen alle korpschefs van politie een geheime notitie van BVD-hoofd Einthoven, waarin deze opdracht geeft tot heroprichting van de PID. Hij schrijft dat er informatie moet worden verzameld over ‘stromingen die gevaarlijk zouden kunnen worden voor de rust, orde of veiligheid van de staat’. Met deze ‘stromingen’ bedoelt Einthoven Jehova’s Getuigen, anti-militaristen en -bovenal- communisten.

Fragment van een door de Centrale Inlichtingendienst in 1939 opgestelde lijst van ‘links-extremistische personen’.

Hembrug

De CPN heeft vlak na de Tweede Wereldoorlog nogal wat goodwill bij de bevolking en dat vertaalt zich in een grote stemmenwinst bij de Kamerverkiezingen van 1946. Landelijk haalt de partij 10,5 procent van de stemmen. In het radicale Zaandam loopt het percentage op tot ruim twintig en in Krommenie wordt de communistische partij zelfs groter dan de PvdA: 36,4 om 26,9 procent. Erg lang duurt de zegetocht van de CPN niet. Er komt een communsitische machtsovername in Praag, de Koude Oorlog breekt uit. Het in grote delen van Nederland levende enthousiasme voor de CPN bekoelt snel. De inlichtingendiensten houden het doen en laten van de CPN-leden en Waarheid-abonnees strenger dan ooit in de gaten. Communisten krijgen te maken met intimidatie en beroepsverboden.
Dat de PID ook in de Zaanstreek probeert de CPN-invloed te minimaliseren blijkt uit diverse voorvallen. Zo wil vanaf 1948 -het jaar dat de Sovjet-Unie Tsjechoslowakije binnenvalt- een deel van de Waarheid-lezers hun dagblad opgestuurd krijgen in een blanco envelop. Niet de hele buurt hoeft te weten dat ze linkse symathieën hebben. Midden in de Koude Oorlog ontslaat de directie van Artillerie-Inrichtingen De Hembrug (de Zaanse munitiefabriek die later de naam Eurometaal krijgt) twintig werknemers. Allemaal hebben ze een abonnement op De Waarheid. En allemaal krijgen ze het blad bezorgd zonder envelop er omheen. Met eindeloze toewijding heeft de PID de Waarheid-bezorgers gevolgd en genoteerd waar ze het dagblad door de brievenbus schuiven. De personeelsleden die de krant per post ontvangen (en dus in een blanco envelop), houden hun banen. De PID is niet op de hoogte van hun Waarheid-abonnementen.

Het kat- en-muisspel tussen coimmunisten en inlichtingendienst houdt jarenlang aan. CPN’ers kregen het advies vertrouwelijke informatie niet via de telefoon door te geven, vertelde Marcus Plooijer enkele weken voor hij in juni 1991 overleed. Plooijer was van 1956 tot 1982 CPN-raadslid in achtereenvolgens Zaandam en Zaanstad. ‘Als je iemasnd belde, kon je je verhaal houden binnen acht seconden nadat aan de andere kant de hoorn was opgenomen. Daarna begon bij de politie de band te draaien.’
Jan Schoone, tot enkele jaren daarvoor actief CPN’er, kan zich nog herinneren dat een PTT-medewerker van het hoofdpostkantoor in Zaandam liet weten dat ‘allerlei subversieve elementen’ werden afgetapt. Schoone: ‘Je hoeft niet lang na te denken wie die elementen destijds waren volgens de BVD.’
Het bewijs dat in ieder geval de telefoon van het CPN-kantoor aan de Zaandamse Nicolaasstraat wordt afgeluisterd, krijgt de partij op een woensdagavond in de jaren vijftig. Plooijer: ‘In heel Nederland vertoonde de CPN de Tsjechische propagandafilm “Op de barricaden”. In Zaandam gebeurde dat op zondagochtend in het Apollotheater, waar we ook regelmatig andere “opvoedende” films draaiden. In die Tsjechische film kwam een scène voor met scherpschutters. Op een gegeven moment hebben we de projector met film in de Nicolaasstraat neergezet. Vanuit het CPN-gebouw werd gebeld met een partijgenoot. Hij kreeg te horen dat we die avond schietoefeningen zouden houden. Al snel daarna stonden er in de Nicolaasstraat twee agenten op wacht. En elke keer als we het filmgedeelte met die schietscènes afdraaiden, werden het er meer. Binnen twee uur was het kantoor omsingeld door zeker dertig agenten. Pas toen een iets slimmere politieman binnenstapte met de vraag wat we uitspookten, begrepen ze dat ze in de maling waren genomen.’

De angst voor het rode gevaar is groot in de jaren vijftig en zestig. Het vermoeden dat iemand De Waarheid leest, kan al genoeg reden zijn om hem of haar in de gaten te houden en te hinderen bij emigratie of sollicitatie. De Zaandammer Andries Visser bijvoorbeeld mag in 1952 niet naar Afrika emigreren. Op een formulier, dat hij bij de emigratiedienst van tafel grist, ziet hij waarom. De BVD heeft Visser, fervent communist, gebrandmerkt als ‘politiek onbetrouwbaar’.
Om de ‘vijfde colonne’ tijdig te kunnen uitschakelen doet de PID pogingen de Zaanse CPN te infiltreren. Wim Swart, de latere redacteur van dagblad De Typhoon, werkt begin jaren vijftig voor De Waarheid. De BVD vraagt hem om informatie over de partij te verkopen. Hij weigert de naar eigen zeggen ‘judasrol’. Korte tijd later wordt zijn oude schoolvriend Jan Hof, medewerker van Het Vrije Volk, door de Zaandamse politiecommissaris J. Coelingh gevraagd om Swart uit te horen en informatie door te sluizen. Hof: ‘Ik stond direct op, keek hem aan en zei emotioneel: “Maar meneer Coelingh, weet u wel wat u vraagt? U vraagt mij een vriendschap te misbruiken. Ik bijt nog liever mijn tong af.” De BVD doet nog een tweede poging om Wim Swart te ronselen, die in 1952 na een conflict vertrekt bij De Waarheid. De Zaanse PID’ers Berger en Theun de Jong proberen hem te verleiden informant te worden. Dat gebeurt eerst vriendelijk en met de belofte van geld, en als dat niet werkt met het dreigement dat hij zijn nieuwe baan zal verliezen als hij niet meewerkt. Hoewel Swart de baan node kan missen, blijft hij weigeren voor de BVD aan de slag te gaan. Van de inlichtingendienst hoort hij naderhand niets meer.

Sicherheitsdienst

Bij een andere CPN’er heeft de PID meer succes gehad, vermoedt het partijbestuur. De man geeft zich begin jaren vijftig op als lid, maar vrijwel vanaf het begin wordt hij gewantrouwd. Hij stelt tijdens vergaderingen de ‘verkeerde’ vragen. Het bestuur verdenkt hem er van voor de inlichtingendienst te werken. De vermoedens houden lang stand, maar het definitieve bewijs een verrader te hebben binnengehaald krijgt de CPN nooit boven water. Ruim dertig jaar na zich als lid te hebben gemeld, kijken sommige medecommunisten de man nog steeds met de nek aan. Wie eenmaal de schijn tegen heeft, komt er bij de CPN moeilijk weer vanaf.
Tientallen decennia is de CPN voor buitenstaanders een potdichte partij. Die geslotenheid is een restverschijnsel uit de oorlogsjaren. BVD’ ers en PID’ers die willen infiltreren moeten dan ook geduld hebben. Het kan lang duren voor ze op een positie zitten waar voor de geheime diensten interessante gegevens te halen zijn. Plooijer was er van overtuigd dat het ze in de naoorlogse jaren nooit is gelukt hoog in zijn partij door te dringen. ‘De Sicherheitsdienst kreeg het in de oorlog niet voor elkaar de Zaanse CPN te infiltreren, laat staan dat het de BVD lukte.’ Zijn mening wordt gedeeld door andere CPN-prominenten, onder wie de latere fractieleider van Groen Links in Zaanstad, Siem van den Berg. Plooijer, Van den Berg en al die anderen kunnen gelijk hebben. Een oud-BVD’er vertelde echter enige tijd geleden dat gedurende de Koude Oorlog zeker tien procent van de CPN-leden in het land voor de inlichtingendienst werkte. Sommigen bleven tien, twintig jaar actief lid en klommen gestaag in de partijhiërarchie.
Er ontstaan problemen wanneer CPN-leider Paul de Groot in de jaren zeventig in ongenade valt bij zijn kameraden. Het partijcongres moet uitsluitsel geven over het al dan niet aanblijven van De Groot. Hoe de stemming ook uitvalt, een splitsing in de partij lijkt onvermijdelijk. Dat beseft de BVD ook. Om te voorkomen dat de dienst al zijn spionnen kwijtraakt door met de verliezers mee te stemmen, bedenkt de ambtelijke top een trucje. De ene helft van de infiltranten moet kiezen voor handhaving van De Groot, het andere deel tegen. Weliwaar verliest de dienst in één klap vijftig procent van zijn CPN-personeel, maar de overblijvende helft kan de in die tijd al drastisch gekrompen partij vrij makkelijk in de gaten blijven houden.

Het aantal communisten in Nederland is sinds 1950 gedecimeerd in vergelijking met de tijd vlak na de oorlog. Ruim tien jaar later ontstaat er een lichte vorm van ontspanning tussen Oost- en West-Europa. De Sovjet-Unie, en daarmee de CPN, richt zich onder leiding van Chroetsjov op ‘vreedzame coëxistentie’ met de kapitalistische wereld. Dat wil echter nog niet zeggen dat de BVD-belangstelling voor wereldhervormers verdwijnt. PvdA-leden mogen sinds 1965/’66 bij de dienst solliciteren, Provo’s morrelen aan het verzuilde wereldbeeld, maar de CPN’ers zijn volgens de BVD nog steeds staatsgevaarlijk.
Dankzij een contactpersoon bij de Zaandamse politie is de CPN in de jaren zestig en zeventig redelijk op de hoogte van de PID-interesse. De Sektie Stiekem, zoals het politie-onderdeel ook wel wordt genoemd, staat in die tijd, tot 1975, onder leiding van Theun de Jong. De CPN-leiding is bekend met zijn nieuwsgierigheid naar communisten. Af en toe duikt de Zaandammer op bij partijvergaderingen, waar hij in een hoekje aantekeningen maakt van het besprokene. Ook loopt de Zaandammer soms mee met demonstraties die in de Zaanstreek plaatsvinden. Jan Schoone, die De Jong goed kende, noemt hem ‘zeer opzichtig’. ‘Hij was altijd in burger en droeg de befaamde deukhoed. Daardoor viel hij ook zo op. Hij controleerde alles, dat was bij ons bekend. Bij bijvoorbeeld Vietnam- of Cambodja-demonstraties stond hij steeds op vaste punten. Dan kon hij zien wie er meeliep.’
De Jong, in 1989 overleden, was diaken bij de hervormde kerk. In de jaren zestig houdt de CPN regelmatig samenkomsten in een Zaandams gebouw naast de hervormde diaconie. De PID’er heeft daar vrijelijk toegang en komt dan ook altijd even langs om -zogenaamd uit onbaatzuchtige belangstelling- vragen te stellen en gesprekken aan te knopen. Zijn belangstelling geldt ook het Algemeen Nederlands Jeugdverbond (ANJV), de officieuze jongerenclub van de CPN. Schoone: ‘De ANJV’ers gingen in de haven van Zaandam wel eens aan boord van een Russisch schip, om met mensen uit die voor hen andere wereld te praten. Theun was daar vaak bij aanwezig. Hij probeerde binnen te dringen om aan de weet te komen wie die ontmoetingen organiseerde. Dat lukte dus niet.’ Een ander CPN-lid herinnert zich dat De Jong rond 1970 meldt bij de buurman van het huis waar het ANJV domicilie houdt, met de vraag of hij de jongeren in de gaten wil houden. Daar stoot hij eveneens zijn neus. De buurman voelt er niets voor het jeugdverbond te bespioneren.
Ook kan het gebeuren dat de PID-chef zijn collega’s fanatiek helpt met het vangen van illegale afficheplakkers. Het is zo’n beetje de enige niet toegestane CPN-activiteit die de PID kan ontdekken. De agenten doen dan ook hun uiterste best plakker sop heterdaad te betrappen. En als hen dat lukt hebben de PID’ers er weinig moeite mee enige intimidatie toe te passen. Daarvoor is de interesse in het reilen en zeilen van Marcus Bakkers club te groot.
Wanneer op een keer een opgepakte CPN’ster zelfs na enige aandrang weigert de namen te noemen van haar collega-plakkers, die er in slaagden uit handen van de politie te blijven, duurt het lang voor ze wordt vrijgelaten. Niet lang daarna staan er enige agenten in de Zaandamse schoenenwinkel waar ze werkt. Midden in de volle zaak vervolgen de heren hun verhoor, dat eerder op het politiebureau niet leidde tot het gewenste resultaat. Dat de winkeleigenaar het minder prettig vindt en plein publique alle details van de plakactie te moeten aanhoren, spreekt voor zich.

(Deel 2 gaat over PID-chef Sjoerd Bos, 1972-1986)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: