Gleufhoeden! De actviteiten van BVD en PID in de Zaanstreek (5 en slot)

14 nov

In 1991 publiceerde ik de brochure Gleufhoeden!, over de werkzaamheden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en Politieke Inlichtingendienst in de Zaanstreek. De BVD werd de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de PID veranderde in de Regionale Inlichtingendienst (RID), maar in de basis bleven hun werkzaamheden gelijk. De geheime dienst verzamelt inlichtingen voor de overheid. En soms ook tegen de eigen bevolking.
Gleufhoeden! is al vele jaren uitverkocht. Ter lering ende vermaeck plaats ik hier de vijf belangrijkste hoofdstukken, aangevuld met wat nieuwe weetjes. Hoofdstuk 5 (slot): ‘Het zijn geen padvinders.’

Het vraaggesprek vindt plaats in de restauratie van NS-station Zaandam. Sjoerd Bos is op zijn hoede, maar gaat wel in op de vragen over zijn langdurige dienstverband bij de politie, en met name bij de Politieke Inlichtingendienst. Een organisatie die hij ondanks alles wat hem is toebedeeld een warm hart toedraagt.
Bos: ‘Ik heb weinig vertrouwen in de mensen en groeperingen die vrede en democratie verkondigen en vervolgens iedereen vermoorden die het met hun stellingen niet eens is. En dat slaat zowel op links als op rechts.’ De Oud-PID’er wil duidelijk maken dat hij niets heeft tegen inlichtingendiensten. Integendeel zelfs, BVD en PID zijn broodnodig. Alleen moet de overheid volgens hem iets doen aan de uitwassen. Er dient democratische controle te komen, zoals die bijvoorbeeld in Canada al bestaat. Dáárom vooral heeft hij zijn verhaal verteld in Nieuwe Revu en niet, zoals commissaris De Vries zei, uit ‘pure frustratie’. Bos: ‘Ik weet dat de PID in ZAanstad nog steeds functioneert als in het verleden. En dan kan De Vries wel beweren dat er niets onwettigs gebeurt, maar hij weet absoluut niet wat de dienst doet.’
-De BVD zal niet blij geweest zijn met uw onthullingen in Nieuwe Revu.
‘Ik heb van hen de nodige dreigementen thuis gehad. Ik kreeg een brief uit Den Haag waarin mij mogelijke strafbare feiten werden aangewreven. Met de officier van justitie heb ik er contact over gehad. Die zei: “Als u zich aan de wet houdt, vervolgen wij u niet.” Welnu, ik denk dat ik me aan de wet heb gehouden.’
-Hoe bent u bij de PID terechtgekomen?
‘Ik ben in ’72 voor de club in Den Haag gaan werken.’ (Bos heeft het consequent over ‘de club’ als hij de BVD bedoelt.) ‘Toen ben ik door de heren aangeboord. Ik was destijds rechercheman en Molukken-expert, zoals men dat noemde. Dat deed ik op een gegeven moment blijkbaar zo goed dat ik gevraagd werd door de club.’
-Hoeveel mensen werkten er bij de PID-Zaanstad?
‘In Wormerveer vier. Dat was voor de samenvoeging van de Zaangemeenten in 1974. Daarna, vanaf ’75, werkten in Zaanstad zeven PID’ers. En dat is tussen ’75 en plusminus ’81 zo gebleven.’
-De Vries zegt dat er maximaal vier mensen bij de PID hebben gewerkt.
‘Wat De Vries zegt interesseert me niet zoveel. Ik kan nog wel tot tien tellen. Ik kan de namen van die mensen geven, maar dat heeft weinig zin. Ik zal wat beginletters van namen noemen, dan heeft u een idee. Naast mezelf was er nog een B., ik had H., J. en C. Er was een juffrouw. Er liep nog iemand rond met een grote baard, waarvan ik de naam even kwijt ben. En ga zo maar door.’
-Werd er in de tijd dat u voor de PID werkte al minder aandacht besteed aan de CPN?
‘Nee, in mijn tijd nog niet.’
-In 1982 schijnt minister Rood opdracht te hebben gegeven de CPN niet langer in de gaten te houden.
‘Dat is niet waar. Die opdracht ken ik helemaal niet. Als-ie bestond, had ik hem ongetwijfeld gekend. Er moesten in ’84/’85 nog informanten bij de CPN gerund worden.’

Sjoerd Bos

ETA

-Het verbaast me. De CPN heeft haar revolutieplannen al tientallen jaren geleden laten vallen. De partij riep af en toe op tot een staking, maar daar bleef het wel bij. Ze waren toch niet staatsgevaarlijk?
‘Ook dat is niet waar. Ik zal u in het kort iets vertellen. Je hebt de ETA, de IRA, de RAF, de CCC. In Nederland had je de Rode Jeugd en de Rode Hulp. Er waren -laat ik het heel voorzichtig zeggen- binnen de kraakbeweging verschillende figuren die daar contact mee hadden en hebben. Je had het Zuidmoluks Bevrijdingsfront, waarvan iedereen dacht dat ze op een Vrije Molukken uit waren. Maar dat Bevrijdingsfront had nauwe contacten met de Rode Hulp, ETA, IRA en noem maar op. Nu, de CPN was ook actief. Met name binnen het Zuidmoluks Bevrijdingsfront. Als vijftien Nederlanders, waaronder een aantal van het Bevrijdingsfront, naar Zuid-Jemen gaan voor een terroristenopleiding, als ze daar van Russische en Cubaanse instructeurs onderricht krijgen, is het dan toeval dat prominente CPN’ers naar het Oostblok gaan? Ik praat over de jaren zeventig, begin jaren tachtig. Ik denk dat het terecht is dat een inlichtingendienst voor dat soort figuren belangstelling krijgt en heeft. Je kunt net doen of het Medisch-Juridisch Comité -waar mr. Bakker-Schut zitting in had- een heel onschuldige beweging is, maar de praktijk heeft uitgewezen dat het dat niet was. Er zijn aanslagen gepleegd, in Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Nijmegen onder andere.’
-Waarom werd iemand als (de toenmalige CPN-wethouder in Zaanstad) Wim Nieuwenhuijse afgeluisterd?
‘Nieuwenhuijse verbleef regelmatig in Oost-Duitsland. Daar was men nieuwsgierig naar. De BVD wilde informatie over hem hebben en dus werd hij getapt. En wij (de PID-Zaanstad) verzamelden tegelijkertijd informatie over hem en andere mensen.’
-Hoe ging het afluisteren in z’n werk?
‘Het aftappen in Zaanstad was zuiver crimineel. In Zaanstad zelf werd niet afgeluisterd voor politieke doeleinden, want Jan en alleman zou dan kunnen meeluisteren. De politieke taps gebeurden in Den Haag. Zij hadden er ook de mensen voor. Als wij iemand afgeluisterd wilden hebben, ging er een telefoontje naar Den Haag met het verzoek die persoon af te tappen. En Den Haag kon natuurlijk ook op eigen houtje iemand afluisteren. Het is de vraag of de BVD het altijd aan ons doorgaf als ze iemand hadden afgetapt.’
-Hoe vaak werd er afgeluisterd?
‘Met de regelmaat van de klok. CPN’ers, krakers of zomaar iemand waarnaar de PID nieuwsgierig was.’

Lex Hester komt ter sprake. Bos weigert toe te geven dat Lex en de informant die hij meerdere malen noemt in Nieuwe Revu dezelfde persoon zijn. In een brief die hij enkele weken voor het interview heeft verstuurd, geeft Bos aan waarom hij Lex’ naam niet noemt. ‘Door de identiteit bekend te maken van BVD-informanten zou u zich schuldig kunnen maken aan een misdrijf tegen de veiligheid van de Staat, als bedoeld in artikel 98 en verder van het Wetboek van Strafrecht.’ Tegen het beantwoorden van vragen over Lex heeft Bos desondanks geen bezwaar.
-Hoe is het contact tussen Lex en u ontstaan?
‘Ik kende hem binnen de criminele sfeer, al voor 1978. Het was een hele aardige krullenjongen die aan lager wal was geraakt. Hij was vrij intelligent, had een vlotte babbel. Hij heeft een aantal behoorlijke klussen geklaard. Op een gegeven moment werd ik ’s nachts door hem gebeld. Hij zat in de gevangenis, maar had op dat moment proefverlof. In die gevangenis zat de prominente leider van een club waarvoor wij belangstelling hadden. En die twee waren bevriend geraakt. Lex belde of ik geïnteresseerd was in informatie over die man. Dat was ik.’
-Was binnen het politiekorps bekend dat Lex informant was?
‘Nee. [Hoofdcommissaris] Prakken wist er ook niets van.’

CCC

-Wat was het nut van die inbraak in Vlietsend 20?
‘De papieren uit het Vlietsend waren niet alleen van de RAF, maar ook van de CCC. Met name de ideologie van die laatste club werd daarin heel nauwkeurig beschreven. En dat was groot nieuws, want daar wisten we toen niets vanaf. Ik weet ook wie die papieren heeft samengesteld. Ik zou daar hele verhalen over kunnen vertellen.’
-Iemand uit de linkse beweging?
‘Ja.’
– Iemand van de CC?
‘Nee, nee. Het was een jongedame die dat op papier had gezet. Ze studeerde toen in Amsterdam en had hele nauwe contacten met de CCC en de RAF. Maar haar naam noem ik niet.’
[Het verhaal van Bos is wat vreemd, omdat de CCC ten tijde van de inbraak in het Vlietsend nog niet actief was. Pas in 1984 pleegde de Belgische groepering haar eerste aanslag. In hetzelfde jaar maakte de CCC haar ideologische achtergrond bekend.]
-Hoeveel verdiende Lex met zijn inbraak in het Vlietsend-pand?
‘Precies weet ik het niet meer, maar het zal in ieder geval vijfhonderd gulden geweest zijn.’
-Lex brak ook in bij Witco Chemical.
‘U zegt het. Ik weet het niet. Kijk, u moet het zo zien dat een inlichtingendienst zich natuurlijk niet bedient van dominees, aankomende pastoors en Jehova’s Getuigen. Het zijn geen padvinders.’
-Lex wilde ook nog wel eens iets in brand steken. Niet alleen die flat die uw eigendom is geweest, maar bijvoorbeeld ook de AMRO-bank in Krommenie.’
‘Ja.’
-Was dat bekend bij de PID?
‘Ja.’
-Tegen een jongen uit zijn omgeving zegt Lex vervolgens dat hij dat deed omdat die bank onderdeel was van het kapitalistische systeem.
Bos lacht. ‘Tja.’
-Gebeurt zo’n brandstichting in opdracht van de PID?
‘Nee, nee. Dat zeker niet.’
-Ik snap Lex’ motieven niet om zoiets te doen.
‘Die man was hondsbrutaal. Hij nam nogal wat risico’s. Ik weet van één keer dat het uit de klauwen liep, dat ze hem op de korrel hadden binnen een bepaalde groep. Toen heb ik het zoeklicht op een ander laten schijnen, en was Lex weer uit beeld. Maar zo werkte hij dus, ja.’
-U bedoelt dat hij door een linkse groepering er van werd verdacht voor de inlichtingendienst te werken?’
‘Ja.’
-En vervolgens heeft u een afleidingsmanoeuvre toegepast?
‘Ja. Toen heeft een ander een tijdje moeten onderduiken.’ Bos lacht nogmaals. ‘Die jongen was volkomen onschuldig. Dat deed ik dus om Lex af te schermen.’
-Lex had een nogal tweeslachtige houding. Enerzijds gooit hij brandbommen naar binnen bij een bank en breekt hij in bij Witco, anderzijds verlinkt hij mensen die bij allerlei acties betrokken zijn.’
‘Hij kan zichzelf hebben willen waarmaken bij de club waarvoor hij actief was. Bij, laten we zeggen, de groeperingen die anti-kapitalistisch denken. Zo’n steen door een bankruit gaat er dan in als koek. Daar verstevig je je positie mee. En bij de politie hoeft niet altijd duidelijk te worden dat hij zoiets gedaan heeft.’
-Hij is opgepakt tijdens die inbraak bij Witco.
‘Daar heeft-ie pech gehad. Ik heb achteraf ook wel dingen over hem gehoord waarvan ik denk: “Daar zal hij wel een bedoeling mee hebben gehad.” Die jongen heeft in geweldige tweestrijd geleefd. Hij heeft mij wel eens gevraagd: “Jullie liquideren ook wel eens mensen, hè?” Toen was hij echt bang. Ik heb hem gezegd dat hij hier, in Nederland, dat gevaar niet liep.’


Info

-In haar jaarverslag spreekt de Centrale Recherche Informatiedienst over een Europees terreurfront. Voor een deel zou haar informatie gebaseerd kunnen zijn op Lex’ blad ’t Info. Kan de CRI misschien de teksten voor dat blad hebben geleverd?
‘Tja, hoe komt Lex aan die teksten? Er is op Clingendael vastgesteld dat hij het niet zelf gedaan heeft. Ze hebben én hem én de tekst bestudeerd en vervolgens uitgesloten dat hij dat blad heeft kunnen samenstellen, gezien zijn intelligentie. Interessant is dan natuurlijk de vraag wie het wel heeft gedaan. En als het de CRI niet is, waarom hebben ze er dan niet een enorme belangstelling voor en gaan ze niet vaststellen wie er wel bij betrokken is. Maar er is geen enkele belangstelling van die zijde.’
[Volgens Bos heeft een journalist aan Clingendael gevraagd ’t Info te onderzoeken. Maar volgens de betrokken journalist is daar geen sprake van. De oud-PID’er lijkt hier fictie en feiten door elkaar te halen.]
Bos laat doorschemeren het niet meer dan logisch te vinden dat Lex in december 1990 is opgepakt. Volgens hem was Lex ‘aangebrand’ en wilde de CRI na zijn ontmaskering waarschijnlijk het risico vermijden dat hij zijn mond voorbij zou praten. ‘Als het allemaal waar is van ’t Info en het aanbieden van explosieven door Lex, dan zou je je kunnen voorstellen dat zo’n CRI denkt: “Laten we die kerel maar oppakken.”‘
-Kan de CRI regelen dat informanten niet worden vervolgd voor door hen gepleegde misdrijven?
‘Je kan wel eens wat door de vingers zien, maar niet elke keer. Natuurlijk is het mogelijk, als het om misdrijven gaat, wel eens iets door de vingers te zien. Wanneer het om twaalf misdrijven gaat, is het niet zo’n kunst er eens een te laten schieten. Als het niet te gek wordt tenminste.’
-Hoeveel informanten gebruikte de PID in uw tijd?
Bos begint hardop te tellen. ‘Elf in ieder geval. En dan nog wat randfiguren, medewerkers in de marge. Dat waren er een stuk of zes.’
-Waar waren die informanten actief?
‘Op allerlei plekken. Er werkte bijvoorbeeld iemand bij de PTT, op het hoofdpostkantoor in Zaandam. En we hadden iemand bij het PEN, het electriciteitsbedrijf. Dat was makkelijk, omdat die man door zijn beroep bij iedereen kon binnenkomen. Bij gemeentediensten zaten informanten. Dat was eveneens makkelijk. Daardoor hoefde ik me nooit meer rechtstreeks bij de gemeente te melden als ik informatie wilde. Een telefoontje was voortaan genoeg. Onder de bezorgers van De Waarheid zaten informanten. In de kraakbeweging. Enfin, ga zo maar door.’
-Waren er buiten Lex nog andere informanten actief in de Zaanse kraakbeweging?
‘Inderdaad. We hebben eens een ontruiming gehad van een kraakpand waar nogal veel problemen werden verwacht. Er waren barricades en na die ontruiming is ook met verfbommen gegooid en zijn er ruiten gesneuveld. Maar de ontruiming zelf is rustig verlopen. Onder andere omdat we van minuut tot minuut op de hoogte werden gehouden van de ontwikkelingen in dat pand, door de informant die we daar hadden zitten.’ Bos beaamt het niet, maar hij doelt op de Botenmakersstraat 133. Die gekraakte woning werd 29 juni 1981 ontruimd. Uit het jaarverslag over 1981 van de PID: ‘Het gekraakte pand aan de Botenmakersstraat was zwaar gebarricadeerd. Desondanks kon de woning, na goed overleg vooraf en door effektief optreden ter plaatse, snel worden betreden en ontruimd.’ De krakers dachten overigens al dat de politie pogingen deed te infiltreren. Uit dagblad De Typhoon van 29 juni: ‘Kraker Hans had het vermoeden dat “een zekere kraker Kees”, die regelmatig belde, dat namens de politie deed.’
-Zat er ook een informant in de gemeenteraad van Zaanstad?
‘Ja.’
-Wie?
‘Ik noem geen namen?’
-Van welke partij was hij of zij lid?
‘Dat zeg ik ook niet.’
-Wanneer was die informant lid van de raad?
‘Dat is een jaar of vier geweest, van 1977 tot plusminus 1981.’
-Hoe is het contact met dat raadslid tot stand gekomen?
‘We hebben hem opgebeld en gevraagd of hij zijn medewerking wilde verlenen. En dat wilde hij wel.’
-Is het gebeurd dat aan mensen is gevraagd hun buren, die betrokken waren bij de kraakbeweging, te bespioneren?
‘Dat kan prima. Er zijn krakers in de gaten gehouden.’


-Werden er vaak asielzoekers ingeschakeld als infiltranten?
‘In de jaren dat ik chef was is het vier, vijf keer gebeurd dat asielzoekers inlichtingen verzamelden en in ruil een verblijfsvergunning kregen. Asielzoekers zijn een makkelijke groep. Ze staan met hun rug tegen de muur. De meesten hebben dan niet zoveel bezwaren. Met een van die mensen heb ik trouwens nog steeds contact.’ Bos maakt een onderscheid tussen vluchtelingen en andere buitenlanders. ‘We hebben met succes een aantal Turken benaderd, in ieder geval meer dan vier keer. Dat was nodig omdat er een strijd gaande was tussen Grijze Wolven en linkse jongens. Die Turken zijn overigens meestal benaderd op verzoek van Den Haag. Ze werden dan ook vaak door de club in Den Haag gerund. Maar ik heb bijvoorbeeld ook wel eens iemand gehad die bij Palestijnse groepen kon binnenkomen.’
-Hoe was de samenwerking tussen de PID en de Vreemdelingendienst?
‘Die was uitstekend, net als met Justitie. Daarom waren die verblijfsvergunningen ook geen probleem.’
-En de samenwerking met het gemeentelijk Bevolkingsbureau?
‘Geen probleem. We konden alle gegevens krijgen die we wilden hebben.’

-In de tijd van de RARA-aanslagen werd de post van de PSP opengemaakt en vervolgens met een plakbandje dichtgeplakt of nog geopend afgeleverd. Komt dat u bekend voor?
‘Het kan. Het is na mijn tijd gebeurd. Toen werd ook wel post opengemaakt en gekopieerd, maar het werd daarna niet met een plakbandje weer afgesloten. Wij zorgden wel dat degene voor wie de brief bedoeld was er niets aan kon zien. Dat soort dingen vond plaats met behulp van de PTT.’
-De PID in Zaanstad overtrad de wet nogal eens.
‘Dat moest nu eenmaal om resultaten te krijgen. Ik zal u een voorbeeld geven. Op een gegeven moment, in ’79 of ’80, wilden drie jongens het hoofdbureau van politie in Zaandam opblaazen. Een van die jongens had een akkefietje met de recherche en wilde wraak nemen. Ze hadden spullen meegenomen uit het scheikundelokaal van de Professor van der Leeuw-mavo in Krommenie en daarmee een thermietbom gemaakt.’ [Brandbom bestaande uit aluminiumvijlsel en ijzeroxide.] ‘Er waren zelfs al proeven mee genomen in het Agathepark in Krommenie. Het was de bedoeling dat een van die jongens de bom in het toilet van het politiebureau zou leggen en een ander dat ding via radiografische afstandsbediening tot ontploffing zou brengen. Een informant tipte ons daarover.’ [Die informant was Lex Hester.] ‘Vervolgens zijn ze afgeluisterd en hebben we ingegrepen. We konden wel wachten tot ze een poging zouden doen die bom neer te leggen, maar dat was te riskant. En volgens de wet mochten we niets tegen ze doen, want we hadden geen bewijzen. Op een dag, toen de jongen bij wie die bom lag niet thuis was, hebben twee politiemannen zijn deur ingetrapt. Ze hebben de explosieven en wat papieren meegenomen. Die inbraak was op eigen risico, want er werd op onwettige wijze informatie verkregen. Maar we hadden weinig keus.’
-Die ene ingreep rechtvaardigt toch niet alle misstappen van de BVD en PID?
‘In theorie zijn de bevoegdheden van de BVD wettelijk geregeld. In de praktijk moet je buiten je boekje gaan. Het is te gek dat politiemensen zulke risico’s lopen, zonder wettelijk gedekt te zijn. Daarom pleit ik ook voor een betere wetgeving en een systeem van toezicht.’

Gleufhoeden! De activiteiten van BVD en PID in de Zaanstreek (4)

13 nov

In 1991 publiceerde ik de brochure Gleufhoeden!, over de werkzaamheden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en Politieke Inlichtingendienst in de Zaanstreek. De BVD werd de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de PID veranderde in de Regionale Inlichtingendienst (RID), maar in de basis bleven hun werkzaamheden gelijk. De geheime dienst verzamelt inlichtingen voor de overheid. En soms ook tegen de eigen bevolking.
Gleufhoeden! is al vele jaren uitverkocht. Ter lering ende vermaeck plaats ik hier de vijf belangrijkste hoofdstukken, aangevuld met wat nieuwe weetjes. Hoofdstuk 4: ‘We zijn alert.’

De ontmoeting met commissaris Frans Dirk de Vries begint verrassend. Net voor we de ingang van het politiebureau in Zaandijk binnenstappen, merken we dat achter een raam op de begane grond iemand met een camera in de weer is. Door de neergelaten Luxaflex heen maakt maakt een in burger geklede man enkele foto’s van ons. Een collega op de achtergrond houdt de operatie nauwlettend in de gaten. Het lijkt er op dat de afspraak met De Vries ook is doorgedrongen tot de PID.

Frans Dirk de Vries in 1982

De Vries begeleidt ons naar zijn kantoor op een hoger gelegen etage. Hij wekt niet de indruk op de hoogte te zijn van de fotosessie, hoewel de PID wel onder zijn verantwoordelijkheid valt. De commissaris reageert ontspannen, maar daarom niet minder waakzaam op de vragen. Tevoren heeft hij gewaarschuwd niet erg veel te kunnen vertellen. Openbaarheid wil nog wel eens op gespannen voet staan met het inlichtingenwerk. Af en toe valt hij even stil als de activiteiten van de PID ter sprake komen. Onderzoeksmethoden, groepen waarvoor de inlichtingendienst belangstelling heeft, de precieze werkwijze; de commissaris zwijgt. Ook politievoorlichter Eric Seugling, die De Vries tijdens het gesprek terzijde staat, laat niet het achterste van zijn tong zien.
‘De BVD heeft niets te verbergen, al is het wel zo dat we een aantal geheimen bewaren’, zei de kabinetsadviseur van de Binnenlandse Veiligheidsdienst in 1990 in een spraakzame bui. Voor De Vries (54) geldt blijkbaar hetzelfde dilemma. Tegen dagblad De Typhoon verklaarde hij in 1982 al: ‘Er hangt een waas van geheimzinnigheid rond de PID, maar het stelt niets voor. Die geheimzinnigheid, bedoel ik dan.’ Om even later te vervolgen: ‘Natuurlijk doen we wel eens iets voor de BVD, maar daar kan ik uiteraard niets over vertellen.’
De Vries laat merken dat de steeds terugkerende aandacht voor de BVD en PID wat overdreven is. ‘Ik vind dat vaak gezocht wordt naar dingen die er niet zijn. Soms creëert men niet-bestaande problemen.’ Dergelijke creaties zijn volgens hem ook aanwezig in de artikelen die Sjoerd Bos schreef voor Nieuwe Revu. Het steekt hem dat de verhalen van Bos klakkeloos door de media zijn overgenomen. ‘Ik wil niet in details op Bos ingaan, maar niemand vraagt zich af waarom die man niet meer bij ons werkt. En waarom hij destijds bij de PID weg moest. Zelf zegt hij dat niet en niemand vraagt het.’
-In hoeverre kloppen zijn verhalen?
‘Ik wil niet ingaan op de vraag in hoeverre zijn verhalen kloppen. Ik bestrijd niet wat hij zegt. Ik heb daar totaal geen behoefte aan. Er zijn vragen over gesteld in de Tweede Kamer en die zijn op de geëigende manier beantwoord. De zaak is onderzocht, klaar.’
-Wie heeft dat onderzocht?
Aarzelend: ‘Er is een BVD-onderzoek geweest naar wat er gepubliceerd is.’
-Hoe is er in het korps op de artikelen gereageerd?
Seugling: ‘Het varieerde tussen boos…’
De Vries onderbreekt hem: ‘Bos vervuilde in feite zijn eigen nest. Ik kijk er anders tegenaan dan de gemiddelde agent. Hij is al zo lang weg dat de meeste mensen hem niet eens meer kennen. Maar de anderen vroegen zich af waarom hij zulke dingen deed. Daar kan maar één antwoord op zijn. Het is pure frustratie. Vandaar dat ik net al zei, waarom vragen de mensen nooit aan Bos waarom hij niet meer bij de politie werkt. Dan kun je een zielig verhaal ophangen, je kunt ook een eerlijk verhaal vertellen. Maar ja, dat is niet interessant genoeg. Ik zeg alleen dat hij op een bepaalde manier is weggegaan. Daar heeft hij een uitleg voor en daar heb ik een uitleg voor. Zijn uitleg is bekend en de mijne wordt niet bekendgemaakt. Al was het maar uit burgerlijke beleefdheid. In de grond van de zaak is het triest dat het zo gelopen is, want de meeste mensen hebben helemaal geen hekel aan Bos, denk ik.’

Hasselt

In voorzichtige bewoordingen legt De Vries uit dat Bos bij diverse gelegenheden beweringen tegen de media uitte die niet klopten. Seugling: ‘Hij is heel selectief.’ De Vries, zoekend naar een voorbeeld van Bos’ niet al te betrouwbare imago: ‘Hij heeft in ’89 een juridische rubriek gehad in het blad Belfleur.’ [Een inmiddels opgeheven vrouwenblad.] Seugling: ‘”Juridisch medewerker gemeentepolitie Hasselt” stond daar bij.’ De Vries: ‘Er is helemaal geen gemeentepolitie in Hasselt.’
-Kreeg Bos te veel vrijheid in zijn PID-tijd?
‘Het is heel moeilijk -bij recherche in het algemeen en inlichtingenwerk in het bijzonder- om precies te weten wat de mensen doen. Vertrouwen speelt een grote rol. Het is in deze organisatie niet zo dat iemand constant meekijkt over de schouder van de adjudant, wat Bos was. Die man heeft dus een hoop vrijheid. Het zou kunnen dat daar gebruik of misbruik van wordt gemaakt.’
-Oud-commissaris Prakken zegt niets te hebben geweten van de door Bos beschreven activiteiten. Anders, vertelde hij, had hij ingegrepen.
‘Ja, dat past precies bij het karakter van Prakken. Dat was iemand die anderen erg veel vrijheid gaf. Daar kon je veel misbruik van maken. En er zijn natuurlijk mensen geweest die dat gedaan hebben.’
-Bijvoorbeeld Sjoed Bos, die gebruikmaakte van Lex Hester?
‘Ik weet niet wat Bos gegoocheld heeft met Lex Hester. Hoe Hester door Bos gebruikt of misbruikt is, heeft hij mij uiteraard niet verteld. En of ook anderen, gevraagd of ongevraagd, als informant hebben opgetreden; geen idee. Hij heeft alleen zijn medewerkers verteld wat hij deed.’
(De Vries’ reactie komt overeen met het antwoord van minister Dales van Binnenlandse Zaken, die in februari 1991 de Tweede Kamer voorlichtte over de PID van Zaanstad. Dales schreef: ‘Blijkens het ambtsbericht van de plaatsvervangend korpschef van de gemeentepolitie Zaanstad [De Vries] heeft de heer S. Bos in 1980 aan zijn medewerkers meegedeeld dat hij een informant had laten inbreken in een kraakpand aan het Vlietsend in Krommenie en dat hij de in het pand aangetroffen documenten over de Rote Armee Fraktion had laten wegnemen. Deze handelwijze is niet voorbesproken met de BVD noch achteraf aan de BVD verstrekt.’)
-Hadden zijn medewerkers Bos’activiteiten niet moeten rapporteren?
De Vries trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Denk je dat het zo werkt? Dat een hoofdagent komt vertellen wat de adjudant gedaan heeft? Misschien dat het tegenwoordig zou gebeuren, maar toen niet.’
-Dus de situatie is sinds het vertrek van Bos aanmerkelijk verbeterd?
‘Daarna is de PID helemaal afgebouwd.’
-En de touwtjes werden wat strakker aangehaald?
‘Ja. De touwtjes zijn in feite vanaf eind 1981 strakker aangehaald. Waarna dus in ’82 Bos vertrokken is. Hij is ontheven van zijn functie en voorwaardelijk ontslagen.’
-Is er sinds dat moment nog maar één PID’er actief, zoals tegenwoordig ook het geval schijnt te zijn?
‘Nee, dat is vanaf begin 1989.’
-Hoeveel werkten er in het verleden?
‘In de tijd van Sjoerd Bos drie.’
-Bos heeft het over zeven PID’ers.
-‘Er is een tijd geweest -en dan praat ik over begin jaren zestig- dat de PID en Vreemdelingendienst op één kamer zaten. Ik weet niet hoe die werkzaamheden verweven waren, maar toen hadden we nog nauwelijks vreemdelingen. Maar ook destijds zaten er zeker geen zeven. En toen er gastarbeiders kwamen, is er een scheiding gekomen tussen PID en Vreemdelingendienst. En dan zeven, dat bestaat eenvoudig niet. Wat ik als maximum heb meegemaakt was drie man.
-Het verbaast me dat er nu nog maar één PID’er aan het werk is. In vergelijkbare steden is de PID een stuk groter.
‘Je moet een keus maken. De prioriteiten in het korps liggen op het gebied van criminaliteitsbestrijding.’

RARA

-In hoeverre is de belangstelling verschoven van de CPN vroeger, via krakers en RARA, naar asielzoekers nu?
‘Naar de CPN wordt niet gekeken, dat is bekend. Vroeger waren we een linkse gemeente, met veel communisten. Dat was dus een aandachtsgebied. En dus was ook de PID vrij groot. Dat is weggevallen. En we zijn geen universiteitsstad, we hebben geen grote arbeidsonrust, we hebben niet veel ambassades. Dus wat houd je dan nog over? Kijk, als de wereld in brand staat, ga je weer anders redeneren.’
-Hoe lang wordt de CPN al niet meer in de gaten gehouden?
‘Toen ik hier kwam nog wel en nu niet meer. Die switch is begin tachtiger jaren geweest.’
-Er is dus een verschuiving van de werkzaamheden geweest?
‘Ja, uiteraard.’
-Kunt u zeggen op welke manier?
‘Nee.’ De commissaris lacht even.
-Kunt u geen voorbeelden noemen?
‘Nee, nee. Ik ga me daar echt niet aan wagen. U weet zelf wel hoe de zaak in elkaar steekt, hoe er gewerkt wordt. Over de modus operandi wordt door mij niet gesproken.’
-Ik kan me voorstellen dat aan de ene groep meer aandacht wordt besteed dan aan de andere.
De Vries is onvermurwbaar. ‘Ik denk dat je het met algemene antwoorden moet doen. De PID kijkt naar groeperingen, organisaties, personen en bewegingen die de democratische rechtsorde aantasten of willen aantasten. Het is een scannende functie. Lezen en kijken, dat is eigenlijk alles.’
-Houdt de PID zich vooral bezig met het lezen van kranten en boeken?
‘Open bronnen, ja. Je begint ’s morgens met De Zaanlander en je eindigt met De Typhoon. En dan lees je wat er tussenin zit. Je belt eens hier en daar.’
-Zo lijkt het meer een knipseldienst dan een PID-functie.
‘Dat is het ook.’
-Alleen open bronnen raadplegen zal weinig opleveren.
‘Ja, het levert ook weinig op. We zijn alert op virulent activisme. Maar als je naar het heden kijkt, is het een hele rustige tijd.’
-U legt nu de nadruk op open bronnen, maar er zullen ook wel andere bronnen zijn.
‘Uiteraard.’

Het gesprek komt op informanten, de voelhoorns van de PID en BVD. Volgens De Vries wordt er momenteel geen gebruik gemaakt van dergelijke personen.
-Is met de overdracht van Lex Hester (aan de Bijzondere Zakencentrale, in 1985) de laatste informant uit de Zaanstreek verdwenen?
‘Dat weet ik niet. Ik weet niet eens wanneer hij is overgedragen. Ik heb dat verhaal over Lex Hester pas gehoord toen hij allang niet meer iets voor Sjoerd deed.’
-Maar klopt het dat er al jaren niet meer met informanten wordt gewerkt?
‘Op dit moment werken er geen informanten voor de PID.’
-Dat kan sinds gisteren zijn, sinds 1988…
‘Nee, nee. We hebben het over nu. Ik praat over dit moment.’
-Kunt u niet zeggen of er vorig jaar of twee jaar geleden nog een informant in gebruik was?
‘Nee, dat kan ik niet zeggen’, volhardt de plaatsvervangend korpschef. Hij legt uit dat de enige PID’er van de politie-Zaanstad geen tijd heeft om informanten te ‘begeleiden’. ‘Hij kan helemaal niets. Eén man kan niet eens op onderzoek uitgaan. Wat kan hij nou doen in z’n eentje? Toch alleen maar de krant lezen en de telefoon beantwoorden. Als je meerdere mensen hebt en het is een onrustige tijd, dán is er natuurlijk van alles te doen. Met het risico dat -wanneer er geen strenge leiding op zit- de een gaat opbieden tegen de ander en je wildwest-toestanden krijgt. Maar wij hebben geen grote kraakpanden, geen universiteit.’
-Luistert de PID wel telefoons af?
‘Nee. Dat verhaal van Sjoerd Bos is zó dom. (Bos meldt in Nieuwe Revu dat in Zaanstad telefoons worden afgeluisterd van onder meer CPN-leden.) ‘Technisch kon het niet eens, wat hij zei. Hij zat in Wormerveer en daar kon helemaal niet getapt worden. Dat kon alleen in Zaandam. En het is echt niet zo dat híj -en dan kijk ik even naar de persoon- daar ongezien kon binnenkomen. Uitgesloten.’

Absurd

-Maakte de PID in het verleden nooit gebruik van telefoontaps?
‘Ik heb er zicht op sinds 1981. Van ’81 tot nu is er nooit getapt door de PID. En naar aanleiding van die stukken in Nieuwe Revu heb ik geïnformeerd bij mijn voorganger, commissaris Kuipers, en die zei het ook nog nooit te hebben meegemaakt.’
-Toen was de mogelijkheid er blijkbaar niet. Nu wel.
‘Ja. Maar je komt niet zomaar in de tapkamer. Dat is zo magisch, hè. Iedereen denkt maar dat iedereen getapt wordt. Een tap -maar dan praat ik over een criminele tap- is zó verschrikkelijk moeilijk. Het is met zoveel waarborgen omgeven. Daarom zegt ik, PID-taps, het bestaat niet. En ik geloof nooit, nooit, nooit dat Sjoerd Bos kans heeft gezien iets te tappen.’
-Wordt de tapkamer uitsluitend gebruikt door de Criminele Inlichtingendienst (CID)?
‘Uitsluitend.’
-Hoe vaak? Gaat het om enkele, tientallen of honderden taps per jaar?
‘Meer dan enkele. Maar als je zegt dertig, veertig of honderd… Ik heb er geen idee van.’

-Een ander onderwerp. Werken de PID en de Vreemdelingendienst wel eens samen?
‘Nee. Wat ik al zei: vroeger was die koppeling er  wel. De Vreemdelingendienst en de PID zaten toen in één kamer. Alleen waren er toen geen vreemdelingen en wel veel communisten. Dat was tot begin jaren zestig, daarna niet meer.’
-Zijn die diensten nu strikt gescheiden?
‘Ja. We hebben er wel eens over gesproken om ze te laten samenwerken, maar ik denk dat de bijdrage die over en weer geleverd kan worden heel gering is.’
-Er zijn de laatste tijd nogal wat verhalen verschenen over PID’ers die van asielzoekers informatie wilden hebben over bepaalde groeperingen. dat ging dan nogal eens gepaard met chantage, beloften over het verstrekken van verblijfsvergunningen en dergelijke.
‘Ik heb de verhalen gelezen.’
-Gaan ze ook op voor Zaanstad?
‘Als het goed is niet, want ik heb het nog nooit gezien. Wij hebben al een hele poos asielzoekers en er is met name één man van Vreemdelingenzaken altijd belast geweest met de administratieve afhandeling van hun zaken. Nu, ik steek niet gauw mijn hand voor iemand in het vuur, maar in dit geval…’
-Van iedere agent wordt toch verwacht dat hij zijn ogen en oren openhoudt, om eventueel informatie te kunnen doorgeven aan de PID?
‘Niet alleen aan de PID. Ik verwacht dat zij bepaalde dingen signaleren, ja. Dat hoort er ook bij.’
-Maar dat geldt dus ook voor de Vreemdelingendienst?
Seugling: ‘Als zij bijvoorbeeld tegen moslimextremisme oplopen.’ De Vries: ‘Het zou absurd zijn als ze dat niet doorgaven. Dat is duidelijk.’
-Wat gebeurt er vervolgens met die gegevens?
De commissaris grijpt weer in. ‘Wacht even. Hadden we niet afgesproken dat we niet over de modus operandi zouden praten? ‘
-Stel, een PID’er loopt naar de Vreemdelingendienst en zegt: “Ik wil informatie hebben over die en die persoon.” Gebeurt dat hier?
‘Als ik zeg dat het nooit is gebeurd, praat ik voor m’n beurt, want ik sta daar ook niet bij. Maar als je vraagt of het gebruikelijk is, dan zeg ik nee, het is niet gebruikelijk. Ik zou er misschien zelfs aan toevoegen: hadden wij maar de gelegenheid en -laat ik dat voorop stellen- de kennis om werkelijk te kijken naar hetgeen er gebeurt binnen het islamitisch fundamentalisme. Want daar weten we helemaal niets van. Als ik kijk naar de Turkse gemeenschap hier, dan lopen criminaliteit -voor zover aanwezig-, politiek -voor zover aanwezig- en religie dwars door elkaar. Maar wij zitten met het feit dat we verschillende groepen hebben met verschillende moskeeën, politieke belangen en misschien ook criminele belangen. Hoe moet je daar naar kijken? Wij missen, en dat is gewoon jammer, de kennis van wat daar gebeurt. Het is een gesloten wereld en daar kun je ook niet binnenlopen en een praatje maken. En dan praat ik niet eens over infiltreren. Dat is natuurlijk helemaal uit den boze.’

Pietje

-Is infiltreren niet mogelijk omdat het niet gewenst is of omdat het niet mogelijk is?
‘Het is gewoon niet mogelijk. We hebben er gewoon de mankracht niet voor. En primair: we hebben de kennis niet. Ik zou best willen weten hoe daar gedacht wordt over bepaalde zaken. Wat er leeft, wat voor vreemdelingen wij in huis hebben. En dan met name islamieten. We hebben negenduizend Turken. Hoe denkt men daar in z’n algemeenheid over de Koerden? Het is ook best interessant te weten waarom mensen wel eens worden afgeperst in het theehuis. Wie zijn dat? Ja, Turken! Maar een Turk die een Turk afperst, is dat politiek of crimineel? Zijn dat Koerden, die afgeperst worden door andere Koerden? Ik weet het niet!’
-Het zou dus toch wel prettig zijn om informanten te hebben?
‘Ja, maar op dat moment ga je een markt creëren. Nogmaals, wij hebben een beperkt aantal mensen. Er zit nu eenmaal slechts één PID’er.’
-Kan de PID naar het Bureau Bevolking lopen en inlichtigen over iemand verzamelen?
‘Gaan we weer over werkwijzes praten. Ik praat niet over werkwijzes’, zegt De Vries een tikje ongeduldig.
-In sommige andere plaatsen is dat niet echt een geheim.
‘Of het kan en of het gebeurt zijn twee verschillende dingen.’ Seugling valt in: ‘Ze kunnen bevolkingsgegevens verifiëren. Dat kan elke politieman.’ De Vries, sikkeneurig: ‘Ja, oké. Maar daar heb je toch verder niets aan. Dan weet je dat Pietje Pietje heet.’
-Ik hoorde dat de PID gegevens opvroeg bij het Bureau Bevolking, om zo informatie te krijgen over iemand. Via mensen in zijn omgeving wilden ze vervolgens meer te weten komen. Daarom vroeg ik me af hoe zoiets in z’n werk gaat.
‘De officiële kanalen zijn bekend. En hoe er verder gewerkt wordt, daar ga ik niet over praten.’

Foto

-Is de burgemeester van Zaanstad op de hoogte van de PID-activiteiten?
‘Ik neem aan dat hij op de hoogte is, want hij is uiteraard eindverantwoordelijk. Wekelijks is er overleg met hem over de lopende politiezaken.’
-Maar als er affaires naar boven komen als met Sjoerd Bos verwijst hij naar de minister van Binnenlandse Zaken.
‘De lijn loopt van de minister van Binnenlandse Zaken naar de burgemeester, en die mandateert meestal de korpschef. Die mandatering gaat in Zaanstad vrij ver. Wij zijn hier ongekend vrij.’
-De burgemeester staat er dus eigenlijk nogal buiten?
‘Hier wel.’
-En de minister is in alle gevallen de eindverantwoordelijke?
‘Ja. En die bedient zich dus van de BVD, die ons weer wat kan opdragen.’

-Iets anders. Wie maakt bij protestacties en dergelijke de foto’s van demonstranten? De PID?
Grappend: ‘De PID hier leest het meestal in de krant.’ Wat ernstiger: ‘Ik denk dat je dan meer in de criminele hoek zit. Het gaat dan om het handhaven van de openbare orde.’
-Wat gebeurt er met die foto’s?
‘Dat hangt er vanaf wat er verder plaatsvindt. Als er niets aan de hand is, niets. We hebben geen kaartenbak met gemaakte foto’s die niet gebruikt worden. Ik zou niet weten wat ze er mee doen. Ze worden niet bewaard in elk geval.’
-Maar aangezien hier persoonsdossiers zijn, zullen die af en toe ververst moeten worden. Niet alleen met schriftelijk materiaal, maar ook met foto’s.
De Vries houdt zich op de vlakte. ‘Het lijkt me. Het lijkt me handig.’
-Neem bijvoorbeeld de Botenmakersstraat. Daar was van bekend dat er nogal wat verzet tegen de ontruiming zou kunnen komen. (In de Botenmakersstraat in Zaandam was in 1981 een woning gekraakt. Veertig man politie ontruimde, onder leiding van De Vries, het gebarricadeerde huis.)
‘De Botenmakersstraat is volgens mij voor de ontruiming niet gefotografeerd. Tijdens wel. Zonder meer. Het zag er nogal bedreigend uit.’
-Zijn die foto’s vernietigd, omdat er uiteindelijk toch weinig gebeurde dat de openbare orde verstoorde?
‘Ik weet niet of ze vernietigd zijn. Maar wat moet je met die foto’s?’
-Misschien konden ze een volgende keer gebruikt worden?
‘Dan moet je een aanleiding hebben. Als bij zo’n ontruiming iemand zich schuldig maakt aan bepaalde delicten kan het heel makkelijk zijn als je in het vervolgtraject materiaal hebt. Als ik een foto heb van iemand die bij een actie een ruit ingooit, kan ik die uiteraard gebruiken.’

Luxaflex

-Even een zijstapje. Toen wij hier naartoe liepen voor dit interview werd er een foto van ons gemaakt. Waarom was dat?
De commisaris verschiet. Van het ene moment op het andere heeft hij een rood hoofd. Op zijn gezicht is verbazing te lezen. ‘Een foto gemaakt? Waar was dat? Hier in het gebouw?’
-Ja.
Hij hervindt zichzelf. ‘Hm. dat zal ik eens navragen.’
Seugling: ‘Ja, want da’s heel vreemd.’ Volgens de voorlichter duidt de plaats van waar de foto is gemaakt op de afdeling recherche.
-We willen graag een afdrukje.
De Vries is weer bijgekomen van de schrik. ‘Dan zou ik het negatief vragen als ik jullie was.’ Hij belooft te laten weten wat zijn naspeuringen opleveren. Seugling begeleidt ons naar de uitgang. Als we naar buiten lopen, zijn de Luxaflex op de begane grond hermetisch gesloten.

Een van de vanuit het hoofdbureau gemaakte en door De Vries verknipte foto’s

Vier dagen na het gesprek reageert De Vries. ‘Geheel buiten mijn weten blijkt een ambtenaar opdracht te hebben gegeven tot het maken van de foto’, schrijft hij.  Hij biedt zijn verontschuldigingen aan voor ‘deze wel zeer onprofessionele, kultuurbevestigende werkwijze, die in het geheel niet past in de stijl waarmee het korps de bevolking tegemoet wenst te treden.’ Voor de betrokken ambtenaar heeft de fotosessie ‘gevolgen in de disciplinaire sfeer’. De (verknipte) fotonegatieven heeft De Vries bijgesloten.
De brief biedt geen antwoord op de vragen wie opdracht heeft gegeven tot fotograferen, waarom dat gebeurd is en of soortgelijke foto-acties vaker plaatsvinden. De Vries wenst daar ook niet op in te gaan, laat hij in een tweede schrijven weten. ‘Beantwoording van de door u in uw brief gestelde vragen acht ik niet opportuun, daar deze op een gebied van het funktioneren van de organisatie liggen waarover ik u niet meen te moeten informeren. (…) Nogmaals, er werd een ernstige fout gemaakt door de desbetreffende ambtenaar waarvoor ik mij heb verontschuldigd, terwijl ik maatregelen heb genomen om herhaling te voorkomen.’

(Deel 5, het slot van deze serie, bestaat uit een vraaggesprek met voormalig PID-chef Sjoerd Bos)

Gleufhoeden! De activiteiten van BVD en PID in de Zaanstreek (3)

12 nov

In 1991 publiceerde ik de brochure Gleufhoeden!, over de werkzaamheden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en Politieke Inlichtingendienst in de Zaanstreek. De BVD werd de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de PID veranderde in de Regionale Inlichtingendienst (RID), maar in de basis bleven hun werkzaamheden gelijk. De geheime dienst verzamelt inlichtingen voor de overheid. En soms ook tegen de eigen bevolking.
Gleufhoeden! is al vele jaren uitverkocht. Ter lering ende vermaeck plaats ik hier de vijf belangrijkste hoofdstukken, aangevuld met wat nieuwe weetjes. Hoofdstuk 3: 1978-1991: Lex Hester.

De kraakbeweging, de AMRO-bank in Krommenie, het Verbond van Communisten in Nederland en de firma Witco Chemical; het zijn maar een paar van de organisaties die op minder aangename wijze kennismaken met A.J. Hester. Het lukt de inwoner van Wormer vanaf 1978 twaalf jaar lang voor diverse inlichtingendiensten te infiltreren in linkse, sociale bewegingen. Daarbij schuwt hij geen enkel middel. Inbraak, bedreiging, chantage, brandstichting en mishandeling zijn onderdeel van zijn werkwijze. Door de jaren heen vermoeden velen in en buiten Wormer dat Lex Hester niet te vertrouwen is, maar pas in december 1990 komen de definitieve bewijzen daarvoor op tafel. Hij wordt dan ontmaskerd als informant/provocateur.
Lex Hester, in de Zaanstreek ook bekend onder de naam van zijn stiefvader Volger, wordt in 1958 geboren. Zijn moeder overlijdt in 1974 en Lex verblijft lange tijd in kindertehuizen. Als Lex zestien is, verlaat hij voortijdig de mavo. Hij raakt verslaafd aan verdovende middelen en ontspoort. Af en toe heeft hij een baantje, maar een groot deel van zijn inkomsten verwerft hij door drugs te dealen en inbraken te plegen. Bij meningsverschillen is hij snel geneigd een mes te trekken. In een café in Wormer steekt hij tijdens een ruzie iemand neer. Ook heeft hij drie verkrachtingen op zijn naam staan.
De Zaankanter zit regelmatig vast op het politiebureau of in de gevangenis. Zo komt hij ook in contact met Sjoerd Bos. In 1978 vraagt de PID-chef aan Lex, nadat die hem een nuttige tip heeft gegeven, om informant te worden voor zijn dienst. Lex heeft een vlotte babbel, kan makkelijk contacten leggen en is dus goed bruikbaar in Bos’ ogen. Lex hapt toe. De nieuwe baan is een relatief makkelijke manier om wat bij te verdienen en op die manier zijn verslaving te bekostigen. Van Bos, die hem runt, ontvangt hij maandelijks driehonderd gulden plus een maximale premie van duizend gulden voor bruikbare tips op crimineel of politiek gebied. Naast Bos heeft Lex contact met andere PID’ers en een lid van de Zaanse Criminele Inlichtingendienst (CID). Lex begint in 1978 met het aanleggen van een uitgebreid archief over onder meer de kraakbeweging en binnen- en buitenlandse poluitieke organisaties. Hij legt ook de eerste contacten met linkse groeperingen in de Zaanstreek en Amsterdam.

Lex Hester (1990)

Kraakpandenn

In Krommenie worden dat jaar voor het eerst enkele panden gekraakt. De bewoners van Vlietsend 20 (en niet nummer 14, zoals Bos abusievelijk in Nieuwe Revu meldt) besluiten een spreekuur te houden, waar mensen die woonruimte zoeken terecht kunnen. Tijdens een van die spreekuren stapt Lex, wonend in Wormer, binnen. Hij zegt een huis nodig te hebben en vraagt of de Vlietsend-bewoners iets voor hem willen kraken. Zelf kan hij dat niet doen, omdat hij nog een voorwaardelijke straf heeft lopen. De krakers vertrouwen hem niet. In het VPRO-radioprogramma Het Gebouw van 11 januari 1991, dat geheel aan Lex is gewijd, verklaart een van hen waarom: ‘We hadden afgesproken niet voor anderen te gaan kraken. Mensen moesten zelf initiatieven nemen en wij wilden hen daarbij wel ondersteunen. Maar omdat hij daar helemaal niet op inging en steeds wilde dat wij iets zouden doen waarmee we de wet zouden overtreden, en hij buiten schot zou blijven, werd hij onbetrouwbaar.’
Lex blijft langskomen. Hoewel hij zegt geen geld te hebben, arriveert hij meestal met een taxi. Hij informeert hoe ver de Krommenieër krakers gaan in hun politieke activiteiten en of ze sympathie hebben voor de RAF. Regelmatig zegt hij achter de RAF-ideologie te staan en het idee te hebben dat hetzelfde geldt voor de bewoners van het Vlietsend. Voor hem zou dat ook de reden zijn om bij hen over de vloer te komen. Over het kraken van een huis voor zichzelf praat hij niet meer. De krakers voelen weinig voor de RAF en maken hem dat duidelijk. Lex krijgt geen poot aan de grond en komt na enige tijd niet meer op bezoek.
Op een dag, enkele weken na de laatste keer dat Lex is geweest, halen de krakers van nummer 20 een zwaar, gietijzeren fornuis weg uit hun keuken. Ze hebben namelijk een aansluiting gekregen voor een gasfornuis. Onder het oude houtfornuis vinden ze tot hun verbazing een grote stapel pamfletten van de RAF. Een kraker: ‘We hadden meteen het vermoeden waar dat vandaan kwam. Omdat we Lex al niet vertrouwden en omdat hij de enige was die ooit het woord RAF in zijn mond nam.’
Ze halen de papieren weg, laten het pakket zien aan enkele bekenden en gooien het vervolgens in de vuilnisbak. ‘We waren bang dat als er ooit een huiszoeking zou komen ze die spullen zouden vinden en zeggen: “Zie je wel dat we de goeien op het spoor zijn.”‘Vlak daarna vindt er inderdaad een huiszoeking plaats door de politie. Een van de bewoners wordt aangehouden op verdenking van inbraak. De politie zet hem een nacht vast in het bureau en onderzoekt diezelfde nacht Vlietsend 20 op gestolen goederen. Er wordt niets gevonden en de volgende ochtend laat de politie de bewoner vrij. Over de vermeende inbraak hoort hij naderhand niets meer.
Het vermoeden dat Lex Hester meer weet van de RAF-pamfletten is juist. Sjoerd Bos in Nieuwe Revu: ‘In 1980 laat de PID een informant (een man van begin twintig met een crimineel verleden, die voor de PID vergaderingen van aktiegroepen bezocht) een kraakpand aan het Vlietsend 14 inbreken om daar papieren weg te halen die op een geheime plaats, onder de keukenvloer, waren verborgen. Papieren die een mogelijke relatie tussen twee van de krakers met RAF-leden zouden kunnen aantonen.’ Terwijl een PID’er toekijkt, verschaft Lex zich op een donderdagnacht om kwart over drie toegang tot de woning door een ruit naast de voordeur weg te halen. De benodigde pamfletten verwijdert hij, waarna ze vliegensvlug worden gekopieerd en door Lex teruggelegd.
Volgens Bos was de inbraak nodig omdat op Vlietsend 20 ‘figuren bleken te vergaderen die geweld onder bepaalde omstandigheden niet uitsloten. Er kwam informatie binnen dat daar ook het een en ander van op papier was gezet. En die papieren bevonden zich onder de vloer in de keuken. Toen we dat wisten zijn ze weggehaald.’ De ‘Informatie’ komt van Lex. Op de opmerking van de verslaggever van Het Gebouw dat Bos niet kan garanderen dat de papieren niet voor de inbraak door Lex zelf zijn neergelegd, zegt Bos: ‘Dat hoefde ik niet te geranderen. Ik beschikte op dat moment over die papieren en dat was het belangrijkste.’
De bewoners van het kraakpand waarschuwen in de maanden na hun vondst personen in de omliggende plaatsen voor Lex. Een van de krakers wordt, een half jaar na Lex’ inbraak, ’s avonds opeens aangevallen door twee jongens. Hij krijgt een harde klap in zijn gezicht en de boodschap: ‘De groeten van Lex Hester.’
Een andere man, eveneens sterk betrokken bij de kraakbeweging in Zaanstad, zegt iets te hebben meegemaakt dat vergelijkbaar is met het Vlietsend-voorval. ‘Ik was een paar dagen in Den Haag. Toen ik terugkwam, vond ik in mijn naast het huis staande caravan een klein stapeltje RAF-papieren, keurig verpakt in een plastic mapje. Dat was korte tijd voor die vondst op het Vlietsend. De dader was binnengekomen door een deur van de caravan open te wrikken. Die papieren waren verstopt in een voorraadkastje.’ Hij brengt het pakket naar de politie in Wormerveer met de boodschap niet gediend te zijn van dergelijke grappen. ‘Ik heb er destijds niet met anderen over gesproken. Ik was bang voor onrust en paranoia. Die onrust is ook ontstaan na de gebeurtenis op het Vlietsend.’

Informant

Lex zet zijn pogingen voort om mensen uit actie- en belangengroepen te compromitteren. In 1979 belandt hij weer eens in de gevangenis, wegens een aantal inbraken (tussen 1975 en 1991 is Lex meer dan veertig keer veroordeeld). Hij zit 120 dagen in voorarrest. Na overleg tussen reclassering, officier van justitie en advocaat mag hij naar het reclasseringsinstituut Groot Batelaar in Lunteren. Van verdere gevangenisstraf wordt afgezien. Het is de bedoeling dat hij in Groot Batelaar afkickt. Ook kan hij een opleiding volgen, die voorbereidt op de sociale academie.
Weliswaar zit Lex tussen 30 augustus 1979 en 16 juli 1980 in Groot Batelaar, maar regelmatig komt BVD-medewerker Hans Molensteeg hem daar ophalen. Daardoor kan hij de vergaderingen bijwonen in Het Fort van Sjakoo (toen nog een kraakpand in Amsterdam). Plezierig vindt Molensteeg het begeleiden van de BVD-informant niet. Hij beklaagt zich bij zijn Haagse superieuren. Uit de uitzending van Het Gebouw: ‘Lex neemt na het bijwonen van de vergaderingen en het door de BVD betaalde bezoek aan een prostituee zoveel drugs en drank tot zich dat ze Lunteren vaak niet halen zonder dat Lex de auto onderkotst.’
Bos schetst een soortgelijk beeld in Nieuwe Revu: ‘Op verzoek van de BVD staat de gevangenisdirectie toe dat de jongen zo nu en dan door een agent van de BVD of PID wordt opgehaald om belangrijke vergaderingen van, in de optiek van de dienst, extremistische groeperingen te bezoeken ten einde zijn informantenwerk te kunnen voortzetten. De jongen bezoekt de vergaderingen, maar eist vervolgens van de hem vergezellende BVD- en PID-agent dat zij hem een paar uur “zijn gang laten gaan”. Onder het toegeknepen oogje van zijn begeleiders gebruikt de jongen drugs en alcohol en brengt hij bezoeken aan prostituees. Daarna wordt hij weer keurig afgeleverd bij de strafgevangenis.’

Ook in 1979 en 1980 zijn er mensen die hun bedenkingen hebben tegen Lex, ondanks diens vlotte babbels en aanwezigheid bij allerlei acties. Tijdens de Vondelstraatrellen in Amsterdam en de kroning van Beatrix, in 1980, wordt Lex gezien in het gezelschap van agenten in burger. Harde bewijzen dat hij de politie behulpzaam is, zijn er echter niet. Lex kan zijn infiltratiepogingen gewoon voortzetten. Hij helpt bij voorbereidingsacties tegen de ontruiming van woningen aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam (maar is afwezig bij de ontruiming zelf) en hij trekt op met de medewerkers van Het Fort van Sjakoo. Tijdens vergaderingen zegt hij dat er ‘harde acties’ gevoerd moeten worden.
Lex werkt zich niet alleen binnen in het links-politieke wereldje, hij onderhoudt tevens zijn contacten met criminelen. De politie profiteert ervan. Sjoerd Bos geeft in Nieuwe Revu een voorbeeld uit de praktijk. ‘De PID krijgt van een informant een tip over de Bredase crimineel P. (wiens naam ook in verband werd gebracht met politiek extremisme), die een wapendeal aan het voorbereiden is. De wapens waren bestemd voor derden in Zaanstad. De informant zelf is net opgepakt in verband met handel in verdovende middelen. Na overleg met justitie wordt besloten dit strafbare feit door de vingers te zien, om de informant meer informatie over het wapentransport te laten inwinnen. Hij neemt in opdracht van de PID deel aan het transport, wordt voor de vorm gearresteerd en na vrijlating in het bezit gesteld van een bevel tot in verzekeringstelling, waarmee hij zijn zogenaamde kornuiten aantoont dat ook voor hem het muisje nog een staartje heeft.’
In Nieuwe Revu noemt Bos de naam van de informant niet, maar hij doelt op Lex Hester. In het door Bos vertelde voorval zou het gaan om wapens die begin jaren tachtig waren gestolen uit de Zaandamse woning van de voorzitter van een schietvereniging. De wapens werden vervolgens door een Canadees te koop aangeboden in Amsterdam. Met bovengenoemde P. uit Breda heeft Lex goede contacten, net als met andere criminelen uit onder meer Diemen en Wormer. Dankzij de informatie die hij via zulke personen krijgt, ontloopt Lex een aantal maal gevangenisstraf en beloont de politie hem met tipgeld.

Sociale academie

Wanneer Lex in 1980 uit Groot Batelaar komt, begint hij een studie aan de sociale academie in Alkmaar. Wekelijks loopt hij twintig uur stage bij het straathoekwerk in Amsterdam, waar hij naar eigen zeggen ‘huisdealer’ is. Tot 1985 blijft hij daar werken. Hij is nog steeds verslaafd en onder toezicht van het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD). In de linkse boekhandel Het Fort van Sjakoo vindt hij een baantje als vrijwilliger. Uit Het Gebouw: ‘Hij profileert zich steeds nadrukkelijker als voorstander van gewapende strijd. Hij biedt ook wapens aan aan andere medewerkers in Het Fort van Sjakoo. Wat opvalt is dat hij bijna alles wat over actie gaat aanschaft. En vaak meerdere exemplaren.’ In 1981 moet Lex het Fort verlaten. Officieel heet het dat hij zijn werk niet goed doet. In de praktijk is het zo dat de medewerkers van de boekhandel hem verdacht vinden.
André de Raaij schrijft in (het inmiddels ter ziele zijnde blad) Forum van 17 januari 1991 over ‘de uitzendkracht van het politiebureau’, zoals hij Lex Hester betitelt. De Raaij heeft tien jaar in Het Fort van Sjakoo gewerkt. ‘Lex vloog er uit, maar hij kwam al spoedig als klant terug, altijd voor documentatie over Westeuropese stadsguerrillagroepen. Hij toonde ook veel interesse voor de teksten van de RAF die ik persoonlijk in bezit heb, of zelfs, aangeleverd door een brave Westduitse journaliste, in het Nederlands vertaald heb uitgegeven. Ik zag geen reden om hierover geheimzinnig te doen, en zie dit nog niet. Op een gegeven ogenblik vroeg Lex H. of hij in de winkel “een chinees” mocht bouwen. Hij bleek al jaren verslaafd. Na twee keer openbaar heroïnegebruik in de zaak besloten we hier een grens te trekken. Zijn opvallend goed gevulde portemonnee en dure auto leken hiermee verklaard: hij dealde natuurlijk zelf.’

Lex gaat zich weer wat meer op de Zaanstreek richten. Hij woont in 1981 aan de Wormerveerse Wandelweg, waar hij drugs verkoopt. Dat jaar komt Peter Schmidt [niet zijn echte naam], dan veertien jaar oud, met hem in contact. ‘Lex maakte op mij veel indruk. Hij was mijn grote voorbeeld. Hij zat vol goede bedoelingen en de wereld was zo slecht. Ik kwam minstens één keer per week bij hem thuis, om stuff te roken. Het was bijna een eer om daar te mogen zitten’, aldus Peter. Lex verzamelt vooral jonge mensen om zich heen. ‘Hij vertelde en wij luisterden. Hij was heel verbitterd over zijn jeud, toen hij in kindertehuizen zat en lid was van jeugdbendes.’
De gesprekken met Peter gaan al vrij snel over RAF, ETA en -later- de CCC. ‘Daar had-ie respect voor, zei hij. We hadden het alleen nog over acties en gewapende strijd. Ik was er van onder de indruk hoe hij RAF en CCC verklaarde. Verder vond hij dat ieder gezinshoofd een eigen geweer moest hebben. Hij had een sticker op zijn stereo-installatie: “Defensie nee, volksverdediging ja.” Tegen mij had hij het ook wel eens over de BVD. “Als iemand zegt dat ik voor de BVD werk, moet je het niet geloven. Dat is de verdeel- en heerspolitiek van de overheid. Ze proberen de actiebeweging zwart te maken, te criminaliseren”, zei hij.’
Hij probeert op verschillende manieren indruk te maken op Peter en een paar andere jongens. Op 16 april 1981 woedt er een korte, maar hevige brand in de AMRO-bank aan de Heiligeweg in Krommenie. De schade bedraagt 50.000 gulden. De PID-Zaanstad noemt de brand in zijn jaarverslag: ‘De dader(s) zijn vermoedelijk twee, tot nu toe, onbekende jongeren die een fles benzine naar binnen hebben gegooid. De brand werd telefonisch geclaimd door iemand die zich woordvoerder noemde van de “militante groep SV”, een onderdeel van de “HSV”. Na de woorden: “Wij verklaren hiermee de oorlog” werd de verbinding verbroken.’ (HSV betekende Humanistisch Socialistisch Verbond; het was een clubje van Lex.) Peter: ‘Kort erna liet Lex me een krantenstukje zien over die brand. Hij zei dat hij een brandbom naar binnen had gegooid in verband met “het kapitalisme waar de bank onderdeel van was”. Hij is er nooit voor gepakt.’
Na de brand bezoekt Lex met een maatje nog een andere bank, de RABO-bank in Wormerveer. Hij pleegt er een overval en gaat van de opbrengst een week op vakantie naar Spanje. Daarna geeft hij zichzelf aan. Het levert hem een korte gevangenisstraf op.

Seksclub

Lex raakt in de problemen als hij opnieuw brand sticht. Met stadsgenoot Pieter N. breekt hij op 17 januari 1982 om zes uur ’s morgens in bij seksclub Isolde aan de Merelstraat 14 in Wormerveer. Ze besprenkelen de vloer van slaap- en woonkamer met benzine en houden er een vlammetje bij. Als het vuur desondanks dooft, wordt er een fles benzine naar binnen gegooid. Het sekshuis brandt volledig uit, de boven- en naastgelegen flatwoningen lopen flinke schade op. Voor het karwei ontvangen de daders zevenhonderd gulden van opdrachtgever R., de eigenaar van een concurrerend bordeel.
Beide brandstichters en R. worden korte tijd later door de politie aangehouden. (Lex vertelt Peter Schmidt later dat hij de brandweer belde om de brand te melden. Door de brandweer zou een ‘voiceprint’ zijn gemaakt, waardoor hij kon worden gepakt.) Voor de rechtbank verklaart R. tot zijn daad te zijn gekomen, omdat het huis waar Isolde was gevestigd eigendom was van Sjoerd Bos. De PID-chef zou een aantal malen bij R. zijn gekomen om hem te sommeren zijn club te sluiten en om te vertellen dat zijn advertenties te groot waren. Bos zegt desgevraagd ten tijde van de brand geen eigenaar meer te zijn geweest van de woning. ‘Ik had de flat verkocht aan C. Beumer, die er wat meiden in zette.’ Volgens hem is het toeval dat Lex bij de brandstichting betrokken was.
R. wordt veroordeeld tot twaalf maanden gevangenis met aftrek van voorarrest, N. wordt opgenomen in de Jellinek-kliniek om af te kicken van zijn drugsverslaving en Lex ontspringt in eerste instantie de dans, omdat in zijn dagvaarding een vormfout is gemaakt. Op 25 februari 1983 moet hij alsnog voorkomen. Lex’ advocaat houdt de rechtbank voor dat zijn cliënt na de brand zijn leven heeft gebeterd. Hij heeft geen schulden meer, kan op school terugkeren en hij kan zijn leven als straathoekwerker -waar hij drugsverslaafden begeleidt- weer oppakken, zegt raadsman Seunke. ‘Hij heeft zijn wortels met de gewone maatschappij versterkt, er moet geen onvoorwaardelijk deel worden toegevoegd aan de 99 dagen van zijn voorarrest.’ De rechter veroordeelt Lex tot acht maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk. Lex komt dus onmiddellijk op vrije voeten.

Watermuntstraat

Tijdens het voorarrest verblijft Lex onder meer in het Haarlemse politiebureau. Daar laat de Wormerveerder directeur Bakker van Groot Batelaar roepen. Hij vertelt Bakker voor de BVD te hebben gewerkt en klaagt dat hij daardoor in de klem zit. Het gesprek leidt er niet toe dat hij stopt als informant. Hij houdt zich bezig met de voorbereidingsgroep van het met ontruiming bedreigde Amsterdamse kraakpand Lucky Luijk. In 1983 verschijnt hij met enige regelmaat bij de linkse boekhandel Slagerzicht in Groningen. Net als in Het Fort van Sjakoo koopt hij er alle publicaties over gewapende strijd. Vooral de RAF heeft zijn interesse.
Hij is aanwezig bij de ‘anarchismeweek’ in Groningen en bezoekt tijdens een hongerstaking van Duitse RAF-leden (december ’84, januari ’85) solidariteitsmanifestaties in Utrecht en Amsterdam. Ook legt hij de eerste contacten met de Knipselkrant in Groningen, een blad dat verklaringen van buitenlandse revolutionaire bewegingen afdrukt. Af en toe helpt hij er met het in elkaar zetten van nieuwe nummers.
In die tijd woont Lex aan de Watermuntstraat 15 in Wormer. Hij krijgt nog steeds bezoek aan huis van Peter Schmidt  en anderen, vooral schooljeugd, die bij hem terecht kunnen voor hasj. De kwaliteit daarvan is overigens niet altijd even best. Volgens dorpsroddels knoeit hij met de drugs. Verschillende mensen worden er ziek van. Soms doet de politie een huiszoeking. Lex zit echter nooit lang in de cel voor zijn criminele activiteiten.
Een voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van tweehonderd gulden krijgt hij in 1984. De aanleiding is een inbraak bij het chemieconcern Witco Chemical in Koog aan de Zaan. Hij wordt op heterdaad betrapt, evenals twee partners-in-crime van zeventien en achttien jaar oud. Een van hen is Peter Schmidt. ‘Eigenlijk waren we daar met vijf mensen, maar twee konden op tijd wegkomen. We braken in bij Witco, omdat volgens Lex die chemische industrie slecht was voor het milieu. Hij bepaalde het doel, wij hadden niets in te brengen. We hadden touwen en ether mee, om eventueel iemand te verdoven als dat nodig mocht zijn.’ Ze komen echter niemand tegen. Het vijftal knipt de telefoonlijnen door, steelt een deel van de administratie en neemt enkele watermonsters. Peter: ‘Lex zei dat hij het water kon laten analyseren bij een laboratorium.’
Buitengekomen merken de inbrekers dat de politie is gearriveerd, gewaarschuwd door het alarm. Alle drie krijgen ze een voorwaardelijke straf en moeten ze een derde van de veroorzaakte schade (zeshonderd gulden) vergoeden. Lex hangt later het verhaal op ‘uit principe’ niet te willen betalen, waardoor zijn voorwaardelijke straf in 1987 zou zijn omgezet in een onvoorwaardelijke. Eerder in 1984 heeft hij ook al ingebroken in een chemische fabriek (eveneens met Peter en diens vriend). Daarbij worden ze niet betrapt. Een volgend doel was ook al gepland; de firma Eurocol in Wormerveer. Omdat de drie bij Witco worden aangehouden, gaat die poging niet door.
Peter: ‘Vlak na die tweede inbraak kreeg ik van de bewoners van de Witte Villa in Wormer (destijds een kraakpand) te horen dat Lex voor de BVD werkte. Er waren Britse mijnwerkersstakingen en Lex had twee mijnwerkerskinderen laten overkomen voor een vakantie. Dat werd in de Witte Villa gepresenteerd aan de pers. Lex wilde toen per se niet op de foto. Dat wekte het wantrouwen van de Villa-bewoners. Ze kwamen er achter dat hij voor inlichtingendiensten werkte en probeerde jonge mensen over te halen tot acties. Ik kreeg het dringende advies een andere beschermeling te kiezen. Vanaf dat moment heb ik hem ontweken.’
Al is het wantrouwen in de Witte Villa groot, opnieuw komt het niet tot een ontmaskering van Lex. Hij kan blijven werken als BVD- en PID-infiltrant. Bij de Groningse Knipselkrant komt hij na een tijdje niet meer. Ook dat blad is gewaarschuwd voor Lex’ activiteiten. Desondanks is hij in staat telefonisch het contact in stand te houden. De inwoner van Wormer koopt de Knipselkrant vanaf 1985 bij boekwinkel Slagerzicht in Groningen.

RARA

Op 17 september 1985 wordt het eerste Makro-filiaal in brand gestoken, in Duivendrecht. De schade bedraagt twintig miljoen gulden. De Revolutionaire Anti Racistiese Aktie (RARA) claimt de aanslag te hebben gepleegd en eist dat Makro-eigenaar SHV uit Zuid-Afrika vertrekt. Op verscheidene plaatsen in Nederland gaan uit protest tegen de apartheidspolitiek Shell-stations in vlammen op. De Bijzondere Zakencentrale (BZC) van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) richt een ‘anti-terreurteam’ op, waarin justitie en BVD gezamenlijk op zoek gaan naar de daders van de anti-apartheidsaanslagen.
De Haagse BVD-chef operationele zaken Leijendekker geeft de PID-Zaanstad opdracht Lex over te dragen aan de BZC. De eerste kennismaking tussen BZC en Lex vindt plaats in motel Akersloot in Alkmaar. Namens de centrale voert Rennie Weijster het woord. De BZC is tevreden over de nieuwe aanwinst en betaalt hem meteen vijfhonderd gulden voorschot. Helaas is over het werk dat Lex voor de BZC moet doen weinig bekend. Of hij is ingezet bij het achterhalen van de uitvoerders van de Makro-, Shell- en andere aanslagen blijft tot op heden onduidelijk. Wel gebruikt de BZC hem als provocateur/infiltrant bij diverse radicaal-linkse groepen.
In Amsterdam ontmaskert de BVD de DDR-spionne Ellen T., secretaresse bij een Amsterdams octrooibureau. De vrouw blijkt lid te zijn van het Verbond van Communisten in Nederland (VCN), de horizontale afsplitsing van de CPN. Lex Hester moet op onderzoek gaan bij de ‘gestaalde kaders’. In mei 1986, vlak voor de Tweede-kamerverkiezingen, meldt hij zich aan als VCN-lid. Hij gaat meteen aan de slag in de Zaanstreek, waar een van de sterkste Nederlandse VCN-afdelingen bestaat. Van het partijbestuur mag Lex helpen met folders delen, affiches plakken en de verkoop van het partijblad Manifest. Ook bestuurt Lex de geluidswagen, van waaruit hij de Zaanse bevolking oproept VCN te stemmen tijdens de Kamerverkiezingen. Mary de Boer [niet haar echte naam], sterk betrokken bij het VCN-Zaanstreek: ‘Hij vertelde na zijn aanmelding eerder lid te zijn geweest van de CPN, maar de koers van die partij beviel hem niet.’ [Volgens de CPN is Lex geen partijlid geweest.] Andries Visser, toenmalig voorzitter van het VCN-Zaanstreek: ‘Van iemand uit Wormer hoorden we dat Lex drugs gebruikte. Met het bestuur zijn we toen naar zijn woning gegaan om met hem te praten. Hij gaf toe dat hij in de gevangenis had gezeten en drugs had gebruikt, maar nu was hij clean. Hij had progressieve ideeën en was goed van de tongriem gesneden. Hij wist veel van politiek. Wij wilden hem wel een kans geven en hij heeft vervolgens een jaar lang zijn best gedaan.’
In dat jaar doet Lex inderdaad zijn best, maar met andere motieven dan het VCN-bestuur op dat moment denkt. Hij wordt lid van de Communistische Jeugdbond, de jongerenorganisatie van het VCN, en slaagt er in een plaatsje te krijgen in het VCN-bestuur. De nieuwbakken politiek secretaris mag vervolgens de VCN-ledenlijst en het abonneebestand van Manifest thuis bewaren. Bij vergaderingen is Lex ook regelmatig aanwezig, of het nu gaat om bestuursbijeenkomsten, landelijke VCN-vergaderingen of ontmoetingen met andere organisaties.
Een betrokkene herinnert zich dat Lex op 25 mei 1987 present is tijdens een bijeenkomst van diverse groeperingen in het gebouw van de Niet-Beroepsmatig Aktieven (NBA) in Wormer. Het overkoepelend orgaan ‘Stop het eigen risico’ vergadert daar over de protestmogelijkheden tegen de bezuinigingsplannen van staatssecretaris Dees voor de gezondheidszorg. ‘Lex was daar namens het VCN. Tijdens die bijeenkomst beperkte hij zich tot meehuilen met de meerderheid. Intussen zat hij druk aantekeningen te maken.’ Mary de Boer: ‘We hadden wel eens een vergadering in Amsterdam. Dan kreeg hij wat geld van ons, als onkostenvergoeding voor zijn auto. Want hij moest met zijn vrouw en twee kinderen van een uitkering leven en dat vonden we wel zielig.’
Met enige regelmaat poogt Lex het VCN over te halen tot ‘harde acties’. Andries Visser: ‘Hij bemoeide zich met krakers en wilde dat het VCN ook woningen ging kraken. We moesten krakers ook helpen, vond hij. Politie wegsodemieteren als die krakers lastig viel. Hij had nogal wilde, anarchistische ideeën over geweld dat met geweld beantwoord moest worden. Op een geven moment zei hij over een minister dat ze die eigenlijk dienden dood te schieten. “Daar moet eigenlijk een groepje op af. Kunnen wij als communisten daar niet eens heen”, vroeg hij. Hij was niet vies van geweld.’
Als Lex ruim een jaar kaderlid is, neemt zijn animo af. Tijdens vergaderingen zit hij te suffen, als gevolg van drugsgebruik. VCN’ers krijgen een hekel aan hem, omdat hij bij huisbezoeken altijd onmiddellijk in de boekenkasten begint te neuzen. Bovendien verzorgt hij de verzending van Manifest slecht. En het bestuur betrapt hem op leugens. De Boer: ‘Op een bepaald moment zei hij dat hij zes weken op vakantie zou gaan. Dat verbaasde ons, want hij had een uitkering. Later vertelde hij een nichtje van me dat hij die tijd in de bak had gezeten.’ Het gaat om de celstraf die hij moet uitzitten vanwege zijn inbraak bij Witco Chemical. Eind 1989 wordt Lex geroyeerd als lid, nadat hij eerder al is ontheven van zijn functie als politiek secretaris. Zijn gerichte provocaties hebben tot niets geleid, maar de BVD is wel in het bezit gekomen van lijsten met namen en adressen van VCN-leden en Manifest-abonnees.

Nomad

Hoewel veel van zijn tijd vanaf 1986 gaat zitten in het VCN-werk, besteedt Lex ook nog wat aandacht aan andere delen van de linkse wereld en mijdt hij het gezelschap van criminelen niet. Hij ontmoet bijvoorbeeld nog wel eens mensen van de Nomad-motorclub, een soort Hell’s Angels die in Zaanstad domicilie houden. Alleen al in 1987 en ’88 slaagt dat gezelschap er in meer dan honderd misdrijven te begaan, variërend van diefstal en wapenbezit tot mishandeling en verkrachting. Enkele dagen voor de club een overval pleegt op de AMRO-bank in Wormerveer doet de politie een inval in hun gekraakte clubhuis in Zaandam. Een aantal leden wordt veroordeeld tot celstraffen.
In de herfst van 1986 lijkt Lex een poging te doen wat van het gerezen wantrouwen bij de Knipselkrant en Slagerzicht weg te nemen. Hij belt de Knipselkrant met de boodschap dat er zojuist een huiszoeking bij hem heeft plaatsgevonden. Hij zegt opnames te hebben gemaakt van een gesprek met de politie, waarin die onder andere naar de Knipselkrant informeert. Lex wil het bandje toezenden. De Knipselkrant en Lex komen overeen dat boekhandel Slagerzicht als tussenstation kan dienen. Slagerzicht voelt daar weinig voor en weigert. De bandopname wordt nooit verstuurd.
In 1987/’88 bezoekt de Wormer informant de Hafenstrasse in Hamburg. Daar bevindt zich een groot, deels gekraakt en deels gehuurd complex. Lex informeert er bij verschillende mensen naar personen van onder meer de Knipselkrant. Boekhandel Slagerzicht verhuist in 1988 van Groningen naar de Amsterdamse Albert Cuijpstraat. Lex verschijnt er regelmatig en koopt alles wat los en vast zit over gewapende strijd en stadsguerrilla. Hij kopieert er ook veel archiefmateriaal. Sjoerd Bos geeft later toe dat de documenten en boeken die Lex in de loop der jaren verzamelt bestemd zijn voor de inlichtingendiensten.
Het actieblad NN van 11 januari 1991: ‘Hij [Lex] probeert zich populair te maken door regelmatig geld in allerlei solidariteitspotjes te stoppen. Het wantrouwen blijft, er worden pogingen gedaan om meer uit te zoeken over Lex Hester, wat echter niet uitmondt in harde bewijzen tegen hem. Na de zoveelse aanwijzing te hebben uitgezocht, en weer op een dood spoor te zijn beland, wordt besloten Lex Hester de toegang tot de winkel te ontzeggen.’ Hij krijgt een brief met die mededeling toegestuurd, maar reageert daar niet op. Zijn gezicht laat hij niet meer in de boekhandel zien.
Begin 1988 duikt Lex op bij een linkse drukkerij met het verzoek de RAF-uitgave Widerstand heisst Angriff (een boekje waarin de RAF-ideologie uiteen wordt gezet) te drukken in een oplage van tweeduizend exemplaren. Met het drukwerk is een bedrag gemoeid van ongeveer tienduizend gulden. De drukkerij vertrouwt het echter niet en gaat niet in op het verzoek.
Steeds vaker komen eind jaren tachtig berichten over Lex uit het buitenland. Hij schrijft tientallen zogenaamde ‘infoshops’ aan, met niet al te duidelijke vragen. In enkele brieven schrijft hij dat ‘we’ bezig zijn met het samenstellen van een Nederlandstalig blad met vertaalde teksten van ‘het verzet/guerrilla’. De brieven (onder de naam van zijn vrouw Jolanda van der B.) gaan naar Oostenrijk, Zwitserland, Denemarken, België, Spanje en -vooral- West-Duitsland. Verschillende infoshops schrijven terug dat hij zijn gegevens maar bij Nederlandse (linkse) boekwinkels moet halen.
Lex bezoekt in West-Duitsland meerdere zogenaamde ‘hongerstakings-infobureaus’ tijdens de hongerstaking van politieke gevangenen in dat land (begin 1989). Hij neemt ook contact op met familieleden van de gevangenen en slaagt er in één geval zelfs in de sleutel in handen te krijgen van de woning van een ouder echtpaar. Hij probeert tevens ontmoetingen te arrangeren met relaties van politieke gevangenen in België en Spanje. Tijdens een solidariteitsmanifestatie op 26 maart 1989 in het Amsterdamse Paradiso, waar hij met vrouw en kinderen is, valt Lex op door de vragen die hij stelt. Een maand eerder heeft hij een brochure uitgegeven met krantenknipsels, verklaringen en teksten over en van politieke gevangenen.

Explosieven

In de zomer van 1989 gaat Lex weer in Het Fort van Sjakoo werken. Sinds de vorige keer dat hij daar vrijwilliger was (1980/’81) is er een hele nieuwe generatie aan de slag gegaan. Daardoor rijst er geen verdenking tegen hem als hij vrijwel onmiddellijk weer begint over ‘revolutionaire strijd’. Lex heeft een lijst met publicaties over extremistische groeperingen, die hij op verzoek wel wil kopiëren. Klanten dienen hun naam en adres achter te laten, zodat Lex de kopieën naderhand kan toesturen.
André, een van de vrijwilligers bij de linkse boekhandel, werkt Lex in wanneer hij in het Fort komt werken. ‘De indruk die ik in eerste instantie van hem kreeg was van iemand die helemaal leip was van het gewapend verzet en alles schitterend vond wat daar gebeurde. Hij praatte alleen maar over RAF, Rode Brigades en CCC. (…) Op een gegeven moment vroeg hij aan mij hoe ik over hardere acties dacht. Waarop ik reageerde dat ik er in principe niet afkerig van was. Toen vertelde hij mij dat hij explosieven had. Wat voor explosieven heeft hij niet verteld. Of ik mensen wist die er iets mee konden doen. Daar ben ik afwijzend tegenover geweest’, vertelt André in het radioprogramma Het Gebouw.
In 1990 biedt Lex aan minimaal drie medewerkers van Het Fort van Sjakoo en een oud-medewerker van de Knipselkrant explosieven en wapens aan. Ze gaan er niet op in. Tegenover Henk, als vrijwilliger werkzaam in het Fort, vertelt Lex dat hij een kilo kneedexplosieven in zijn bezit heeft. Hij stelt Henk voor om daarmee een aanslag te plegen. Henk: ‘Hij heeft het gehad over het nieuw te bouwen politiebureau in Zaandam of de Zaanstreek. [Bedoeld wordt het hoofdbureau in aanbouw, dat in Zaandijk staat.] Hij heeft ook aan mij gevraagd of ik voor detonatoren kon zorgen, omdat hij wel lont en springstof had, maar daarnaast heb je ook nog een detonator nodig.’
Als Henk in juli 1990 nog een keer bij Lex op bezoek komet, laat die hem de ‘kneed’ zien. ‘Dat zag er een beetje uit als stopverf. Het was vettig en het zat verpakt in een plastic tasje. (…) Ik heb er aan geroken, maar er zat niet een bepaald geur aan. Het was zo groot als een flinke worst.’ Op de vraag of hij wist dat er al meer mensen door Lex waren benaderd, zegt Henk: ‘Nee, hij heeft toen ook heel duidelijk gezegd dat wij de enige twee waren die er van wisten dat hij dat spul in bezit had.’
Lex blijft speuren naar mensen die contact hebben met stadsguerrillagroeperingen. Hij bezoekt Brussel en ontmoet twee mensen van het APAC, een ondersteuningsgroep voor politieke gevangenen in België. En hij schrijft nog altijd brieven naar het buitenland. Die gaan nu vergezeld van de mededeling ‘medewerker van de linkse boekhandel Fort van Sjakoo’ of ze worden verzonden onder de naam van ’t Info.

Extreem

’t Info is een blad dat Lex na de opheffing van de Knipselkrant, in 1989, opricht. Het is de enige Nederlandse uitgave die vol staat met verklaringen van politiek extremistische groeperingen die zich van geweld bedienen. Het blad is tientallen pagina’s dik, bevat niets dan in het Nederlands vertaalde teksten die gewapende strijd verheerlijken en verschijnt in totaal vier keer. Het is geen toeval dat Lex zo’n blad uitgeeft. In De Telegraaf van 22 oktober 1990 verschijnt een mogelijke verklaring dat uitgerekend een politie-informant het enige blad over gewelddadig politiek activisme publiceert. Onder de kop ‘Nederlanders lid van Euroterreurfront’ schrijft het grootste dagblad van Nederland: ‘Bij de CRI in Den Haag wordt vermoed dat een groep radicale Nederlandse anti-imperialisten, afkomstig uit de krakersbeweging, RARA en anti-apartheidsorganisaties, een revolutionaire Westeuropese frontvorming is aangegaan met geestverwanten en ook met terreurorganisaties in omringende landen. Commissaris Jaap de Waard, woordvoerder van de CRI: “Het gaat om een puur interne, nog niet voldragen studie van onze BZC.” De CRI voorspelde hierin al een geweldstoename van internationale groeperingen, onder meer tegen Europa ’92. Volgens politiespecialisten is het nieuw dat Nederlandse aktivitsten sinds recent daadwerkelijk steun verlenen aan terroristische organisaties. “De anti-imperialisten vormen een stroming die zich onder meer verzet tegen de Europese eenwording.”‘
De CRI kan ’t Info meer dan goed gebruiken om haar theorieën over een internationaal netwerk van revolutionaire anti-imperialisten te staven. De productie van het blad is volgens de Volkskrant van 12 januari 1991 ‘vrijwel zeker het werk van de CRI’. Volgens de politicoloog Peter Klerks, werkzaam aan de Universiteit van Leiden, zou het ‘niet de eerste keer zijn’ dat de CRI bezig is met zowel het veroorzaken als het oplossen van problemen. ‘Als je als onderzoekers van de politie argumenten wil aandragen om zo’n rapport te staven -de theorie van een Europees terreurfront-, dan heb je misschien inderdaad zo’n blad (’t Info) nodig. Dan kun je daaruit citeren, fotokopieën maken en zeggen: “Kijk, dat bestaat en daar wordt over gedacht” en in dat licht is het heel erg interessant.’

De bewijzen tegen Lex stapelen zich op. In september 1990 spreken medewerkers van Slagerzicht en Het Fort van Sjakoo met elkaar over de inwoner van Wormer. Ze verzamelen nog wat meer informatie dan al bekend is en nodigen Lex vervolgens uit voor een gesprek over zijn BVD- en CRI-werkzaamheden. De ontmoeting vindt half oktober plaats. Uit het actieblad NN van 11 januari 1991: ‘Er volgt een vier uur durend gesprek waarin wij onze vragen stellen en Lex Hester op de praatstoel gaat zitten. Hij lult zichzelf en ons suf en speelt de rol van ex-verslaafde, ex-crimineel, moeilijke jeugd, verkeerde dingen gedaan, maar met het hart op de goede plaats. Feiten waarmee we hem confronteren wijt hij of aan avonturisme in zijn vroege jaren toen hij net “politiek bewust” werd; “stom, maar ik zal het nooit meer doen”, of hij ontkent ze glashard met goedgespeelde overtuiging. Na vier uur, hij ontkent dan nog steeds elke connectie met een inlichtingendienst, voltooit hij zijn rol door te concluderen dat hij maar beter met z’n politieke aktiviteiten kan stoppen.’
Na het gesprek levert Lex de sleutel van Het Fort van Sjakoo in en maken de aanwezigen -met toestemming van Lex- foto’s van de informant. Over een tweede gesprek zegt Lex nog te willen nadenken. Dat komt er nooit, omdat Lex weigert. Hij probeert nog verschillende malen het Fort binnen te komen. Dat houdt pas op wanneer hem nadrukkelijk wordt gezegd dat hij niet meer welkom is. Alle vermoedens tegen Lex worden bevestigd als Sjoerd Bos zijn verhaal vertelt in Nieuwe Revu en daarbij Lex meerdere malen aanduidt als ‘informant’ of ‘H’.

Wanneer de VPRO-radio probeert een afspraak met Lex te maken, in verband met het radioprogramma Het Gebouw, zijn ze te laat. De gemeentepolitie van Zaanstad heeft hem op 19 december 1990 gearresteerd wegens het dealen van drugs. Bij zijn aanhouding heeft Lex 25 gram cocaïne op zak. De Haarlemse rechtbank veroordeelt hem op 11 april 1991 tot achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk. Zijn vrouw verhuist in het voorjaar van 1991 van de Watermuntstraat 15 naar de Bootsmanstraat 24 in Wormer. In 1992 mag Lex zich (tot zijn volgende arrestatie) weer bij haar voegen. Tot die tijd kan hij niet uit de school klappen over BVD, PID en CRI, tot grote opluchting van diezelfde diensten.

 

(In deel 4 het gesprek met de plaatsvervangend hoofdcommissaris over de PID)

Gleufhoeden! De activiteiten van BVD en PID in de Zaanstreek (1)

10 nov

In 1991 publiceerde ik de brochure Gleufhoeden!, over de werkzaamheden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en Politieke Inlichtingendienst in de Zaanstreek. De BVD werd de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de PID veranderde in de Regionale Inlichtingendienst (RID), maar in de basis bleven hun werkzaamheden gelijk. De geheime dienst verzamelt inlichtingen voor de overheid. En soms ook tegen de eigen bevolking.
Gleufhoeden! is al vele jaren uitverkocht. Ter lering ende vermaeck plaats ik hier de vijf belangrijkste hoofdstukken, aangevuld met wat nieuwe weetjes. Te beginnen met hoofdstuk 1: De geschiedenis.

De Rotterdamse burgemeester Zimmerman twijfelt er eind 1918 niet aan dat binnen afzienbare tijd de revolutie in Nederland zal losbarsten. In november van dat jaar roept hij twee socialistische leiders bij zich en bespreekt met hen de maatregelen die ze moeten nemen wanneer de arbeiders in opstand komen. Zimmerman is niet de enige die zo denkt. Ook SDAP-voorman Pieter Jelles Troelstra weet zeker dat het revolutionaire elan van onder meer de Duitse en Russische kameraden niet stopt bij Zevenaar. Op 12 november 1918 doet hij in de Tweede Kamer een oproep aan het Nederlandse proletariaat ‘om thans, nu de politieke macht aan ons is, de sociale verbeteringen die wij met die macht kunnen verkrijgen, niet te vragen in een verlanglijstje, maar zelf met behulp van hen die met ons willen samenwerken, wie zij ook mogen zijn, zoo spoedig mogelijk en zoo afdoend mogelijk tot stand te brengen.’
Tot een staatsgreep komt het niet, maar nog dezelfde dag besluit de Nederlandse Militaire Inlichtingendienst haar werkterrein te verleggen van buiten- naar binnenland. Op 10 januari 1919 verschijnt een nota van de Generale Staf (waartoe de Militaire Inlichtingendienst behoort) aan de minister van Binnenlandse Zaken. Daarin wordt de oprichting bekendgemaakt van een ‘Inlichtingendienst tegenover revolutionaire propaganda en revolutionaire woelingen’. Deze zou uitsluitend gegevens moeten verzamelen over ‘binnen- en buitenlands socialisme’. De Generale Staf stelt voor een Centrale Inlichtingendienst (CID) te vormen. De CID dient steun te ontvangen van zogenaamde Berichtendiensten bij de lokale politie.
In de nota staat aangekondigd dat de Berichtendienst -de latere Politieke Inlichtingendienst- een plaatsje moet krijgen in 45 gemeenten die politiek betrouwbaar zijn. Zaandam komt, wat betreft het aantal inwoners, in aanmerking voor een PID. Maar Zaandam heeft een SDAP-burgemeester, de eerste in heel Nederland. Al in 1914 is Klaas ter Laan geïnstalleerd als burgervader en dat maakt de aanwezigheid van een inlichtingendienst in Zaandam zelf ongewenst. De rode Zaanstreek moet het vooralsnog doen met toezicht van bovenaf, door de CID.
Wanneer de eerste Zaanse PID-afdeling ontstaat is onbekend. Het moet ergens tussen 1920 en 1940 gebeurd zijn. De SDAP geeft in die periode haar revolutionaire ideeën één voor één op, krijgt ook steeds minder bezwaren tegen het koningshuis en wordt daardoor in de ogen van de andere partijen betrouwbaarder. De sociaal-democraten mogen in 1939 zelfs voor het eerst meedoen in de regering. Met vijf andere partijen vormen ze tot de Duitse inval het tweede kabinet-De Geer. Het betekent overigens niet dat de inlichtingendiensten geen belangstelling meer hebben voor links. SDAP’ers, communisten en anarchisten blijven in hun opinie een risico voor de rechtsorde.

Neutraliteit

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog breiden de activiteiten van de PID en CID zich flink uit. Er wordt een bestand opgebouwd met gegevens over tienduizend socialisten. Steeds meer plaatsen krijgen een inlichtingendienst. De PID is incognito aanwezig bij vakbondsvergaderingen, bijeenkomsten van werklozencomité’s en politieke partijen. Betrouwbare tipgevers en agenten in burger begeven zich tijdens dergelijke gelegenheden onopvallend tussen het publiek, waarna de daar verzamelde gegevens op schrift worden gesteld. Het Duitsland van Adolf Hitler, tot 1939 een ‘bevriende mogendheid’, vormt in de ogen van de CID nauwelijks een gevaar. Nederland behoudt immers zijn neutraliteit. Ook de NSB hoeft niet te rekenen op veel CID-aandacht. Pas wanneer de Tweede Wereldoorlog met de inval van Duitsland in Polen een feit is, krijgt de Generale Staf aandacht voor de rechterkant van het vaderland.
Opvolger van de CID wordt na de oorlog het Bureau Nationale Veiligheid (BNV), dat op zijn beurt plaatsmaakt voor de Centrale Veiligheidsdienst (CVD) en tenslotte, op 8 augustus 1949, voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). De enige socialist in de top van de inlichtingendienst, Wim Sanders, is al in 1946 opzij gezet. Hij wordt zelfs, naar aanleiding van door premier Beel en oud-hoofdcommissaris Einthoven geënsceneerde verdachtmakingen, gearresteerd. Niet alleen hij, maar ook veel oud-illegalen uit het linkse verzet krijgen hun ontslag als het BNV wordt opgeheven. De oorspronkelijke doelstelling van het BNV, afrekenen met ex-collaborateurs en de resten van Duitse spionagediensten, verwatert. De BVD-leiding legt de nadruk op bestrijding van het communisme, net als voor de oorlog. Verwonderlijk is dat niet. Het zijn immers vooral behoudende KVP’ers en ARP’ers die de dienst bemannen. Pas halverwege de jaren zestig zijn PvdA’ers welkom binnen de BVD.
Al in september 1945 krijgen alle korpschefs van politie een geheime notitie van BVD-hoofd Einthoven, waarin deze opdracht geeft tot heroprichting van de PID. Hij schrijft dat er informatie moet worden verzameld over ‘stromingen die gevaarlijk zouden kunnen worden voor de rust, orde of veiligheid van de staat’. Met deze ‘stromingen’ bedoelt Einthoven Jehova’s Getuigen, anti-militaristen en -bovenal- communisten.

Fragment van een door de Centrale Inlichtingendienst in 1939 opgestelde lijst van ‘links-extremistische personen’.

Hembrug

De CPN heeft vlak na de Tweede Wereldoorlog nogal wat goodwill bij de bevolking en dat vertaalt zich in een grote stemmenwinst bij de Kamerverkiezingen van 1946. Landelijk haalt de partij 10,5 procent van de stemmen. In het radicale Zaandam loopt het percentage op tot ruim twintig en in Krommenie wordt de communistische partij zelfs groter dan de PvdA: 36,4 om 26,9 procent. Erg lang duurt de zegetocht van de CPN niet. Er komt een communsitische machtsovername in Praag, de Koude Oorlog breekt uit. Het in grote delen van Nederland levende enthousiasme voor de CPN bekoelt snel. De inlichtingendiensten houden het doen en laten van de CPN-leden en Waarheid-abonnees strenger dan ooit in de gaten. Communisten krijgen te maken met intimidatie en beroepsverboden.
Dat de PID ook in de Zaanstreek probeert de CPN-invloed te minimaliseren blijkt uit diverse voorvallen. Zo wil vanaf 1948 -het jaar dat de Sovjet-Unie Tsjechoslowakije binnenvalt- een deel van de Waarheid-lezers hun dagblad opgestuurd krijgen in een blanco envelop. Niet de hele buurt hoeft te weten dat ze linkse symathieën hebben. Midden in de Koude Oorlog ontslaat de directie van Artillerie-Inrichtingen De Hembrug (de Zaanse munitiefabriek die later de naam Eurometaal krijgt) twintig werknemers. Allemaal hebben ze een abonnement op De Waarheid. En allemaal krijgen ze het blad bezorgd zonder envelop er omheen. Met eindeloze toewijding heeft de PID de Waarheid-bezorgers gevolgd en genoteerd waar ze het dagblad door de brievenbus schuiven. De personeelsleden die de krant per post ontvangen (en dus in een blanco envelop), houden hun banen. De PID is niet op de hoogte van hun Waarheid-abonnementen.

Het kat- en-muisspel tussen coimmunisten en inlichtingendienst houdt jarenlang aan. CPN’ers kregen het advies vertrouwelijke informatie niet via de telefoon door te geven, vertelde Marcus Plooijer enkele weken voor hij in juni 1991 overleed. Plooijer was van 1956 tot 1982 CPN-raadslid in achtereenvolgens Zaandam en Zaanstad. ‘Als je iemasnd belde, kon je je verhaal houden binnen acht seconden nadat aan de andere kant de hoorn was opgenomen. Daarna begon bij de politie de band te draaien.’
Jan Schoone, tot enkele jaren daarvoor actief CPN’er, kan zich nog herinneren dat een PTT-medewerker van het hoofdpostkantoor in Zaandam liet weten dat ‘allerlei subversieve elementen’ werden afgetapt. Schoone: ‘Je hoeft niet lang na te denken wie die elementen destijds waren volgens de BVD.’
Het bewijs dat in ieder geval de telefoon van het CPN-kantoor aan de Zaandamse Nicolaasstraat wordt afgeluisterd, krijgt de partij op een woensdagavond in de jaren vijftig. Plooijer: ‘In heel Nederland vertoonde de CPN de Tsjechische propagandafilm “Op de barricaden”. In Zaandam gebeurde dat op zondagochtend in het Apollotheater, waar we ook regelmatig andere “opvoedende” films draaiden. In die Tsjechische film kwam een scène voor met scherpschutters. Op een gegeven moment hebben we de projector met film in de Nicolaasstraat neergezet. Vanuit het CPN-gebouw werd gebeld met een partijgenoot. Hij kreeg te horen dat we die avond schietoefeningen zouden houden. Al snel daarna stonden er in de Nicolaasstraat twee agenten op wacht. En elke keer als we het filmgedeelte met die schietscènes afdraaiden, werden het er meer. Binnen twee uur was het kantoor omsingeld door zeker dertig agenten. Pas toen een iets slimmere politieman binnenstapte met de vraag wat we uitspookten, begrepen ze dat ze in de maling waren genomen.’

De angst voor het rode gevaar is groot in de jaren vijftig en zestig. Het vermoeden dat iemand De Waarheid leest, kan al genoeg reden zijn om hem of haar in de gaten te houden en te hinderen bij emigratie of sollicitatie. De Zaandammer Andries Visser bijvoorbeeld mag in 1952 niet naar Afrika emigreren. Op een formulier, dat hij bij de emigratiedienst van tafel grist, ziet hij waarom. De BVD heeft Visser, fervent communist, gebrandmerkt als ‘politiek onbetrouwbaar’.
Om de ‘vijfde colonne’ tijdig te kunnen uitschakelen doet de PID pogingen de Zaanse CPN te infiltreren. Wim Swart, de latere redacteur van dagblad De Typhoon, werkt begin jaren vijftig voor De Waarheid. De BVD vraagt hem om informatie over de partij te verkopen. Hij weigert de naar eigen zeggen ‘judasrol’. Korte tijd later wordt zijn oude schoolvriend Jan Hof, medewerker van Het Vrije Volk, door de Zaandamse politiecommissaris J. Coelingh gevraagd om Swart uit te horen en informatie door te sluizen. Hof: ‘Ik stond direct op, keek hem aan en zei emotioneel: “Maar meneer Coelingh, weet u wel wat u vraagt? U vraagt mij een vriendschap te misbruiken. Ik bijt nog liever mijn tong af.” De BVD doet nog een tweede poging om Wim Swart te ronselen, die in 1952 na een conflict vertrekt bij De Waarheid. De Zaanse PID’ers Berger en Theun de Jong proberen hem te verleiden informant te worden. Dat gebeurt eerst vriendelijk en met de belofte van geld, en als dat niet werkt met het dreigement dat hij zijn nieuwe baan zal verliezen als hij niet meewerkt. Hoewel Swart de baan node kan missen, blijft hij weigeren voor de BVD aan de slag te gaan. Van de inlichtingendienst hoort hij naderhand niets meer.

Sicherheitsdienst

Bij een andere CPN’er heeft de PID meer succes gehad, vermoedt het partijbestuur. De man geeft zich begin jaren vijftig op als lid, maar vrijwel vanaf het begin wordt hij gewantrouwd. Hij stelt tijdens vergaderingen de ‘verkeerde’ vragen. Het bestuur verdenkt hem er van voor de inlichtingendienst te werken. De vermoedens houden lang stand, maar het definitieve bewijs een verrader te hebben binnengehaald krijgt de CPN nooit boven water. Ruim dertig jaar na zich als lid te hebben gemeld, kijken sommige medecommunisten de man nog steeds met de nek aan. Wie eenmaal de schijn tegen heeft, komt er bij de CPN moeilijk weer vanaf.
Tientallen decennia is de CPN voor buitenstaanders een potdichte partij. Die geslotenheid is een restverschijnsel uit de oorlogsjaren. BVD’ ers en PID’ers die willen infiltreren moeten dan ook geduld hebben. Het kan lang duren voor ze op een positie zitten waar voor de geheime diensten interessante gegevens te halen zijn. Plooijer was er van overtuigd dat het ze in de naoorlogse jaren nooit is gelukt hoog in zijn partij door te dringen. ‘De Sicherheitsdienst kreeg het in de oorlog niet voor elkaar de Zaanse CPN te infiltreren, laat staan dat het de BVD lukte.’ Zijn mening wordt gedeeld door andere CPN-prominenten, onder wie de latere fractieleider van Groen Links in Zaanstad, Siem van den Berg. Plooijer, Van den Berg en al die anderen kunnen gelijk hebben. Een oud-BVD’er vertelde echter enige tijd geleden dat gedurende de Koude Oorlog zeker tien procent van de CPN-leden in het land voor de inlichtingendienst werkte. Sommigen bleven tien, twintig jaar actief lid en klommen gestaag in de partijhiërarchie.
Er ontstaan problemen wanneer CPN-leider Paul de Groot in de jaren zeventig in ongenade valt bij zijn kameraden. Het partijcongres moet uitsluitsel geven over het al dan niet aanblijven van De Groot. Hoe de stemming ook uitvalt, een splitsing in de partij lijkt onvermijdelijk. Dat beseft de BVD ook. Om te voorkomen dat de dienst al zijn spionnen kwijtraakt door met de verliezers mee te stemmen, bedenkt de ambtelijke top een trucje. De ene helft van de infiltranten moet kiezen voor handhaving van De Groot, het andere deel tegen. Weliwaar verliest de dienst in één klap vijftig procent van zijn CPN-personeel, maar de overblijvende helft kan de in die tijd al drastisch gekrompen partij vrij makkelijk in de gaten blijven houden.

Het aantal communisten in Nederland is sinds 1950 gedecimeerd in vergelijking met de tijd vlak na de oorlog. Ruim tien jaar later ontstaat er een lichte vorm van ontspanning tussen Oost- en West-Europa. De Sovjet-Unie, en daarmee de CPN, richt zich onder leiding van Chroetsjov op ‘vreedzame coëxistentie’ met de kapitalistische wereld. Dat wil echter nog niet zeggen dat de BVD-belangstelling voor wereldhervormers verdwijnt. PvdA-leden mogen sinds 1965/’66 bij de dienst solliciteren, Provo’s morrelen aan het verzuilde wereldbeeld, maar de CPN’ers zijn volgens de BVD nog steeds staatsgevaarlijk.
Dankzij een contactpersoon bij de Zaandamse politie is de CPN in de jaren zestig en zeventig redelijk op de hoogte van de PID-interesse. De Sektie Stiekem, zoals het politie-onderdeel ook wel wordt genoemd, staat in die tijd, tot 1975, onder leiding van Theun de Jong. De CPN-leiding is bekend met zijn nieuwsgierigheid naar communisten. Af en toe duikt de Zaandammer op bij partijvergaderingen, waar hij in een hoekje aantekeningen maakt van het besprokene. Ook loopt de Zaandammer soms mee met demonstraties die in de Zaanstreek plaatsvinden. Jan Schoone, die De Jong goed kende, noemt hem ‘zeer opzichtig’. ‘Hij was altijd in burger en droeg de befaamde deukhoed. Daardoor viel hij ook zo op. Hij controleerde alles, dat was bij ons bekend. Bij bijvoorbeeld Vietnam- of Cambodja-demonstraties stond hij steeds op vaste punten. Dan kon hij zien wie er meeliep.’
De Jong, in 1989 overleden, was diaken bij de hervormde kerk. In de jaren zestig houdt de CPN regelmatig samenkomsten in een Zaandams gebouw naast de hervormde diaconie. De PID’er heeft daar vrijelijk toegang en komt dan ook altijd even langs om -zogenaamd uit onbaatzuchtige belangstelling- vragen te stellen en gesprekken aan te knopen. Zijn belangstelling geldt ook het Algemeen Nederlands Jeugdverbond (ANJV), de officieuze jongerenclub van de CPN. Schoone: ‘De ANJV’ers gingen in de haven van Zaandam wel eens aan boord van een Russisch schip, om met mensen uit die voor hen andere wereld te praten. Theun was daar vaak bij aanwezig. Hij probeerde binnen te dringen om aan de weet te komen wie die ontmoetingen organiseerde. Dat lukte dus niet.’ Een ander CPN-lid herinnert zich dat De Jong rond 1970 meldt bij de buurman van het huis waar het ANJV domicilie houdt, met de vraag of hij de jongeren in de gaten wil houden. Daar stoot hij eveneens zijn neus. De buurman voelt er niets voor het jeugdverbond te bespioneren.
Ook kan het gebeuren dat de PID-chef zijn collega’s fanatiek helpt met het vangen van illegale afficheplakkers. Het is zo’n beetje de enige niet toegestane CPN-activiteit die de PID kan ontdekken. De agenten doen dan ook hun uiterste best plakker sop heterdaad te betrappen. En als hen dat lukt hebben de PID’ers er weinig moeite mee enige intimidatie toe te passen. Daarvoor is de interesse in het reilen en zeilen van Marcus Bakkers club te groot.
Wanneer op een keer een opgepakte CPN’ster zelfs na enige aandrang weigert de namen te noemen van haar collega-plakkers, die er in slaagden uit handen van de politie te blijven, duurt het lang voor ze wordt vrijgelaten. Niet lang daarna staan er enige agenten in de Zaandamse schoenenwinkel waar ze werkt. Midden in de volle zaak vervolgen de heren hun verhoor, dat eerder op het politiebureau niet leidde tot het gewenste resultaat. Dat de winkeleigenaar het minder prettig vindt en plein publique alle details van de plakactie te moeten aanhoren, spreekt voor zich.

(Deel 2 gaat over PID-chef Sjoerd Bos, 1972-1986)

Gleufhoeden! De activiteiten van BVD en PID in de Zaanstreek (2)

5 nov

In 1991 publiceerde ik de brochure Gleufhoeden!, over de werkzaamheden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en Politieke Inlichtingendienst in de Zaanstreek. De BVD werd de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de PID veranderde in de Regionale Inlichtingendienst (RID), maar in de basis bleven hun werkzaamheden gelijk. De geheime dienst verzamelt inlichtingen voor de overheid. En soms ook tegen de eigen bevolking.
Gleufhoeden! is al vele jaren uitverkocht. Ter lering ende vermaeck plaats ik hier de vijf belangrijkste hoofdstukken, aangevuld met wat nieuwe weetjes. Hoofdstuk 2: 1972-1986: Sjoerd Bos.

In 1972 benadert de Binnenlandse Veiligheidsdienst de Wormerveerse recherchemedewerker Sjoerd Bos met het verzoek voor de dienst te gaan werken. Bos is getrouwd met een Zuid-Molukse vrouw en daardoor thuis in het bij tijd en wijle rumoerige Molukse wereldje. Hij is al sinds 1955 bij de politie, heeft begin jaren zestig een poosje in Nieuw-Guinea gewerkt voor de politiemacht van de Verenigde Naties en weet, na het volgen van een opleiding bij de Explosieven Opruimingsdienst in Culemborg, hoe om te gaan met bommen. Bos is van alle markten thuis en lijkt dus een ideale kandidaat-PID’er.
De Wormerveerder voelt wel wat voor het inlichtingenwerk. Hij doet in het Haagse BVD-kantoor aan de President Kennedylaan mee met twee cursussen op het gebied van inlichtingenwerk, die beide zo’n zes weken duren. Na deze met goed gevolg doorlopen te hebben, ontvangt Bos het zogenaamde veiligheidsdiploma. Zijn PID-arbeid in Wormerveer kan beginnen. Bos besteedt veel aandacht aan de meer dan driehonderd Molukkers die sinds 1962 in Wormerveer wonen. Een groot deel van hen voelt zich onrechtvaardig behandeld door de Nederlandse overheid en is bereid zich in te zetten voor een vrije Molukse staat. De ‘Molukken-expert’, zoals Bos zichzelf noemt, heeft als doel te voorkomen dat dat op gewelddadige wijze gebeurt.
Zijn bazen tonen zich tevreden over Bos’ inzet. Twee jaar na de samenvoeging van zeven Zaangemeenten, in 1974, wordt hij bevorderd tot chef van de PID-Zaanstad. Als hoofd van de inlichtingendienst is hij betrokken bij de ‘bescherming van de democratische rechtsorde’ (zoals een van de BVD-taakstellingen luidt) in de nieuwgevormde stad met ruim 120.000 inwoners. Bos stort zich met hart en ziel op zijn taak. Zijn dienst werft veel informanten en screent alles wat in PID-ogen neigt naar politiek extremisme.
Albert B.J. Prakken, van 1974 tot 1985 hoofdcommissaris van de politie-Zaanstad, hecht grote waarde aan openheid in zijn korps. Zijn invloed is terug te vinden in de jaarverslagen uit die tijd. Ook de PID moet daarin verantwoording afleggen, iets dat indruist tegen de geheimhouding waaraan de dienst zich gehouden voelt. De PID-verslagen zijn dan ook onvolledig en oppervlakkig, maar laten desondanks zien wat de Sektie Stiekem belangrijk vindt.

Molukkers

Vanaf het midden van de jaren zeventig is er vooral aandacht voor de Zuid-Molukse gemeenschap. ‘Im mei pleegden twee Zuid-Molukkers een overval op een hulppostkantoor in onze gemeente. Direkt daarop vond de schoolbezetting en de treinkaping in Drente plaats’, meldt de PID in het jaarverslag over 1977, suggererend dat een en ander met elkaar van doen heeft. De dienst (lees: Bos) schrijft dat ‘grote problemen zich niet hebben voorgedaan’, maar ‘wel zal van overheidswege blijvend de nodige aandacht aan de groepering moeten worden geschonken.’ In later jaren gebeurt dat inderdaad. Pas na 1982, als Sjoed Bos zijn baan bij de PID is kwijtgeraakt, worden Zuid-Molukkers niet meer genoemd in de jaarverslagen. In 1981 meldt Bos nog over hen: ‘Op politiek gebied was men nauwelijks aktief.’ Om meteen te vervolgen met de mededeling: ‘Eénmaal is een onderzoek ingesteld naar aanleiding van geruchten dat binnen de Molukse gemeenschap een nieuwe terroristische aktie zou worden voorbereid.’ Over het resultaat van het onderzoek wordt naderhand niets meer vernomen.
Hoewel zich in de Zaanstreek weinig problemen voordoen onder de Zuid-Molukkers schrijft Bos in een serie over de BVD, in Nieuwe Revu (december 1990), nog maar eens dat alle PID-belangstelling niet nutteloos was. Hij rept van ‘een groep Zuidmolukkers van het Zuidmoluks Bevrijdingsfront die in Zuid-Jemen een intensieve terroristische opleiding volgenden’ en van een man die ‘er van werd verdacht wapens te leveren aan leden van het Zuidmoluks Bevrijdingsfront’.
De BVD heeft er veel geld voor over om informatie in handen te krijgen over de Molukse bevolking in Nederland. Na de gijzelingsacties in 1977 investeert de veiligheidsdienst zo’n 40.000 gulden (aldus Bos) in een man die wel als politiespion wil functioneren binnen de gemeenschap. Ook intimidatie kan van pas komen bij het vergaren van gegevens. Bos in Nieuwe Revu: ‘Kort na de gijzelingsakties eind jaren zeventig verleende de vriendin van een Zuidmolukker, na lang aarzelen, haar medewerking aan de PID omdat ze bang was dat ze anders het land uitgezet zouden worden. (…) De vrouw in kwestie werd door twee PID’ers medegedeeld dat ze wel eens grote problemen kon krijgen als ze haar medewerking bleef weigeren. Ze bezweek voor de pressie. (…) Ze werd de verraadster van haar eigen vriend.’
Bos laat in het midden wat het effect van de BVD-bemoeienissen met Zuid-Molukkers is. Vrij Nederland-verslaggever Rudie van Meurs denkt er in zijn boek De BVD het zijne van. Een citaat: ‘De BVD heeft geen voet tussen de deur kunnen krijgen in de Zuidmolukse woonwijken; de BVD heeft (tevergeefs) jonge Zuidmolukkers strafvermindering in het vooruitzicht gesteld als zij als informant willen optreden; de BVD is, om toch maar zijn bestaan te rechtvaardigen, overgeswitched van het verzamelen van politieke informaties naar het inventariseren van crimineel gedrag; de BVD heeft een brevet van onvermogen geleverd door te suggereren dat Zuidmolukkers geïnspireerd worden door “een getraind links kader”; de BVD en de CRI [Centrale Recherche Informatiedienst] hebben tenslotte bij Van Agt de indruk doen ontstaan dat “een meesterbrein” achter de akties zit.’

De aandacht voor Molukkers gaat onder leiding van Bos niet ten koste van de oplettendheid tegenover de CPN. Een scala van gebeurtenissen, die geen van alle zijn vermeld in de PID-jaarverslagen, getuigt daarvan. Allereerst is daar de inbraak in het CPN-gebouw aan de Zaandamse Nicolaasstraat, op 14 juli 1975. Twee PID’ers doen die avond een poging de ledenlijst en andere documenten te pakken te krijgen. Ze vergissen zich eerst in het juiste pand en slaan met een stoel een ruit kapot van het Bevolkingsregister, de buren van de CPN. Als ze hun fout bemerken, wordt alsnog het raam van het partijgebouw onder handen genomen. De twee mannen klimmen naar binnen en doorzoeken allerlei paperassen, maar vinden weinig van hun gading.
Uiteindelijk vertrekken ze weer, de adressen van een aantal (districts)bestuurders met zich meenemend. In het kantoor aanwezig geld blijft ongemoeid. Aan de adressen hebben ze overigens niet veel. Die staan in elk telefoonboek afgedrukt. De ledenlijst, hun voornaamste doel, wordt uit veiligheidsoverwegingen niet in het CPN-gebouw bewaard. Bos, in Nieuwe Revu: ‘De inbrekers zijn er later zelf getuige van dat een CPN-lid op het politiebureau van Zaanstad aangifte van de inbraak komt doen.’

Hij geeft in het blad nog een voorbeeld van PID-bemoeienis met de CPN. ‘Als in het midden van de jaren tachtig een PID’er op het kantoor in Zaanstad, van waaruit hij werkt, verschijnt met een krantenartikeltje waarin een in de dossiers voorkomende CPN’er ter sprake komt, is dat niets bijzonders. Het artikel, in een huis aan huis verspreid buurtkrantje, gaat over Speeltuinvereniging Wormerveer. De CPN’er blijkt bestuurslid te zijn. Voldoende reden voor de bewuste PID’er om te zeggen: “Laten we dat hele bestuur eens natrekken.”‘ Ook van leden van de Zaandamse buurtvereniging Oit en Tois is, om dezelfde reden, een PID-dossier aangelegd.
Dat CPN-leden, binnen en buiten de Zaanstreek, zijn afgeluisterd staat vast. Op 6 september 1982 heeft de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, M. Rood, opdracht gegeven de CPN niet langer te bespioneren. Althans, dat verklaarde minister Dales begin 1991 in de Tweede Kamer. Voor 1982 was de BVD-interesse voor de CPN blijkbaar nog gelegitimeerd. Dales is vaag over het tijdstip dat het aftappen van telefoons is stopgezet. ‘Zoals bekend zijn CPN, PSP en Groen Links geen voorwerp van onderzoek door de BVD, dus ook niet door middel van afluisterakties. De PID luistert ten behoeve van de BVD geen telefoongesprekken af’, legde de minister de BVD-werkwijze van dat moment aan de kamer uit. En wat het verleden betreft: ‘Voor zover de BVD telefoongesprekken heeft afgeluisterd, is dit in alle gevallen uitsluitend geschied met een bijzondere last van de vier verantwoordelijke bewindslieden.’ Ze ontkent, noch bevestigt dus dat CPN’ers ooit zijn afgetapt.

Taps

Bos is in Nieuwe Revu duidelijker. ‘In het “Rode Hart van Nederland”, zoals de Zaanstreek te boek stond, waren het vooral leden van de CPN die afgeluisterd werden.’ Hij noemt Wim Nieuwenhuijse (oud-wethouder voor de CPN en later raadslid voor Groen Links) en Marcus Bakker (voormalig Tweede Kamerlid). Oud-hoofdcommissaris Prakken zegt onwetend te zijn geweest van de tappraktijken. Na de publicaties in Nieuwe Revu schrijft de inmiddels gepensioneerde Zaandijker naar Arthur Docters van Leeuwen, hoofd van de BVD. ‘Het feit doet zich voor dat enige oud-communisten, waaronder een goede vriend, mij met name hebben gevraagd wat ik weet van het afluisteren van telefoons. Nimmer heb ik hiervan geweten en als mij van de zijde van de BVD een dergelijk verzoek zou hebben bereikt zou ik dat hebben geweigerd. (…) Gaarna zal ik van u schriftelijk vernemen of in de periode van 1-1-’74 tot 1-6-’85 de telefoons met name van oud-wethouder G. Schoen en W. Nieuwenhuijse, alsmede de raadsleden van de voormalige CPN zijn afgeluisterd.’ Docters van Leeuwens antwoord aan Prakken: ‘Inhoudelijk kan ik u hierover geen informatie verstrekken, omdat ik wettelijk verplicht ben tot geheimhouding.’

De BVD neemt ook nog andere groeperingen en personen dan de CPN(-leden) op de korrel. De kraakbeweging bijvoorbeeld, die van 1977/’78 sterk aan invloed wint in Zaanstad. In het jaarverslag over 1979 meldt de PID al enigszins ongerust: ‘Voor het begeleiden van kraakakties werd de Kraakbond Zaanstreek opgericht, waarin jongeren uit verschillende groeperingen zitting namen.’ Het jaar daarop concludeert de dienst dat er 32 panden zijn gekraakt. ‘De indruk bestaat dat naast leden van de Kraakbond ook andere groepen jongeren zich thans met kraken bezighouden. Hoewel men sympathiseert met de Kraakbond staat het huisvestingsprobleem bij deze jongeren niet centraal, doch verzet men zich tegen het kapitalisme, het militarisme en wat men in het algemeen “de onderdrukking door de overheid” noemt. Naast gewone relschoppers bevinden zich onder deze jongeren leden van de anti-militaristische groep “Onkruit”, het Rood Verzetsfront, jongelui met anarchistische opvattingen en leden van de eerder genoemde extreem-linkse Turkse organisatie Halkin Kurtulusu.’
Bos en zijn Haagse superieuren vinden het tijd worden om aktie te ondernemen. Dat daarbij af en toe de wet overtreden moet worden is in hun ogen onvermijdelijk. Een informant breekt in bij een kraakpand in Krommenie om daar compromitterende verklaringen van buitenlandse politiek extremistische organisaties neer te leggen (zie hoofdstuk 3 over Lex Hester). Telefoons van krakers worden afgeluisterd, zonder de wettelijk verplichte toestemming van vier ministers. Infiltranten krijgen een plaatsje in de kraakbeweging. Alles kan en mag als daarmee de staatsveiligheid gewaarborgd lijkt te zijn.

Niet altijd gebeuren de PID-werkzaamheden onopvallend. Op 30 april 1980 vindt de kroning plaats van koningin Beatrix. De kraakbeweging roept de dag, onder het motto ‘Geen woning, geen kroning’, uit tot nationale kraakdag. De Kraakbond Zaanstreek verzamelt zich op het Zaandamse Hazepad, waar een kerk is gekraakt. Van daaruit zullen ze optrekken naar een appartementencomplex in aanbouw, in het centrum. De bedoeling is het complex te bezetten, om te protesteren tegen de hoge huren die de eigenaar voor de huizen wil vragen. De politie krijgt lucht van de bijeenkomst en op het Hazepad verschijnen twee agenten in burger, die de gebeurtenissen onopgemerkt in de gaten willen houden. Leden van de Kraakbond herkennen het duo echter en na korte tijd druipen de twee stillen af zonder iets wijzer te zijn geworden. Het appartementencomplex wordt vervolgens met succes door de Kraakbond bezocht.
De Krommenieër Dirk Smit, kraker van het eerste uur, herinnert zich dat een bevriende agent hem al in 1973 of ’74 laat weten dat de PID belangstelling voor hem heeft. ‘Die agent zei tegen me: “Je moet je achterbuurman eens in de gaten houden. Die is op je spoor gezet.” Mijn buurman en ik hielpen elkaar wel eens met klusjes in de tuin. Na de waarschuwing van die agent begon ik op te letten en toen merkte ik pas hoe geïnteresseerd mijn buurman was. Hij wilde weten wat ik deed en stelde vreemde vragen over mensen die in woningnood verkeerden. Voorheen dacht ik dat hij dat deed uit pure interessse, uit medeleven.’
Dirk Smit verhuist en raakt daarmee verlost van zijn nieuwsgierige buurman. Rond 1985 -hij is nog steeds intensief betrokken bij diverse sociale bewegingen- ontvingt Smit een nieuwe waarschuwing. ‘Een kennis die op het gemeentehuis werkte, vertelde dat de PID daar was langs geweest. Ze hadden geïnformeerd wie er bij me in de buurt woonden, wat voor werk die mensen deden, wat hun geloof was, et cetera.’ De PID ronselt een nieuwe buurman, die noteert wanneer Smit weggaat en thuis komt, welke personen bij hem aan de deur verschijnen en wat Koning zoal doet. ‘Ik heb het eens getest. Ik liet iemand naar hem opbellen met de boodschap “Voel eens of de deur open is.” Een minuut later stond hij aan mijn huis te rammelen.’
Helaas voor de PID, de buurman wordt ziek en overlijdt. De dienst moet opnieuw de buurt in en opnieuw wordt Smit ingelicht door de kennis op het gemeentehuis. De PID is weer langs het Bevolkingsbureau geweest, net als de eerste keer. Ditmaal strikken ze een overbuurman. Smit: ‘Ik zie hem wel eens aantekeningen maken wanneer er iemand bij me langskomt. Het is triest, want die man is in wezen heel onschuldig. Hij is alleen zó gecultiveerd, die knop draai je nooit meer om. Ik praat maar gewoon niet meer tegen hem.’

Brieven

Waar PID’ers vermoeden dat krakers, communisten en andere staatsgevaarlijke elementen bij elkaar komen, worden ze helemaal alert. Bos heeft het in Nieuwe Revu bijvoorbeeld over de 19-jarige juffrouw B., die in 1980 in de Zaanstreek gaat wonen en bij de Amsterdamse inlichtingendienst te boek staat ‘als activiste en sympathisante van de CPN’. Bos: ‘Ze zou, volgens Amsterdam, betrokken zijn geweest bij krakersrellen. De PID-Zaanstad stelde een onderzoek in. Daaruit bleek onder andere dat ze belangstelling toonde in de RAF (ze had affiches aan de muur en literatuur over de Duitse terreurorganisatie). Ook vernam men dat ze een verhouding had met een andere “klant” van de PID-Zaanstad. Een man die in de dossiers voorkwam in verband met zijn “Oostblok-contacten”. (…) Probeerde, zo vroeg de PID zich af, de CPN via de studente en de man geheime contacten te onderhouden met Oosteuropese groeperingen?’
De twee worden gevolgd en hun post komt via een PTT-besteller terecht bij de PID. Die controleert de inhoud en geeft de brieven vervolgens zorgvuldig dichtgeplakt terug aan de PTT. Het briefgeheim is geschonden, maar de dienst weet wat ze wil weten. Na een vergelijkbaar voorval in Utrecht verklaarde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Koos Rietkerk, dat de BVD zulke dingen niet deed. Het kon wel eens gebeuren dat de buitenzijde van onderschepte post gekopieerd werd door de BVD of PID, maar openmaken was er niet bij volgens de minister. Er waren niet veel mensen die hem geloofden, maar bij gebrek aan controlemogelijkheden kon het tegendeel niet worden bewezen.
(Na het vertrek van Sjoerd Bos bij de politie-Zaanstad schijnt de PID diens werkwijze te hebben overgenomen. Tussen 1985 en ’88 pleegt onder meer de actiegroep RARA veel aanslagen op Shell-stations en Makro-vestigingen, vanwege hun investeringen in Zuid-Afrika. Op 20 juni 1987 brandt een Zaandamse Shell-pomp af. Pas veel later blijkt dat de brand niets te maken heeft met anti-apartheidsacties. Op 7 juni 1988 breekt de actiegroep ‘Splijt apartheid’ in bij Combined Amsterdam Shipping Agencies in Zaandam. De groep toont met de daar gevonden papieren aan dat CASA meehelpt de kolenboycot tegen Zuid-Afrika te ontduiken. Verder zijn er in de Zaanstreek regelmatig anti-apartheidsacties. De PID wil er graag een vinger achter krijgen. Juist in die periode kan het gebeuren dat post van het Komitee Zuidelijk Afrika en de Anti-Apartheidsbeweging Nederland beschadigd, geopend of slordig met een plakbandje dichtgeplakt bij de PSP-Zaanstad in de bus valt. De PID is er op dat moment van op de hoogte dat PSP-(bestuurs)leden betrokken zijn bij de blokkade en andere acties tegen Shell. De PID-‘slordigheid’ kan bedoeld zijn om de Pacifistisch Socialistische Partij te waarschuwen of te intimideren. Over het algemeen zorgt de dienst wel dat niet zichtbaar is dat post geopend is geweest.)

Sjoerd Bos

De BVD heeft jarenlang de PSP in de gaten gehouden. Al in 1958 -de PSP bestaat dan net een jaar- stuurt J.S. Sinninghe Damsté (op dat moment een van de hoogste BVD’ers) een circulaire rond over de partij. Hij verzoekt om informatie ‘met betrekking tot extremistische elementen, die zich van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) trachten meester te maken dan wel deze partij in extremistisch vaarwater pogen te trekken.’ Op 21 december 1962 volgt een nieuwe briefing van de inmiddels tot diensthoofd bevorderde Sinninghe Damsté. Hij roept medewerking in van de PID voor ‘een meer intensieve observatie van de PSP. Een van de belangrijkste motieven daarvoor was, dat -blijkens bepaalde aanwijzingen- een nauwere samenwerking tussen de PSP en de CPN verwacht kan worden.’ Vanaf dat moment worden een onbekend aantal keren ledenlijsten gestolen en afdelingen geïnfiltreerd. De PID bezoekt bovendien talloze partijvergaderingen.
Sjoerd Bos denkt met gemengde gevoelens terug aan een PSP-bijeenkomst, begin jaren zeventig, die hij met een PID-collega bijwoont. ‘Daar voerde onder andere een inspecteur van politie het woord over de BVD. Op een gegeven moment zei hij dat het hem niet zou verbazen als in de zaal op dat moment ook iemand van de PID zat. Iedereen begon toen onmiddellijk rond te kijken om te zien wie dat dan wel zou kunnen zijn. Om wat verwarring te zaaien stond ik op en riep dat het schandalig zou zijn als er inderdaad een PID’er in de zaal zat. M’n collega kreeg een vuurrood hoofd en liep weg zodra het  onopvallend kon. Zelf vond ik de situatie wel grappig. Totdat ik Paul Hoogerwerf (oud-voorzitter van de PSP, wonend in Wormerveer) in het oog kreeg. Hij wist wat voor werk ik deed. Ik had hem daar over het hoofd gezien. Ik was blij dat hij op dat moment zijn mond dichthield en net deed of hij me niet kende.’
Hoogerwerf kan zich het bewuste voorval niet herinneren, maar weet wel dat rond 1973 Bouwe Kalma, inspecteur van politie in Rotterdam, in de Zaanstreek is geweest. ‘En als Kalma ergens optrad, werd er extra aandacht aan besteed door de BVD.’ Volgens Hoogerwerf trok de PSP zich niet veel aan van de BVD-activiteiten. ‘Al was het wat hinderlijk als er tijdens je vakantie in je huis rondgesnuffeld werd. De meest merkwaardige soorten inbraken werden gepleegd, waarbij de inbrekers uitsluitend belangstelling hadden voor je paperassen en er verder niets werd ontvreemd. Dat is mij persoonlijk één keer overkomen, in 1969 of ’70. De sloten van mijn huis waren geforceerd, het was zeer vakkundig gedaan’, aldus de Wormerveerder. Net als bij het laten bezorgen van beschadigde post bij de PSP gaat hier de vraag op of de PID sporen (in dit geval van braak) heeft achtergelaten. Het kan bedoeld zijn als een waarschuwing voor Hoogerwerf om zich met andere zaken te bemoeien.
Het inzetten van infiltranten door de BVD gebeurde volgens de oud-voorzitter regelmatig. ‘Er heeft zelfs iemand namens de PSP-Amsterdam kandidaat gestaan voor de gemeenteraad, zo’n 25 jaar geleden.’ ‘Triest’ noemt hij een ander voorval uit die tijd. ‘Er is een geval bekend van een Zaanse docent die bij sollicitaties telkens werd afgewezen, vanwege zijn PSP-bezigheden. De BVD bemoeide zich heel intensief met die man. Hij heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd.’

Autobiografie

In zijn autobiografie Zomaar een schapekop (1998) wijdde Paul Hoogerwerf enkele alinea’s aan het spitwerk van de BVD en PID. ‘Ook ik ontkwam niet aan belangstelling van die zijde. Een belangstelling die meer dan twintig jaar zou duren, die “gestapo-achtige” trekjes had, maar waarmee, door een soms lachwekkende amateuristische aanpak, elke verdere vergelijking volledig mank gaat. Zo heeft gedurende een drietal jaren, tussen 1961 en 1964, een medewerker van de PID, de politieke inlichtingendienst, een verlengstuk van de BVD, bijna dagelijks mijn gangen nagegaan. Als ik ’s morgens naar mijn werk ging, dan volgde hij mij naar het station. Ging ik ’s avonds de deur uit, dan zag ik hem weer. Hoed op, leren jas, kraag omhoog, verdekt opgesteld achter de struiken bij het “Eigen Gebouw”. Kwam ik thuis, dan stond hij er vaak weer of misschien nog! Overigens, hij had zich de moeite kunnen besparen. Mijn activiteiten, veelal met een openbaar karakter, stonden meestal aangekondigd in de krant! Het staat voor mij vast dat dit soort charlatans net als hun eerste baas, Mr. Einthoven, vooral bestond uit figuren die in de oorlog ook al niet zuiver op de graad [sic] waren geweest.’
Een tweede citaat, iets verderop in zijn boek: ‘Het was tijdens deze roerige jaren [rond 1966] dat mijn fractiegenoot Dirk Bakker en ik betrokken raakte bij een wel heel opmerkelijke zaak. In het Wormerveerse politiekorps was het personeel in opstand gekomen tegen het autoritaire gezag dat door de korpschef, Middelhoek, werd uitgeoefend. Enkele ontslaggevallen, waaronder die van de agenten Wanst en Vos, hadden de spanningen tot een kookpunt opgevoerd. Aan ons werd hulp en bijstand gevraagd. Zo kon het gebeuren dat op zekere dag ons huis vol zat met nog in functie zijnde, maar ook ontslagen politiefunctionarissen! Er was er zelfs één helemaal voor uit Limburg gekomen. Aardige bijzonderheid was, dat zich onder hen ook bevond de agent Sjoerd Bos, de man die een aantal jaren later, als agent van de “Politieke Inlichtingen Dienst”, vooral ook linkse mensen en dus Dirk en mij bespioneerde en die de “Binnenlandse Veiligheidsdienst” op die manier van informatie voorzag. Echter, die “Judasrol” konden wij op dat moment niet voorzien.’

Paul Hoogerwerf, eind 1974 (Wikipedia)

In 1972 komt een brief in de openbaarheid, geschreven door de districtscommandant van de Rijkspolitie en gericht aan leden van het korps van het district Amsterdam. Een deel van de tekst, daterend uit 1970: ‘Zoals u reeds werd bericht is de PSP geen extremistische partij. Dit neemt niet weg, dat er tot op zekere hoogte -voor intern gebruik- nog wel belangstelling voor aanhangers van die partij bestaat.’ Naar aanleiding van Kamervragen over de brief antwoordt minister Wiegel dat de circulaire eind 1979 is ingetrokken.
Sjoerd Bos in Nieuwe Revu: ‘Deze uitspraak van de minister is in tegenspraak met wat er in die jaren in de dagelijkse praktijk plaatsvond. De PID’s verzamelden gegevens over alle PSP’ers, ze legden dossiers aan van alle leden van deze partij.’ Bos meldt in het weekblad dat de PID-Zaanstad tot 1982 doorging met het registreren van PSP-leden, ‘waarna een interne discussie van de PID-collega’s, en niet een signaal vanuit Den Haag, een einde maakte aan die aktiviteiten.’

PSP

Desgevraagd verklaart Bos echter zich in het jaartal te hebben vergist. ‘We zijn al eerder gestopt met het verzamelen van informatie over alle PSP’ers. Binnen een jaar nadat ik chef werd, zijn de PSP’ers er uitgehaald. Ik wilde hun dossiers verbranden, maar dat was in strijd met de wet. Dus zijn alle dossiers een tijdje in de brandkast gelegd. Een paar jaar later heb ik ze alsnog naar de afvalverbrandingsinstallatie bij Westzaan gebracht. Maar dat is al voor 1982 gebeurd.’
In het voorjaar van 1982 zijn er gemeenteraadsverkiezingen in Nederland. Peter Tange staat hoog op de kandidatenlijst van de PSP-afdeling Zaanstad. Het raadslid-in-spe is nog onbekend bij de buitenwacht. De PID lijkt meer van hem te willen weten. In het najaar van 1981, als de verkiezingsvoorbereidingen in volle gang zijn, merkt Tange dat hij gevolgd wordt. Elke dag, weer of geen weer, staat er een man op de uitkijk bij zijn flat in Krommenie. Als Tange ’s morgens naar zijn werk gaat, wacht de man hem beneden al op en komt Tange ’s avonds weer thuis, dan is de onbekende ook present. De afstand tussen de twee blijft continu zo’n veertig meter. Omdat Tange het spelletje na een tijdje zat wordt, probeert hij de man te verrassen door plotseling naar hem toe te rennen. De uitkijkpost maakt zich echter snel uit de voeten. Tot een ontmoeting komt het niet. Na veertien dagen verdwijnt het raadselachtige figuur net zo onverwacht als hij eerder opdook. Tange ziet hem niet meer terug.

De Zaanse PID beschikt in de jaren zeventig en tachtig over handenvol informanten op strategische plaatsen. Op het Zaandamse PTT-hoofdpostkantoor zit een man die bereid is brieven te onderscheppen en af te geven. Bij het Noord-Hollands energiebedrijf PEN werkt een informant. In de Zaanse actiewereld geven enkele PID-hulpjes hun ogen en oren goed de kost. En in de gemeenteraad van Zaanstad liep in het verleden ook een informant rond, zo vermoeden enkele oud-raadsleden. Onafhankelijk van elkaar noemen ze de naam van een PvdA’er. In de Zaanse kraakbeweging circuleerde rond 1980 eveneens het bericht dat de betreffende persoon niet te vertrouwen was, zegt een van hen. ‘Zodra hij lucht kreeg van een kraakactie verscheen de politie.’
Bos bevestigt de vermoedens. Van 1977 tot 1981 was iemand bereid de PID bijstand te verlenen, zegt hij. Hoe de man heet en dat hij PvdA-raadslid was, wil Bos echter niet verklappen. Hij ontkent noch bevstigt de naam die de collega-raadsleden opgaven. De persoon in kwestie zegt desgevraagd nooit door de dienst te zijn benaderd.

Asiel

Het tot informant ‘benoemen’ van allochtonen doet de PID, sinds de komst van veel vluchtelingen naar Nederland, vaak op speciale, niet-legale wijze. ‘Een van de methodes om de asielzoeker te overreden is zeggen dat het met zijn asielaanvraag niet wil vlotten. Dat het de twee PID’erd die het benaderingsgesprek voeren, in het geheel niet zou verbazen als de asielzoeker het land wordt uitgezet. Is hij echter bereid mee te werken, dan wordt een verblijfsvergunning gegarandeerd. Die toezegging kan worden waargemaakt. Want de BVD beschikt over de juiste kanalen om dit snel te realiseren’, legt Bos in Nieuwe Revu uit.
Hij geeft ook een voorbeeld uit begin tachtiger jaren: ‘Hij [de uit Irak afkomstige vluchteling H.] maakte geen enkele kans op een verblijfsvergunning, zijn asielaanvraag -zo stond al vast- werd niet gehonoreerd. De PID deed de man een voorstel waarbij de verblijfsvergunning als pressiemiddel werd gehanteerd. Als hij bereid was verslag uit te brengen van de politieke aktiviteiten van zijn landgenoten, zou de PID zorgen dat hij in het land mocht blijven. De man stond met zijn rug tegen de muur en accepteerde het aanbod en heeft als informant geruime tijd informatie verstrekt.’
Het onderzoeksbureau Jansen&Janssen slaagde er in 1991 in om zeventig benaderingen van asielzoekers in kaart te brengen. Uit hun brochure De vluchteling achtervolgd: ‘De BVD probeert regelmatig, ten minste een paar maal per maand, op het ministerie van Justitie iets te “regelen” met betrekking tot verblijfmogelijkheden voor bepaalde vluchtelingen en asielzoekers. Verschillende bronnen, die om begrijpelijke redenen anoniem willen blijven, hebben dat bevestigd. (….) Een aantal advocaten bevestigde dat cliënten van hen uitsluitend ten gevolge van een aktie van de BVD aan een definitieve verblijfmogelijkheid zijn geholpen.’
In de periode dat Bos de scepter hanteert, probeert de PID meerdere keren allochtone informanten te werven. Vanaf 1980 benadert de dienst minimaal drie keer in Zaanstad verblijvende asielzoekers met de vraag of ze gegevens willen verzamelen over linkse buitenlandse groeperingen. Weigeren ze, zo wordt hen meegedeeld, dan verkleint dat de kans op een verblijfsvergunning aanzienlijk. Desondanks bedanken de vluchtelingen, twee Turken en een Palestijn, voor de eer. Niet lang daarna worden ze het land uitgezet.

RAF

De Koerdische onafhankelijkheidsvoorvechter Nihat Yilmaz [niet zijn echte naam] vlucht in 1985 uit Turkije en vraagt in Nederland asiel aan. Met zijn vrouw en kinderen komt hij in Zaandam wonen. Drie jaar later, in maart 1988, arresteert de West-Duitse politie in samenwerking met de Nederlandse politie enkele drugssmokkelaars. Een van hen, een Koerd, noemt tijdens de daarop volgende verhoren Yilmaz’ naam. Hoewel Yilmaz niets te maken heeft met het heroïnetransport en de andere smokkelaars dat ook tegen de politie zeggen, hebben die een aanleiding om hem op te pakken.
Zes man van de politie in Zaanstad en Landgraaf -het korps dat zich met de zaak bezighoudt- vallen om half acht ’s morgens Yilmaz’ huis binnen. De Koerd wordt naar Landgraaf gebracht en daar verhoord. Yilmaz: ‘Ze bleken mijn telefoon te hebben afgeluisterd, waardoor ze wisten met wie ik gesproken had. Dan werd er bijvoorbeeld gezegd: “Toen en toen heb je met die persoon gepraat.” En dat klopte dan. Ze lieten me ook de banden met gesprekken zien en er een stukje van horen. Die stapel banden was zo groot dat ik volgens mij wel twee jaar ben afgeluisterd.’
Dat Yilmaz niets met de heroïnesmokkel van doen heeft, is de politie van Landgraaf al lang duidelijk. Daar gaat het hen ook niet om. Ze willen dat hij als BVD-informant gaat functioneren. ‘Het was de bedoeling dat ik bij de criminele en politieke organisaties zou gaan spioneren. Eén van die agenten zei: “Je hebt twee kleine kinderen en een vrouw. Het is zielig voor je familie als jij geen verblijfsvergunning krijgt.” Ze vroegen me wat er met me zou gebeuren als ze me naar Turkije zouden sturen. Ik zei dat ik dan misschien de doodstraf zou krijgen, maar dat dat voor mij geen reden zou zijn met hem mee te werken.’ De politie blijft volhouden dat Yilmaz geen verblijfsvergunning krijgt als hij niet ingaat op hun ‘aanbod’, Yilmaz blijft weigeren.
Na drie dagen voorarrest wordt hij vrijgelaten. In de Turkse kranten zijn inmiddels berichten verschenen dat Yilmaz, die in dat land vrij veel bekendheid geniet, betrokken is bij heroïnehandel. Yilmaz heeft zijn buik zo vol van de hele affaire dat hij zijn Nederlandse asielaanvraag intrekt en naar Frankrijk verhuist. Daar krijgt hij prompt een verblijfsvergunning. Zijn vrouw en kinderen wonen nog steeds in Zaandam, en regelmatig komt hij naar hen toe. Zijn echtgenote ontdekt in 1988, als Yilmaz al in Frankrijk is, dat ze nog enige tijd gevolgd wordt door een man in een oranje auto. Van de PID verneemt het echtpaar sindsdien niets meer.
In de PID-jaarverslagen is niets terug te vinden over het inzetten van asielzoekers als informanten. Bos laat (in het verslag over 1978) niet meer los dan dat er ‘hoe langer hoe meer sprake is van protest en verzet onder hier gevestigde buitenlanders tegen de vaak straffe regimes in de landen waaruit ze afkomstig zijn. Het is daarom van het grootste belang op de hoogte te blijven van politieke en eventueel gewelddadige aktiviteiten onder deze groepen.’ Dezelfde boodschap, maar dan over Turken, wordt in de jaarverslagen van 1979 en 1980 herhaald. En in 1985 constateert de PID spijtig dat er over ‘links georiënteerde Turkse groeperingen, waaronder Koerden (…) mede door de geslotenheid van deze bevolkingsgroepen weinig in de openbaarheid komt.’

Alinea uit een jaarverslag van de PID over 1980

Sjoerd Bos is gebrand op het ontdekken van Nederlandse aanhangers van de Rote Armee Fraktion. In het voorjaar van 1979 organiseren leden en sypathisanten van het Rood Verzetsfront een blokkade van de rijksweg A-12, als protest tegen de wijze waarop RAF-leden in West-Duitsland gevangen worden gehouden. De massaal presente politie pakt elf actievoerders op, onder wie enkele personen uit Zaanstad. Nog diezelfde dag wordt bij de vriend van een van de gearresteerden huiszoeking gedaan. ‘Mijn vriendin zat op dat moment nog vast’, vertelt de betrokkene. ‘Ik was net thuis van m’n werk toen Bos voor de deur stond, samen met ene hoofdinspecteur Jansen. Ze kwamen het huis doorzoeken, op verzoek van de Rijkspolitie-Zevenaar. Vooral Jansen deed nogal zijn best. Bos zei dat ze opdracht hadden explosieven te zoeken. Ik had ze alleen een liter peut te bieden, maar dat wilden ze toch niet. Verder konden ze niets vinden.’

Aftasten

Na de uitgebreide huiszoeking bij de Zaandammer volgt nog een korte ondervraging. ‘Ze wilden weten waarmee ik me zoal bezighield en waar ik alles verstopt had.’ Resultaat levert het niet op. De vriendin om wie het allemaal draait, krijgt kort na haar Zevenaarse avontuur eveneens visite van een PID’er. Ze beschrijft hem als ‘een wat oudere, kalende man met een bril.’ Bos wellicht? De politiefunctionaris komt ‘een beetje aftasten’ hoe ver haar sympathie gaat voor de gevangen zittende RAF-leden. De man kan worden gerustgesteld. Ze heeft geen bommen in huis.
De interesse van de PID en BVD kent, letterlijk en figuurlijk, geen grenzen. Wordt het FNV-gebouw in Zaandam bezet uit protest tegen de verlaging van de jeugdlonen (24 juni 1981); de PID is er bij. Houdt de Zaanse antimilitarische actiegroep Alarm een ondersteuningsactie voor gevangen zittende totaalweigers (9 januari 1983); de inlichtingendienst staat klaar met een fototoestel. De BVD gaat zelfs zover een Zaanse man, getrouwd met een Oost-Duitse, te vragen gegevens te verzamelen over het geboorteland van zijn vrouw als hij daar weer eens heenreist. De man weigert. (Dezelfde vraag, maar dan met betrekking tot Nederland, heeft de Oost-Duitse inlichtingendienst trouwens ook gesteld, aan zijn echtgenote. Zij voelt eveneens niets voor spionage.)
Bos en zijn collega’s -onder wie waarschijnlijk Arie Castelein (later chef jeugd- en zedenzaken), Martin Hartog en Fred Slingerland- speuren stad en land af, meestal zonder dat het wat oplevert. Commissaris Frans Dirk de Vries, verantwoordelijk voor de PID-Zaanstad sinds 1981, erkent dat ook in een interview met dagblad De Typhoon: ‘Het is erg kleinschalig werk, met ongelooflijk weinig resultaat.’ Wat hem betreft kan de PID, die naar zijn zeggen in januari 1982 vier mensen telt, een stuk kleiner.
Hetzelfde jaar wordt er een begin mee gemaakt. Sjoerd Bos is de eerste die mag verdwijnen. De PID-chef rijdt op een avond terug van motel Alkmaar, waar hij een ontmoeting heeft gehad met mensen in wie de BVD geïnteresseerd is. Tijdens die bijeenkomst drinkt hij een aantal glazen alcohol. In Wormerveer houdt de Rijkspolitie hem aan, neemt een blaastest af en maakt vervolgens proces-verbaal op. Bos’ misstap resulteert in een overplaatsing naar de Vreemdelingendienst. Nog later wordt hij recherchecoördinator. In die hoedanigheid is hij, in 1984, twee dagen betrokken bij het onderzoek naar de zogenoemde Zaanse paskamermoord als hij opnieuw in de fout gaat. Hij heeft volgend De Vries de media te veel over de moord verteld, terwijl dat zijn taak niet is. Bos wordt op een zijspoor gerangeerd. Tegen de zin van zijn superieuren gaat hij in zijn eentje nog maanden door met het zoeken van de moordenaar. Twee jaar daarna moet hij definitief vertrekken bij het politiekorps, onder meer omdat hij overspannen is. Per 1 oktober krijgt Bos, dan 52 jaar oud, eervol ontslag.

 

(Deel 3 gaat over de Zaanse PID-informant Lex Hester)

Nieuw boek: De levens van Johnny de Droog. Verzetsman en verrader

5 nov

Johnny de Droog liet tussen 1942 en 1945 minstens driehonderd verzetsstrijders en joden achter de tralies verdwijnen. Ruim een kwart van zijn slachtoffers zou de bevrijding niet halen. De Arnhemse fietsenmaker joeg zijn prooien genadeloos op, martelde en moordde. Hij betoverde zijn slachtoffers met zijn charisma en fantastische verhalen. Elke poging om hem uit te schakelen faalde. Toch stierf deze ’sadist in optima forma’ op gewelddadige wijze, kort voor de Duitse capitulatie.

Wie was daarvoor verantwoordelijk? Wat deed de gepassioneerde verzetsstrijder partij kiezen voor de Sicherheitsdienst? Hoe kon De Droog vervolgens straffeloos de illegaliteit binnendringen en talloze kopstukken uitleveren aan de vijand? En waarom kent bijna niemand deze opportunistische oorlogsmisdadiger, een van de effectiefste en gevaarlijkste die Nederland telde?

Archieven die eerder gesloten waren en gesprekken met ooggetuigen leiden naar verrassende antwoorden. Het boek De levens van Johnny de Droog. Verzetsman en verrader verschijnt in maart 2020 bij Uitgeverij Oevers (ISBN 9789492068408, €21,95).

Bij de dood van Rutger Hauer

24 jul

Vorig jaar had ik voor het laatst contact met hem. “Ik ga het herlezen”, mailde hij in maart 2018. “Als ik je boek kan terugvinden in mijn chaos.” Dat boek betrof mijn biografie over Walraven van Hall. Rutger Hauer had jarenlang geprobeerd een speelfilm van de grond te tillen over deze Zaanse verzetsman. Op zijn verzoek waren twee beoogde scenarioschrijvers naar Zaandam gereisd om de mogelijkheden te verkennen. Ik leidde ze rond door de Westzijde, zij brachten verslag uit aan Rutger Hauer. Maar die kreeg de financiering niet rond van wat zijn speelfilmdebuut als regisseur moest worden. En er was nog een reden waarom het misliep, schreef hij: “Met veel goedwil en research kwam er uiteindelijk een scenario op tafel waarvan ik vond dat het te plat was en zeker geen recht deed aan het verhaal van Walraven. De eerste schrijfster van het scenario had geen ervaren en dat bleek dus ook. Het geheel is uiteindelijk vooral door te veel aan ego van een aantal mensen kapot gelopen. Met bloedend hart heb ik dat moeten aanzien.”
Hij was benieuwd naar Bankier van het verzet, de film over Van Hall die vorig jaar wèl de bioscoop haalde. Het resultaat viel hem niet mee. “Pijnlijk en brutaal zoals de belangrijkste feiten dan wel verbogen of verbloemd waren in deze versie.” En verwijzend naar de Eerebegraafplaats in Bloemendaal waar Walraven van Hall begraven ligt: “Enfin, duinzand er over. Over een zo rijk leven en breeddenkende ziel. Met groot verdriet en tegenzin. Bah.”

Ik kon me wel vinden in zijn woorden en had graag gezien dat Rutger Hauer de film had gedraaid. Helaas, het mocht niet zo zijn.