De navel van de gemeenteraad

21 Sep

De bewoners zaten al uren op de publieke tribune van het gemeentehuis in Zaanstad. Ze zagen en hoorden hoe de volksvertegenwoordigers langdurig spraken over hun reglement van orde. Amendementen en moties over het verplaatsen van komma’s in de regeltjes voor raadsleden passeerden de revue. Af en toe was er een schorsing, omdat fracties met elkaar wilden overleggen.
Voor en na de reglementbespreking ging het ook al over interne zaken. Er was een oud-raadslid overleden dat herdacht werd. En er werd een wethouder in het zonnetje gezet. Hij kreeg een koninklijke onderscheiding omdat hij meer dan twaalf jaar op het pluche was blijven zitten.
Inmiddels was het half elf geweest. De bewoners begonnen moe te worden. Morgen was het weer vroeg dag, maar de raadsvergadering leek nog lang te gaan duren. Nu was de vraag aan de orde of er op de Westzijde 30 of 50 mocht worden gereden. Best belangrijk. Alleen hadden de raadsleden daarover een half jaar terug ook al gedebatteerd. Dezelfde motie als destijds werd nogmaals ingediend. Hoewel duidelijk was dat dit voorstel een meerderheid had, wilde zo ongeveer iedereen er nog iets over zeggen. Waarna het besluit viel om de motie in te trekken. Er moest eerst nog onderzoek plaatsvinden naar de voors en tegens.
De burgers op de tribune keken met steeds kleiner wordende oogjes om zich heen. Wie waren al die raadsleden eigenlijk? Van de helft kon je alleen de ruggen zien en bij de andere helft waren de naambordjes zo klein dat je ze niet kon lezen. Zelfs de partijnaam was te bescheiden afgedrukt om te kunnen zien. Bovendien was het zaalgeluid zo afgesteld dat je soms fragmenten miste.
Het was de burgers eerder al opgevallen dat de raadsleden ook op andere manieren lastig te bereiken bleken. Voorheen stonden ze met hun adressen in de gemeentegids. Die gids was inmiddels afgeschaft. Op de gemeentelijke website stonden ze nog wel, maar zelfs hun woonplaats bleef daar geheim. Er resteerde alleen een mailadres om contact te leggen. Hoe zouden mensen zonder internet dat toch doen?
Het was inmiddels elf uur geweest. Nu was het toch bijna de beurt aan hún onderwerp, de mogelijke wijziging van hun straatnaam. Alleen diende er eerst nog een motie te worden behandeld over alweer een interne aangelegenheid. De vraag was of de gemeentelijke cateraar wel of niet hapjes met of zonder vlees mocht serveren. En of die vegetarische hapjes dan ook veganistisch moesten zijn. Er werd nog even gekibbeld en vervolgens opnieuw gestemd, omdat de wethouder iets toezegde en ook weer niet.
Kwart over elf. De bewoners gingen rechtop zitten. Zou het eindelijk gebeuren? Kwam de vraag aan bod of hun straatnaam werd veranderd?
De vergadervoorzitter zette zijn microfoon aan. Het was al laat, zei hij. Hij stelde voor om de motie over de straatnaam de volgende keer op de agenda te zetten. Eén voor één lieten de fractievoorzitters weten het daar mee eens te zijn. Eentje zei nog wel dat hij het sneu vond voor de mensen op de publieke tribune, die al die tijd voor niets hadden gewacht. Daarna was de vergadering afgelopen en mocht iedereen naar huis.
De bewoners trokken hun jassen aan en liepen de lange trap af naar de uitgang. Ze waren moe. Ze waren verdrietig. En ze waren eigenlijk ook wel een beetje kwaad. 
Hoe noemden die politici dat ook alweer? Iets met een kloof en burgers en politiek?

Advertenties

De PVV-Zaanstad als leugenproducent

29 Jul

De Partij voor de Vrijheid zit nog geen half jaar in de gemeenteraad van Zaanstad, maar stelt nu al de norm bij het verspreiden van leugens. Dat begon in mei 2018 met een partijtweet over Houssein, een Zaankanter die zijn jongste zoon verloor aan terreurorganisatie IS. Houssein was volgens de PVV ‘een ronselaar voor Syriëgangers’. Vooralsnog bestaan er alleen bewijzen van het tegendeel -Houssein ageert keer op keer openlijk tegen radicalisme en fundamentalisme-, maar voor de PVV was dat geen reden om de beschuldiging terug te nemen. Het kwam ze dan ook te staan op een aangifte wegens smaad en laster.

Op 15 juli was het weer raak. Fractielid Koert Calkhoven -ex-fractievoorzitter en (hopelijk) ex-stalker– was amper terug van een vele weken durende vakantie (de verkiezingscampagne had hem blijkbaar zo uitgeput dat hij vrijwel meteen na zijn installatie als raadslid de reiskoffers inpakte), toen hij eveneens besloot om de islam te besmeuren. Hij gebruikte daarvoor een artikel van de extreemrechtse hoax-site De Dagelijkse Standaard. (Dat is overigens een website waarvoor het derde Zaanse PVV-raadslid, Homme Heida, voorheen stukjes schreef.) DDS citeerde uit een kort daarvoor gehouden toespraak van een Noorse bevelhebber. “Europa moet islam vernietigen als het wil overleven”, zou de militaire opperbaas onder meer hebben gezegd. Calkhoven retweette dat bericht gretig. Zowel hijzelf als DDS werd er daarna op gewezen dat zowel de genoemde datum als de speechvertaling van geen kant klopte. DDS rectificeerde vervolgens, Calkhoven niet.      

Twee dagen later vond Calkhoven het tijd voor een nieuw staaltje moslimgerelateerde onzin. Hij verspreidde via Twitter een ingezonden brief van ene Leo Tas uit België. Die stoorde zich er aan dat in België hoofddoeken op een paspoortfoto worden toegestaan, terwijl dat ‘in Marokko verboden is’. Een bescheiden zoektocht via Google had Calkhoven kunnen leren dat een foto met hoofddoek in Marokko eveneens is toegestaan. Ook ditmaal verwijderde het PVV-raadslid de gewraakte tekst niet, hoewel meerdere mensen hem wezen op de omissie.

 

Nu was het de beurt aan fractiegenoot Peter van Haasen. Die retweette op 27 juli twee foto’s, met de eigen toevoeging ‘Het valt best mee met de islamisering van Nederland. #sarcasme’. Eentje toonde een topless stel (“Nederland toen”), eentje een in nikaab gehuld duo op -schijnbaar- hetzelfde strand (“Nederland nu”). In werkelijkheid werd de eerste foto in 1986 gemaakt in Lloret de Mar en de tweede in 2012 in Libanon. Maar die nuances pasten uiteraard niet in de PVV-ideologie.

  

In relatief korte tijd zijn diverse Zaanse PVV’ers er in geslaagd om een deel van de bevolking te besmeuren met leugens. Haatzaaiberichten worden niet teruggenomen, ondanks verzoeken daartoe. Excuses blijven achterwege.
Ik ben benieuwd wanneer de raadsleden die zich wèl fatsoenlijk gedragen of het college van B&W -liefst publiekelijk- laten weten dat er grenzen zijn overschreden. 

 

 

Nieuw: ‘Strijd. Het Zaanse verzet (1940-1945)’

26 Mrt


De Tweede Wereldoorlog was smerig en ongewis. De Zaankanters die zich keerden tegen de bezetter en zijn handlangers pionierden en probeerden, onwennig als ze waren met de spelregels van de nieuwe, nazistische orde. Dat leidde tot grootse daden, maar ook tot onzekerheden, fouten en soms bovenmenselijke spanningen.
Aan de hand van enkele tientallen Zaanse verzetsstrijders toont mijn nieuwe boek Strijd. Het Zaanse verzet (1940-1945) zowel de veelzijdigheid van het ondergrondse werk als de zoektocht van de stoutmoedigen die tijdens de bezetting hun nek uitstaken.
Alle geportretteerden in deze publicatie namen hun verantwoordelijkheid toen het er op aankwam, soms met fatale gevolgen. Mededogen, altruïsme, (wan-)hoop, wraakgevoelens, opportunisme, levensovertuiging; er was een veelheid aan motieven om het gevecht aan te gaan. Maar wat en hoe ze dat ook deden, de uitvoerders keken niet weg. Ze kozen, daar waar de meerderheid van de bevolking zich -overigens om begrijpelijke redenen- afzijdig hield. Of die keuzes de juiste waren, viel vaak pas achteraf vast te stellen.
Strijd is een poging om de breedte te schetsen van het verzet in de regio, van de gewapende durfal tot de verzorger van onderduikers, van de ondergrondse regelneef tot de koerierster. Beoogd is om via hun wederwaardigheden zowel de diversiteit als de onvermijdelijke rommeligheid van de illegaliteit te tonen.
Strijd (140 pagina’s) kan worden gelezen als een ode aan de Zaankanters die immense risico’s opzochten in een tijd dat je ter vergroting van de overlevingskansen beter kon wegduiken. Door hun bijzondere daden voor het voetlicht te brengen, worden hopelijk ook de vele honderden andere Zaanse verzetsmensen geëerd die tot nu toe in de geschiedschrijving onzichtbaar zijn.

Strijd. Het Zaanse verzet (1940-1945) is vanaf nu voor €17,50 verkrijgbaar via elke Nederlandse boekwinkel en Bol.com.

De AIVD loopt met u mee

21 Feb

Zelf heb ik de uitzending gemist, dus ik citeer maar even Max Pam. Die opende zijn wekelijkse column in de Volkskrant vanochtend zo: “In Buitenhof toonde historica Jolande Withuis begrip voor geheime diensten, wanneer zij met behulp van informanten mensen volgen die vijanden zijn van de democratie. Als een van de vrienden van Mohammed B. de AIVD op de hoogte had gesteld, was Theo van Gogh nooit vermoord, zei Withuis.” Jolande Withuis is van de CPN weggedreven naar de VVD, vandaar wellicht die huidige liefdesbetuiging aan het adres van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Zelf moest ik niets hebben van de CPN en voel ik ook weinig voor de VVD. Maar ik heb nog net iets minder sympathie voor de AIVD en consorten. Te vaak vernam ik -ook van oud-medewerkers- hoe deze diensten mensen kapotmaakten, zogenaamd ten bate van de democratie. 

De openingszinnen van Max Pam deden mijn gedachten gaan naar een recente gebeurtenis. Een paar weken geleden werd ik getipt over een gemeenteraadskandidaat die van de ene op de andere dag van de kandidatenlijst verdween. Dat zou te maken hebben met ‘persoonlijke omstandigheden’. Tot zover niets bijzonders; in deze tumultueuze campagnetijd verdwijnen er om de haverklap personen uit de politiek die kort tevoren nog de wereld wilden veranderen via de gemeenteraad. Het bijzondere zat ‘m er echter in dat deze kandidaat een kleine vijftien jaar terug informant was voor de AIVD. Hij infiltreerde in enkele landelijke, linkse organisaties en bracht meer dan een jaar lang tegen betaling verslag uit aan de inlichtingendienst. Naar eigen zeggen kreeg hij spijt van zijn dubbelspel. Hij zou daarom niet alleen zijn gestopt met zijn infiltraties, maar bood zijn doelwit ook nog eens schriftelijk excuses aan.

Begin 2018 was deze voormalige informant dus opeens kandidaat voor een democratische partij. Zo’n partij waar je voor of tegen kunt zijn, maar waar verder niets gebeurt dat de moeite van het bespioneren waard is. En nu knaagt bij mij de vraag: is de spijtoptant van vijftien jaar geleden met zuivere motieven de politiek ingegaan (en waarom is hij daar weer zo plotseling uit vertrokken)? Of doet de AIVD via deze man wat ze eerder deed bij onder meer de PSP, SP en CPN?  

Jolande Withuis schrijft overigens prachtige biografieën, maar dat terzijde.

(PS. Vergeet op 21 maart niet tegen die vermadelijde sleepwet te stemmen.) 

De literaire Zaanstreek (?)

20 Nov

Wellicht is er sprake van wishful thinking mijnerzijds maar het lijkt er op dat de Zaanstreek steeds belezener wordt. Gisteren zat de kleine zaal van het Zaantheater bijna vol tijdens de Literaire Salon. En dat terwijl er niet eens een Kluun of Noort op het podium stond, maar de aandacht gericht was op twee min of meer Zaanse schrijvers die al bijna een eeuw dood zijn: Jacob Israël de Haan en Carry van Bruggen.

De laatste bijeenkomst van de Culturele Raad Zaanstad, met Tommy Wieringa, telde ook meer dan honderd bezoekers. En de volgende sessie, op 25 november met Midas Dekkers, is al uitverkocht. Voor Freek de Jonge, die naar aanleiding van zijn jongste boek deze week vijf keer achter elkaar optreedt in het Zaantheater, zijn inmiddels drieduizend kaarten verkocht.

Ik roep het nog maar eens: het wordt tijd voor een nieuwe Zaanse boekenzaak. Zo eentje waarin je ook een kop koffie kun drinken en een gebakje kunt eten. Waar af en toe een lezing plaatsvindt. En waar een breed leesassortiment verkrijgbaar is. Gisteren, in het Zaantheater, werd -niet voor het eerst; er is eerder gepoogd een boekhandelaar te interesseren voor deze plek- de mogelijke locatie van die boekwinkel al genoemd, plus de meest logische naam. Het wordt de voormalige synagoge op de Gedempte Gracht en die heet dan Van Bruggen en De Haan. Prima idee.
(Nu alleen nog even ruim drie miljoen bij elkaar verzamelen om de aankoop van de sjoel mogelijk te maken…)

#Metoo. En de slimme aanpak van Jelle Brandt Corstius

26 Okt

De hashtag #Metoo maakt wat los, en terecht. In het kielzog van de onthullingen over de seksuele misdrijven van Harvey Weinstein buitelen er steeds meer getuigenissen uit de kast over mannen die zich misdragen.

Een linksgeaarde kennis van me wist, onder vermelding van #Metoo (was hij ook misbruikt, vroeg ik me af) op Facebook de oplossing van het euvel: “De bevrijding van de vrouw zal pas mogelijk zijn wanneer het kapitalisme plaats heeft gemaakt voor een menswaardig bestaan voor iedereen wereldwijd!” Ik wees hem er op dat de troepen van anti-kapitalist Stalin zich in 1945 massaal schuldig maakten aan verkrachting van onder anderen Duitse vrouwen en vrouwen die net bevrijd waren uit de concentratiekampen. Mijns inziens had dat weinig met ‘bevrijding’ te maken. Volgens mijn kennis had ik het mis. “De verkrachtingen door de Russen zijn naar mijn mening op gebakken lucht gebaseerd.” Toen een mede-Facebooker vervolgens ook nog eens wist te melden dat ik een CIA-agent was en Noord-Korea een heilstaat haakte ik af. Met sommige vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

Jelle Brandt Corstius pakt het slimmer aan. Hij is naar eigen zeggen een jaar of vijftien terug gedrogeerd, gedwongen tot orale seks en bijna anaal verkracht. Me dunkt dat hij deze week alle reden had om #Metoo te roepen. Maar wat hij eigenlijk wilde zeggen, namelijk wie de dader was van dat misdrijf, werd hem onmogelijk gemaakt. Brandt Corstius had zijn name-and-shame-artikel voor Trouw al klaar toen de advocaat van de wederpartij hem een gepeperde brief stuurde. Als hij de naam van de dader onthulde zou Brandt Corstius een aanklacht wegens smaad en laster tegemoet kunnen zien.

Brandt Corstius had, zoals het meestal gaat bij verkrachtingen, geen getuigen voorhanden en is bovendien niet kapitaalkrachtig genoeg om het juridische gevecht aan te gaan met zijn belager. En dus noemt hij de naam van de verdachte niet. Maar op basis van hetgeen hij wel vertelt, kom je een heel eind bij het achterhalen van de persoon in kwestie.

De feiten op een rij.
1. De verdachte is een man.
2. De man in kwestie leeft nog.
3. Brandt Corstius vertelde dat de verkrachting plaatsvond aan het prille begin van zijn tv-carrière en dat de dader ook in die omgeving moet worden gezocht. Inmiddels is duidelijk dat beiden toen werkten voor het tv-programma Barend en Van Dorp.
4. Brandt Corstius werkte daar van 2002 tot 2004 als redacteur.
5. Brandt Corstius heeft al laten weten dat Frits Barend en Henk van Dorp in ieder geval niet tot de verdachten gerekend mogen worden.
6. Brandt Corstius vertelde dat hij jaren geleden al aan een aantal vrienden en familieleden vertelde wat hem was overkomen. Bovendien kennen ook redactieleden van Trouw en van het ingeschakelde advocatenkantoor de naam van de verdachte.

We zoeken dus naar een nog levende man die tussen 2002 en 2004 werkte bij het tv-programma Barend & Van Dorp. Meer dan tien kandidaten die aan dit signalement voldoen zullen er niet zijn, schat ik. De vraag is nu wanneer iemand uit de school klapt over deze persoon. Dat kan een medeslachtoffer zijn of iemand die in het verleden al van Brandt Corstius de details heeft vernomen. Ik denk dat het een kwestie van dagen of weken is voor de naam in kwestie openbaar is.

Op een of andere manier lijkt me dat wel zo prettig voor de mannen en vrouwen in diens omgeving.

Update: Dat heeft dus nog geen week geduurd. 

Barbara Visser, de onvermijdelijke staatssecretaris

19 Okt

Op 30 september jongstleden slingerde ik deze tweet de wereld in:

Vandaag werd bekend dat Barbara staatssecretaris van Defensie wordt. De defensieportefeuille verrast me (ze is nu in de Tweede Kamer VVD-woordvoerster verkeer), het staatssecretariaat niet. Sterker, in 2008 en 2009 heb ik het er meermalen met Barbara over gehad.

Tussen 2006 en 2010 zaten Barbara en ik in de gemeenteraad van Zaanstad. Het was toen traditie om met een paar raadsleden na de commissie- en raadsvergaderingen te gaan borrelen, een gewoonte die we jarenlang hebben volgehouden. Dat gebeurde meestal bij de Chow Chow Bar aan de Zaandamse Hogendijk, maar ik kan me ook nog wel herinneren dat we met z’n drieën (GroenLinks-raadslid Saskia Hille was een andere vaste waarde) gingen poolbiljarten op de Westzijde, vlakbij Barbara’s woning. De gesprekken gingen tijdens die nogal eens tot sluitingstijd voortdurende uitstapjes over van alles; van relaties tot politiek en van Kroatische waterpoloërs tot het gezamenlijke kennissenbestand. Daarbij bleef Barbara overigens in alle opzichten nuchter; barkeeper Fred heeft haar weinig alcohol weten te slijten. (De anderen, op Saskia na, compenseerden dat overigens ruimschoots.)    

Bij enkele van die steevast aangename ontmoetingen hadden we het over Barbara’s mogelijke toekomst. Er was een kansje dat ze zou terugkeren naar haar geboorteland Kroatië, maar waarschijnlijk was mijns inziens dat ze achtereenvolgens wethouder, Kamerlid en staatssecretaris zou worden. Barbara hoorde de speculaties aan en zweeg meestal, een gebeitelde glimlach om de lippen.

Heel moeilijk vond ik het uitstippelen van haar voorliggende jaren niet. Barbara -‘Babs’ voor intimi- had alles wat haar geschikt maakte voor een snelle carrière. Waar Saskia en ik naar hartenlust roddelden, hield Barbara discreet haar mond. Ze trad als beste raadslid van haar fractie naar voren, maar maakte daarbij geen fouten. Ze wist als fractievoorzitter haar nogal wankelmoedige partijgenoten bijeen te houden. Ze riep geen grote weerstand op bij de rest van de gemeenteraad (iets wat ze als wethouder wist te continueren). Ze vertoonde geen geldingsdrang, en al helemaal niet ten koste van derden. En ze volgde braaf de liberale partijlijn, zonder al te veel naar de linker- of rechtervleugel te buigen. Barbara Visser was, zeg maar, het tegenovergestelde van de huidige liberale fractievoorzitter in de gemeenteraad, Gerard Ram. En daarmee bezat ze alle kwaliteiten die een VVD-staatssecretaris nodig heeft.

Een van de weinige zaken waar Barbara zich in het café wèl hartstochtelijk over uitsprak – en waar ik me, in tegenstelling tot veel van haar andere politieke keuzes, in kon vinden- was de verderfelijkheid van de communistische praxis. Als kind had ze in Kroatië gezien en gehoord wat Tito en diens opvolgers teweegbrachten. Haar familie en vrienden waren getroffen door, zoals ze het zelf noemde, een ‘giftig mengsel’ van communisme en nationalisme. Het was voor haar een belangrijk motief om liberale politiek te gaan bedrijven.

Ik kan me vergissen, maar volgens mij hebben we met Barbara Visser voor het eerst sinds 1948 -PvdA’er Joris in ’t Veld- weer een Zaandamse vertegenwoordiger in het kabinet. Barbara Visser op defensie. Kim Jong-un, Raúl Castro en Xi Jinping mogen wel oppassen.